
De romantiek is met afstand de grootste groep op deze site, en dat is geen toeval. In deze eeuw wordt componeren een beroep dat je kunt uitoefenen zonder een hof of een kerk achter je, dankzij uitgevers, concertverenigingen, muziekscholen en een burgerlijk publiek dat piano speelde.
Stilistisch is de rode draad de uitbreiding. Het orkest groeit van zestig naar honderd spelers, de harmonie neemt tonen op die eerder als vreemd golden, en werken worden langer. Tegelijk ontstaat het tegendeel: de korte pianostukken van Chopin en Schumann en de liederen van Schubert en Wolf duren soms nauwelijks twee minuten.
En de muziek gaat ergens over. Waar een klassieke symfonie zichzelf genoeg was, dragen romantische werken titels, verhalen en programma's met zich mee, een landschap, een gedicht, een held, een verdriet.
Het lied als volwaardige kunstvorm
Schubert schreef er meer dan zeshonderd, en daarmee veranderde de status van het genre. De piano is in zijn liederen geen begeleiding maar een tweede verteller: de galopperende hoeven in Erlkönig, het draaiende spinnewiel in Gretchen am Spinnrade zitten in de linkerhand, niet in de tekst.
Schumann, Brahms, Wolf en Mahler bouwden daarop voort. Bij Mahler groeit het lied ten slotte uit zijn kamer en wordt het met orkest uitgevoerd, waarmee de grens tussen lied en symfonie vervaagt.
De nationale scholen
In de tweede helft van de eeuw gaan componisten buiten het Duits-Italiaanse kerngebied bewust putten uit de muziek van hun eigen streek. In Rusland doet het Machtige Hoopje dat (Balakirev, Borodin, Moessorgski, Rimski-Korsakov en Cui) in Bohemen Smetana en Dvořák, in Noorwegen Grieg, in Finland Sibelius, in Spanje Albéniz en Falla.
Wat ze gemeen hebben is niet een stijl maar een houding: de dansritmen, toonladders en verhalen van de eigen taalgemeenschap worden materiaal voor concertmuziek in plaats van folklore ernaast.
De landenpagina's onder landen volgen die scheidslijnen, omdat ze in deze eeuw voor het eerst muzikaal betekenis krijgen.
Harmonie die uit haar voegen groeit
De klassieke harmonie werkt met een duidelijk centrum: elke uitstap komt terug bij de grondtoon. In de romantiek worden die uitstappen langer, vaker en verder, tot bij Wagner het punt bereikt wordt waarop het centrum minutenlang niet meer hoorbaar is.
Dat is geen willekeur maar dramatiek: uitgestelde oplossing is uitgestelde bevrediging. De akkoorden die daarvoor nodig zijn staan in het glossarium, en de praktische kant ervan op de pagina over akkoorden.
Componisten uit de romantiek: het overzicht
Deze lijst is de langste van de zeven. Hij loopt van de generatie van Schubert en Berlioz tot die van Mahler en Strauss, en bevat vrijwel elke naam die een gemiddeld concertseizoen vult.
Niccolò Paganini Italië 1782–1840
Louis Spohr Duitsland 1784–1859
Giacomo Meyerbeer Duitsland 1791–1864
Franz Schubert Oostenrijk 1797–1828
Hector Berlioz Frankrijk 1803–1869
Michail Glinka Rusland 1804–1857
Felix Mendelssohn Duitsland 1809–1847
Frédéric Chopin Polen 1810–1849
Robert Schumann Duitsland 1810–1856
Franz Liszt Hongarije 1811–1886
Charles-Valentin Alkan Frankrijk 1813–1888
Giuseppe Verdi Italië 1813–1901
Richard Wagner Duitsland 1813–1883
Charles Gounod Frankrijk 1818–1893
Jacques Offenbach Frankrijk 1819–1880
Henri Vieuxtemps België 1820–1881
César Franck België 1822–1890
Édouard Lalo Frankrijk 1823–1892
Anton Bruckner Oostenrijk 1824–1896
Bedřich Smetana Tsjechië 1824–1884
Aleksandr Borodin Rusland 1833–1887
Johannes Brahms Duitsland 1833–1897
Peter Benoit België 1834–1901
César Cui Rusland 1835–1918
Camille Saint-Saëns Frankrijk 1835–1921
Léo Delibes Frankrijk 1836–1891
Mili Balakirev Rusland 1837–1910
Georges Bizet Frankrijk 1838–1875
Max Bruch Duitsland 1838–1920
Modest Moessorgski Rusland 1839–1881
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski Rusland 1840–1893
Emmanuel Chabrier Frankrijk 1841–1894
Antonín Dvořák Tsjechië 1841–1904
Jules Massenet Frankrijk 1842–1912
Edvard Grieg Noorwegen 1843–1907
Nikolaj Rimski-Korsakov Rusland 1844–1908
Pablo de Sarasate Spanje 1844–1908
Gabriel Fauré Frankrijk 1845–1924
Vincent d’Indy Frankrijk 1851–1931
Engelbert Humperdinck Duitsland 1854–1921
Moritz Moszkowski Polen 1854–1925
Edward Elgar Groot Brittannië 1857–1934
Giacomo Puccini Italië 1858–1924
Eugène Ysaÿe België 1858–1931
Isaac Albéniz Spanje 1860–1909
Hugo Wolf Oostenrijk 1860–1903
Anton Arenski Rusland 1861–1906
Claude Debussy Frankrijk 1862–1918
Frederick Delius Groot Brittannië 1862–1934
Paul Dukas Frankrijk 1865–1935
Aleksandr Glazoenov Rusland 1865–1936
Enrique Granados Spanje 1867–1916
Franz Lehár Hongarije 1870–1948
Guillaume Lekeu België 1870–1894
Sergej Rachmaninov Rusland 1873–1943
Max Reger Duitsland 1873–1916
Maurice Ravel Frankrijk 1875–1937
Manuel de Falla Spanje 1876–1946
Sergej Bortkiewicz Rusland 1877–1952 Veelgestelde vragen
Wanneer begint de romantiek in de muziek?
In dit naslagwerk bij 1820, ruwweg het moment waarop Beethovens late werk en Schuberts liederen de klassieke verhoudingen achter zich laten. Sommige overzichten leggen de grens bij 1800 of bij Beethovens derde symfonie uit 1803.
Elke grens is een afspraak. Beethoven zelf staat in de meeste indelingen met één been in beide periodes.
Wat is programmamuziek?
Instrumentale muziek die een buitenmuzikaal gegeven volgt: een verhaal, een gedicht, een schilderij, een landschap. Berlioz' Symphonie fantastique en de symfonische gedichten van Liszt en Strauss zijn de bekendste voorbeelden.
De tegenhanger heet absolute muziek, muziek die alleen naar zichzelf verwijst. Brahms geldt als de voornaamste vertegenwoordiger daarvan, en het verschil van mening tussen beide kampen was in de negentiende eeuw hoog opgelopen.
Waarom schreven romantische componisten zoveel voor piano?
Omdat de piano in de negentiende eeuw het instrument van het gewone huishouden werd. Een uitgever kon een pianostuk in duizenden exemplaren verkopen aan mensen die het thuis speelden; een symfonie kon alleen worden uitgevoerd.
Daarbij was het instrument zelf sterk verbeterd: een groter bereik, meer klank en een pedaal dat de akkoorden liet naklinken.
Welke romantische componisten zijn Nederlands?
De negentiende eeuw is in Nederland muzikaal dun bezet vergeleken met de renaissance. De namen die er zijn staan bij elkaar op de pagina over Nederlandse componisten.
In België ligt dat anders: César Franck, Henri Vieuxtemps, Eugène Ysaÿe, Peter Benoit en Guillaume Lekeu horen allemaal in deze periode thuis.