Naar de inhoud
Componisten.net

Groot Brittannië

Britse componisten: twee bloeiperiodes en de stilte ertussen

Twee hoogtepunten met tweehonderd stille jaren ertussen, en een heropleving die het land in de twintigste eeuw terugbracht op de kaart.

9componisten
5stijlperiodes
1390vroegste geboortejaar
Papieren kathedraalgevel met een virginaal en gescheurde stroken in wijnrood (met AI gemaakte afbeelding)AI
Kathedraalgevel en virginaal · Met AI gemaakte afbeelding

De Britse muziekgeschiedenis heeft een opvallende vorm. Rond 1600 stond Engeland vooraan: de virginalisten schreven de eerste grote klavierliteratuur van Europa, en de Engelse madrigaalschool en het anthem hadden geen gelijke. Met Henry Purcell aan het eind van de zeventiende eeuw sluit die periode af.

Daarna volgt een lange stilte. Tussen Purcell en Elgar, ruim tweehonderd jaar, bracht het land geen componist voort die internationaal meetelde, terwijl het muziekleven zelf bloeide. Händel, een Duitser, werd de belangrijkste componist van Engeland.

Rond 1900 begint de heropleving, met Elgar als eerste figuur van formaat, gevolgd door Delius, Holst en uiteindelijk Benjamin Britten, die het land na 1945 weer een eigen operatraditie gaf.

De virginalisten

Het virginaal is een kleine klavecimbelsoort, en de muziek die er in Engeland voor werd geschreven vormt het eerste samenhangende klavierrepertoire in de westerse muziek. William Byrd en John Bull zijn de belangrijkste namen; het Fitzwilliam Virginal Book verzamelt bijna driehonderd stukken.

Hun variatietechniek, een eenvoudig lied dat in steeds snellere figuren wordt bewerkt, werd door Sweelinck in Amsterdam overgenomen en via zijn leerlingen naar Noord-Duitsland gebracht, waar ze uiteindelijk bij Bach terechtkwam.

De Engelse heropleving

Elgar was grotendeels autodidact en brak pas op zijn veertigste door, met de Enigma-variaties. Zijn celloconcert uit 1919, geschreven vlak na de Eerste Wereldoorlog, is het werk waarmee hij buiten Engeland bekend werd.

Gustav Holst bereikte met The Planets een publiek dat veel verder reikte dan de concertzaal, en Frederick Delius ontwikkelde in Frankrijk een eigen, impressionistisch gekleurde toon.

Benjamin Britten ten slotte maakte met Peter Grimes in 1945 de Engelse opera weer tot een levend genre, en schreef daarnaast een omvangrijk repertoire voor jeugd en amateurs, iets wat in zijn generatie zeldzaam was.

Negen namen, met een gat van anderhalve eeuw

De Britse lijst beslaat na Italië de langste tijdspanne van dit naslagwerk: van John Dunstable, geboren rond 1390, tot Andrew Lloyd Webber uit 1948. Negen namen in vijfenhalve eeuw, en ze liggen bepaald niet gelijkmatig verdeeld.

Drie horen bij de renaissance (Dunstable, Byrd en Bull) en één bij de barok: Purcell, gestorven in 1695. Daarna volgt niets meer tot Edward Elgar, geboren in 1857. Dat is een gat van ruim anderhalve eeuw.

Vier van de negen zijn in Londen gestorven en twee er geboren. John Bull vormt de uitzondering: hij week in 1613 uit naar de Zuidelijke Nederlanden en stierf in Antwerpen als organist van de kathedraal.

Waarom het Engelse gat bestaat

Het gat tussen Purcell en Elgar is echt, maar het betekent niet dat er in Engeland anderhalve eeuw niets gebeurde. Er werd juist buitengewoon veel muziek gemaakt, alleen niet door Engelsen.

Händel vestigde zich in 1712 in Londen en bleef er tot zijn dood; Johann Christian Bach en later Haydn en Weber werkten er ook. Londen had in de achttiende eeuw de grootste betalende concertmarkt van Europa, en die trok het aanbod van het vasteland aan.

De Engelse musical renaissance van rond 1900 is voor een deel een reactie daarop: het bewuste besluit om weer een eigen repertoire op te bouwen. Elgar, Holst en een generatie later Britten zijn daarvan het resultaat.

Britse componisten in dit naslagwerk

De lijst staat op geboortejaar en laat de tweedeling meteen zien: een groep rond 1550–1660 en een tweede vanaf 1857.

Veelgestelde vragen

Waarom bracht Engeland tweehonderd jaar lang geen grote componist voort?

Er zijn verschillende verklaringen voorgesteld: de gevolgen van de burgeroorlog voor de kerkmuziek, de dominantie van geïmporteerde Italiaanse opera, en het feit dat Händel het veld zo volledig bezette dat er weinig ruimte overbleef.

Het muziekleven zelf was intussen springlevend; Londen had meer concerten dan welke Europese stad ook.

Was Händel een Engelse componist?

Hij werd in Halle geboren en staat in dit naslagwerk onder Duitsland. In 1727 werd hij Brits staatsburger en hij bracht ruim veertig jaar in Londen door.

Zijn oratoria, Messiah voorop, zijn de kern van de Engelse koortraditie geworden.

Wat is een anthem?

Een meerstemmig kerkmuziekstuk op een Engelse tekst, het protestantse equivalent van het Latijnse motet.

Byrd schreef zowel anthems als Latijnse missen, dat laatste als katholiek in een protestants land, wat hem alleen door de bescherming van het hof niet in moeilijkheden bracht.

Wie is de bekendste Britse componist?

Van de oude periode Henry Purcell, van de moderne Benjamin Britten. Elgar is in het symfonische repertoire het meest gespeeld, vooral buiten Engeland met zijn celloconcert.

Andrew Lloyd Webber, ook in dit naslagwerk opgenomen, bereikte met musicals een publiek dat de andere namen bij elkaar niet halen.