Naar de inhoud
Componisten.net

1820–1910

Romantiek: de eeuw waarin het orkest groot werd

Van Schubert tot Mahler, negentig jaar waarin de bezetting verdubbelde, de harmonie oprekte en de componist voor het eerst als vrije kunstenaar werd gezien.

59componisten
90jaar
12landen
Papieren vleugel bij nacht met kandelaar, zware gordijnen en een maanverlicht boograam (met AI gemaakte afbeelding)AI
Vleugel bij kaarslicht · Met AI gemaakte afbeelding

De romantiek is met afstand de grootste groep op deze site, en dat is geen toeval. In deze eeuw wordt componeren een beroep dat je kunt uitoefenen zonder een hof of een kerk achter je, dankzij uitgevers, concertverenigingen, muziekscholen en een burgerlijk publiek dat piano speelde.

Stilistisch is de rode draad de uitbreiding. Het orkest groeit van zestig naar honderd spelers, de harmonie neemt tonen op die eerder als vreemd golden, en werken worden langer. Tegelijk ontstaat het tegendeel: de korte pianostukken van Chopin en Schumann en de liederen van Schubert en Wolf duren soms nauwelijks twee minuten.

En de muziek gaat ergens over. Waar een klassieke symfonie zichzelf genoeg was, dragen romantische werken titels, verhalen en programma's met zich mee, een landschap, een gedicht, een held, een verdriet.

Het lied als volwaardige kunstvorm

Schubert schreef er meer dan zeshonderd, en daarmee veranderde de status van het genre. De piano is in zijn liederen geen begeleiding maar een tweede verteller: de galopperende hoeven in Erlkönig, het draaiende spinnewiel in Gretchen am Spinnrade zitten in de linkerhand, niet in de tekst.

Schumann, Brahms, Wolf en Mahler bouwden daarop voort. Bij Mahler groeit het lied ten slotte uit zijn kamer en wordt het met orkest uitgevoerd, waarmee de grens tussen lied en symfonie vervaagt.

De nationale scholen

In de tweede helft van de eeuw gaan componisten buiten het Duits-Italiaanse kerngebied bewust putten uit de muziek van hun eigen streek. In Rusland doet het Machtige Hoopje dat (Balakirev, Borodin, Moessorgski, Rimski-Korsakov en Cui) in Bohemen Smetana en Dvořák, in Noorwegen Grieg, in Finland Sibelius, in Spanje Albéniz en Falla.

Wat ze gemeen hebben is niet een stijl maar een houding: de dansritmen, toonladders en verhalen van de eigen taalgemeenschap worden materiaal voor concertmuziek in plaats van folklore ernaast.

De landenpagina's onder landen volgen die scheidslijnen, omdat ze in deze eeuw voor het eerst muzikaal betekenis krijgen.

Harmonie die uit haar voegen groeit

De klassieke harmonie werkt met een duidelijk centrum: elke uitstap komt terug bij de grondtoon. In de romantiek worden die uitstappen langer, vaker en verder, tot bij Wagner het punt bereikt wordt waarop het centrum minutenlang niet meer hoorbaar is.

Dat is geen willekeur maar dramatiek: uitgestelde oplossing is uitgestelde bevrediging. De akkoorden die daarvoor nodig zijn staan in het glossarium, en de praktische kant ervan op de pagina over akkoorden.

Componisten uit de romantiek: het overzicht

Deze lijst is de langste van de zeven. Hij loopt van de generatie van Schubert en Berlioz tot die van Mahler en Strauss, en bevat vrijwel elke naam die een gemiddeld concertseizoen vult.

Niccolò Paganini Italië 1782–1840 Louis Spohr Duitsland 1784–1859 Giacomo Meyerbeer Duitsland 1791–1864 Franz Schubert Oostenrijk 1797–1828 Hector Berlioz Frankrijk 1803–1869 Michail Glinka Rusland 1804–1857 Felix Mendelssohn Duitsland 1809–1847 Frédéric Chopin Polen 1810–1849 Robert Schumann Duitsland 1810–1856 Franz Liszt Hongarije 1811–1886 Charles-Valentin Alkan Frankrijk 1813–1888 Giuseppe Verdi Italië 1813–1901 Richard Wagner Duitsland 1813–1883 Charles Gounod Frankrijk 1818–1893 Jacques Offenbach Frankrijk 1819–1880 Henri Vieuxtemps België 1820–1881 César Franck België 1822–1890 Édouard Lalo Frankrijk 1823–1892 Anton Bruckner Oostenrijk 1824–1896 Bedřich Smetana Tsjechië 1824–1884 Aleksandr Borodin Rusland 1833–1887 Johannes Brahms Duitsland 1833–1897 Peter Benoit België 1834–1901 César Cui Rusland 1835–1918 Camille Saint-Saëns Frankrijk 1835–1921 Léo Delibes Frankrijk 1836–1891 Mili Balakirev Rusland 1837–1910 Georges Bizet Frankrijk 1838–1875 Max Bruch Duitsland 1838–1920 Modest Moessorgski Rusland 1839–1881 Pjotr Iljitsj Tsjaikovski Rusland 1840–1893 Emmanuel Chabrier Frankrijk 1841–1894 Antonín Dvořák Tsjechië 1841–1904 Jules Massenet Frankrijk 1842–1912 Edvard Grieg Noorwegen 1843–1907 Nikolaj Rimski-Korsakov Rusland 1844–1908 Pablo de Sarasate Spanje 1844–1908 Gabriel Fauré Frankrijk 1845–1924 Vincent d’Indy Frankrijk 1851–1931 Engelbert Humperdinck Duitsland 1854–1921 Moritz Moszkowski Polen 1854–1925 Edward Elgar Groot Brittannië 1857–1934 Giacomo Puccini Italië 1858–1924 Eugène Ysaÿe België 1858–1931 Isaac Albéniz Spanje 1860–1909 Hugo Wolf Oostenrijk 1860–1903 Anton Arenski Rusland 1861–1906 Claude Debussy Frankrijk 1862–1918 Frederick Delius Groot Brittannië 1862–1934 Paul Dukas Frankrijk 1865–1935 Aleksandr Glazoenov Rusland 1865–1936 Enrique Granados Spanje 1867–1916 Franz Lehár Hongarije 1870–1948 Guillaume Lekeu België 1870–1894 Sergej Rachmaninov Rusland 1873–1943 Max Reger Duitsland 1873–1916 Maurice Ravel Frankrijk 1875–1937 Manuel de Falla Spanje 1876–1946 Sergej Bortkiewicz Rusland 1877–1952

Veelgestelde vragen

Wanneer begint de romantiek in de muziek?

In dit naslagwerk bij 1820, ruwweg het moment waarop Beethovens late werk en Schuberts liederen de klassieke verhoudingen achter zich laten. Sommige overzichten leggen de grens bij 1800 of bij Beethovens derde symfonie uit 1803.

Elke grens is een afspraak. Beethoven zelf staat in de meeste indelingen met één been in beide periodes.

Wat is programmamuziek?

Instrumentale muziek die een buitenmuzikaal gegeven volgt: een verhaal, een gedicht, een schilderij, een landschap. Berlioz' Symphonie fantastique en de symfonische gedichten van Liszt en Strauss zijn de bekendste voorbeelden.

De tegenhanger heet absolute muziek, muziek die alleen naar zichzelf verwijst. Brahms geldt als de voornaamste vertegenwoordiger daarvan, en het verschil van mening tussen beide kampen was in de negentiende eeuw hoog opgelopen.

Waarom schreven romantische componisten zoveel voor piano?

Omdat de piano in de negentiende eeuw het instrument van het gewone huishouden werd. Een uitgever kon een pianostuk in duizenden exemplaren verkopen aan mensen die het thuis speelden; een symfonie kon alleen worden uitgevoerd.

Daarbij was het instrument zelf sterk verbeterd: een groter bereik, meer klank en een pedaal dat de akkoorden liet naklinken.

Welke romantische componisten zijn Nederlands?

De negentiende eeuw is in Nederland muzikaal dun bezet vergeleken met de renaissance. De namen die er zijn staan bij elkaar op de pagina over Nederlandse componisten.

In België ligt dat anders: César Franck, Henri Vieuxtemps, Eugène Ysaÿe, Peter Benoit en Guillaume Lekeu horen allemaal in deze periode thuis.