
Als er één componist is die met een land wordt vereenzelvigd, is het Frédéric Chopin met Polen. Hij verliet het land op zijn twintigste, keerde nooit terug, en schreef de rest van zijn leven in Parijs muziek die zonder uitzondering aan Polen refereert: mazurka's, polonaises, een ballade op een Pools gedicht.
Wat daarbij opvalt is dat hij vrijwel uitsluitend voor piano schreef. Van zijn ruim tweehonderd werken zijn er nauwelijks tien zonder piano, en dat is in de hele negentiende eeuw uniek.
De Poolse muziekgeschiedenis houdt met hem niet op. In de twintigste eeuw ontstond met Karol Szymanowski, Witold Lutosławski, Krzysztof Penderecki en Henryk Górecki een school die in de naoorlogse avant-garde een zelfstandige positie innam.
Mazurka en polonaise
Beide zijn Poolse dansen in driekwartsmaat, en beide klinken anders dan een wals doordat het accent niet op de eerste tel valt. In de mazurka ligt het op de tweede of derde tel, in de polonaise op een kenmerkende korte figuur aan het begin van de maat.
Chopin schreef er ruim zestig respectievelijk zestien, en gebruikte de vorm steeds vrijer: de late mazurka's zijn harmonisch zo ver gegaan dat ze bij twintigste-eeuwse componisten als voorbeeld golden.
Beide termen staan in het glossarium.
De Poolse school na 1945
Vanaf 1956 kreeg Polen als enig land van het Oostblok een festival voor nieuwe muziek, de Warschauer Herfst, en daarmee een venster dat elders dicht zat. De componisten die daar debuteerden kregen een internationale reputatie die de politieke scheiding oversteeg.
Lutosławski werkte met beperkt toeval: passages waarin de spelers hun eigen tempo aanhouden, binnen een door de componist vastgelegd kader. Penderecki werd bekend met klankvlakken waarin de afzonderlijke noot verdwijnt.
Vijf namen, twee eeuwen, twee keer Parijs
De Poolse lijst loopt van Frédéric Chopin uit 1810 tot Krzysztof Penderecki uit 1933 en telt vijf namen. Twee van hen stierven in Parijs: Chopin in 1849 en Moritz Moszkowski in 1925.
Dat is geen toeval maar het gevolg van de politiek. Polen bestond tussen 1795 en 1918 niet als staat, en Parijs werd na de opstand van 1830 de hoofdstad van de Poolse emigratie. Chopin vertrok in 1830 op twintigjarige leeftijd en heeft het land nooit teruggezien.
De tweede helft van de lijst speelt zich juist wél in Polen af. Witold Lutosławski werd in 1913 in Warschau geboren en stierf er in 1994; Penderecki bleef in Krakau. Beiden werkten hun hele loopbaan onder een regime dat over muziek meende te moeten meepraten.
De Warschauer Herfst
Dat Polen na 1956 een van de opvallendste plekken voor nieuwe muziek in Europa werd, hangt aan één instelling: het festival Warschauer Herfst, opgericht in 1956, in de dooi na de dood van Stalin.
Het festival bracht westerse en Poolse nieuwe muziek in dezelfde zalen, in een land waar dat repertoire kort daarvoor nog als formalistisch gold. Voor componisten uit de rest van het Oostblok was het jarenlang de enige plaats waar ze het konden horen.
De Poolse school die eruit voortkwam (Lutosławski, Penderecki, Górecki, Serocki) werkte met klankvlakken en geluidsmassa’s in plaats van met thema’s. Penderecki’s Threnos uit 1960, voor tweeënvijftig strijkers, is er het bekendste voorbeeld van.
Poolse componisten in dit naslagwerk
Chopin is in dit naslagwerk de Poolse vertegenwoordiger. De twintigste-eeuwse namen hierboven staan in de tekst omdat ze het beeld van de Poolse muziek net zo goed bepalen.
Frédéric Chopin Romantiek 1810–1849
Moritz Moszkowski Romantiek 1854–1925
Karol Szymanowski 20ste eeuw 1882–1937
Witold Lutosławski Modern 1913–1994
Krzysztof Penderecki Modern 1933–2020 Veelgestelde vragen
Was Chopin Pools of Frans?
Hij werd geboren in Żelazowa Wola bij Warschau, uit een Franse vader en een Poolse moeder, en woonde vanaf zijn twintigste in Parijs.
In dit naslagwerk staat hij onder Polen, naar geboorteland. Hij beschouwde zichzelf onmiskenbaar als Pool en liet zijn hart na zijn dood naar Warschau overbrengen.
Wat is het verschil tussen een mazurka en een wals?
Beide staan in driekwartsmaat, maar de wals accentueert de eerste tel en de mazurka de tweede of de derde. Dat verschuift het hele gevoel van de dans.
Daarbij gebruikt de mazurka vaak toonladders uit de Poolse volksmuziek, met een verhoogde vierde trap die in de wals niet voorkomt.
Waarom schreef Chopin bijna alleen voor piano?
Omdat hij het instrument van binnenuit kende en er als uitvoerder van leefde; zij het vooral in salons, niet in grote zalen; hij gaf in zijn hele leven nog geen dertig openbare concerten.
Zijn twee pianoconcerten stammen uit zijn Poolse jaren; daarna heeft hij het orkest vrijwel losgelaten.
Wie zijn de belangrijkste Poolse componisten na Chopin?
Karol Szymanowski in het interbellum, en na 1945 Witold Lutosławski, Krzysztof Penderecki en Henryk Górecki.
Hun werk staat centraal in de naoorlogse avant-garde; zie de pagina over de moderne periode.