Leven
Gabriel Fauré werd op 12 maart 1845 in Pamiers geboren als zesde en jongste kind uit een niet zo bijster muzikaal gezin. Op negenjarige leeftijd echter werd hij naar de beroemde kerkmuziekschool van Niedermeyer gestuurd, en daar kreeg hij ook les van Saint-Saëns. Hij bleef in dit internaat tot zijn twintigste, en de muzikale atmosfeer van dit instituut heeft een duidelijke stempel gedrukt op de aard en de stijl van zijn werken.
Hij wordt er leraar, en daarnaast kerkorganist aan de Madeleine-kerk. Dezelfde functie bekleedt hij ook een tijdje te Rennes en aan de Notre-Dame de Clignancourt. In 1883 huwt hij, en in 1896 wordt hij benoemd tot leraar compositie aan het Parijse Conservatorium, met leerlingen als Ravel, Schmitt en Koechlin. In 1905 wordt hij er directeur, wat hij blijft tot 1920. Dan moet hij die functie neerleggen wegens een onherroepelijk voortschrijdende doofheid. Toch kan hij nog meesterwerken blijven componeren, en hij blijft muziekmedewerker van "Le Figaro". Hij sterft in Parijs op 4 november 1924.
Fauré was de enige componist met naam in Frankrijk die nooit een officiële conservatoriumopleiding kreeg, en niet meedong naar de "Prix de Rome".
Belangrijkste werken
Betekenis
Fauré is de componist van het halve licht. Zijn harmonie verschuift voortdurend zonder ooit hard te moduleren, zijn melodieën zijn zangerig zonder ooit te schreeuwen, en zijn dynamiek blijft grotendeels tussen piano en mezzoforte. Wie hem oppervlakkig hoort, hoort salonmuziek; wie hem volgt, hoort een van de subtielste harmonische denkers van zijn eeuw.
Zijn Requiem uit 1890 laat het Dies irae weg en eindigt met In paradisum. Hij noemde het zelf een wiegelied van de dood, en op de vraag of het te weinig angst uitdrukte antwoordde hij dat hij de dood nu eenmaal als een gelukkige bevrijding zag.
Als directeur van het Parijse conservatorium van 1905 tot 1920 hervormde hij het onderwijs ingrijpend en haalde hij docenten binnen die het instituut uit zijn verstarring haalden. Ravel, Enescu en Nadia Boulanger waren zijn leerlingen.
Vanaf zijn vijftigste werd hij doof, met bovendien een vervorming waardoor hoge en lage tonen verkeerd klonken. Zijn late kamermuziek is onder die omstandigheden geschreven en behoort tot zijn beste werk.
Componeren in de zomer
Fauré heeft het grootste deel van zijn leven geen tijd gehad om te componeren. Hij was organist aan de Madeleine, gaf les, en zat vanaf 1905 als directeur van het conservatorium in de administratie. Wat hij schreef, schreef hij in de vakantie, meestal ver van Parijs.
Dat verklaart het tempo van zijn werklijst. Grote stukken groeiden over jaren en werden zomer na zomer stukje bij beetje afgemaakt; een aantal werken heeft daardoor een ontstaansgeschiedenis van een decennium of meer, met versies die hij later nog omwerkte.
De ruim honderd liederen lopen wel door de hele loopbaan heen. Op teksten van Verlaine, Baudelaire en Silvestre bouwde hij de Franse mélodie tot een zelfstandig genre uit, waarin de piano geen begeleiding is maar een tweede stem. La bonne chanson uit 1894 is daarvan het dichtst geschreven voorbeeld.
Dat repertoire leefde in de salons, en daar vond Fauré ook zijn publiek. De kring rond Winnaretta Singer en de gravin Greffulhe bestelde, betaalde en verspreidde deze muziek lang voordat de concertzaal haar opnam, voor een componist zonder conservatoriumdiploma was dat de enige weg omhoog.
Die zomers waren ook zijn enige echte rust. Fauré leidde vanaf 1905 het Parijse conservatorium, gaf les, speelde orgel in de Madeleine en schreef kritieken; de dagen waren tot de laatste minuut gevuld. Vanaf 1903 kwam daar doofheid bij, die geleidelijk verergerde en waarbij hij hoge en lage tonen vervormd hoorde. Zijn late kamermuziek is geschreven door iemand die zijn eigen werk alleen nog in zijn hoofd kon controleren.
Vragen over Fauré
Wat is bijzonder aan Fauré's Requiem?
Het laat het Dies irae, het oordeelsdeel, vrijwel volledig weg en eindigt met In paradisum. Fauré noemde het zelf een wiegelied van de dood.
Wie waren zijn leerlingen?
Onder anderen Maurice Ravel, George Enescu, Charles Koechlin en Nadia Boulanger, die op haar beurt een groot deel van de twintigste-eeuwse componisten opleidde.
Wat is de Pavane?
Een kort orkeststuk met optioneel koor uit 1887, oorspronkelijk bedoeld als lichte muziek voor een salon. Het is zijn bekendste werk geworden.
Hoe beïnvloedde zijn doofheid zijn werk?
Vanaf zijn vijftigste hoorde hij hoge en lage tonen vervormd. Zijn late werk werd daardoor soberder van textuur en harmonisch juist gewaagder, de kamermuziek uit die periode geldt als zijn sterkste.
