
De renaissance is in de muziekgeschiedenis de periode waarin de meerstemmigheid volwassen wordt. Waar de middeleeuwse componist stemmen boven elkaar stapelde, denkt de renaissancecomponist ze als gelijkwaardige lijnen die elkaar imiteren, elkaar inhalen en samen één klank vormen.
Het opvallendste feit van deze twee eeuwen is geografisch. De componisten die het vak bepaalden kwamen in overweldigende meerderheid uit de Lage Landen en Noord-Frankrijk, het gebied dat ruwweg samenvalt met het huidige Vlaanderen, Henegouwen en Artesië. Ze werkten in Rome, Ferrara, Milaan, Parijs, Wenen en Madrid, en namen hun schrijfwijze mee.
Drie vormen dragen het repertoire: de mis, het motet en het wereldlijke lied, chanson in het Frans, madrigaal in het Italiaans, lied in het Duits. Wie de bouw van die drie kent, kent de periode.
Wat polyfonie in de praktijk betekent
In een polyfoon werk heeft elke stem een eigen melodische gang. Ze beginnen na elkaar met hetzelfde motief, dat heet imitatie, en lopen daarna uiteen. Het gevolg is dat er zelden een moment is waarop alle stemmen tegelijk ademhalen: de muziek loopt door omdat de ene stem begint waar de andere ophoudt.
De techniek werd tot het uiterste gedreven in canons en in de zogenoemde raadselcanon, waarbij alleen de eerste stem genoteerd stond en de uitvoerders zelf moesten uitzoeken hoe de andere eruit volgden. Ockeghem is er de beroemdste beoefenaar van.
Tegelijk werd de verstaanbaarheid een discussiepunt. Het Concilie van Trente, dat in 1563 over de kerkmuziek sprak, klaagde dat de tekst in de polyfonie onhoorbaar werd. Palestrina staat in de overlevering te boek als degene die liet zien dat het anders kon, met een doorzichtige stemvoering waarin de woorden overeind blijven.
Waarom juist de Lage Landen
De verklaring is voor een groot deel institutioneel. De kapittelscholen van Kamerijk, Doornik, Luik en Antwerpen leverden jarenlang een strenge, praktische opleiding: jongens werden als koorknaap aangenomen, leerden lezen, zingen en componeren, en konden daarna solliciteren bij hoven die om goede zangers verlegen zaten.
Die hoven lagen vooral in Italië, waar geld en ambitie samenkwamen. Een Italiaanse kardinaal die een kapel wilde bemannen zocht Vlaamse zangers, en een Vlaamse zanger die carrière wilde maken ging naar Italië. Twee eeuwen lang bleef die uitwisseling in stand.
De laatste grote figuur in de reeks werkte juist niet in het buitenland: Jan Pieterszoon Sweelinck bleef zijn hele leven in Amsterdam en trok in plaats daarvan de leerlingen naar zich toe.
De boekdrukkunst verandert het bereik
In 1501 drukte Ottaviano Petrucci in Venetië de Harmonice Musices Odhecaton, de eerste verzameling meerstemmige muziek die met losse letters werd gezet. Tot dat moment bestond een compositie in enkele handschriften, in het bezit van de kapel waarvoor ze geschreven was; daarna bestond ze in oplage.
Het gevolg voor het vak was ingrijpend. Een componist in Rome kon lezen wat een collega in Antwerpen had geschreven, en een rijke burger zonder eigen kapel kon partijboeken kopen en thuis met vrienden zingen. De markt voor het wereldlijke lied groeide daardoor sneller dan die voor de kerkmuziek, en het madrigaal werd in de zestiende eeuw een handelsartikel.
Het verklaart ook waarom we van deze periode zoveel meer weten dan van de vorige. Wat gedrukt is, is in meerdere exemplaren bewaard gebleven; wat in één handschrift stond, is verloren gegaan zodra dat handschrift verloren ging. De bekendheid van een renaissancecomponist hangt dus mede af van de vraag of zijn werk een drukker vond.
Componisten uit de renaissance: het overzicht
Op geboortejaar geordend loopt de lijst van de generatie van Dufay tot die van Sweelinck. Dat is precies de boog waarlangs het zwaartepunt van de polyfonie zich verplaatst.
Gilles Binchois België 1400–1460 Heinrich Isaac België 1450–1517
Josquin des Prés België 1450–1521
Jacob Obrecht Nederland 1457–1505
Adriaan Willaert België 1490–1562
Philippus de Monte België 1521–1603
Giovanni Pierluigi da Palestrina Italië 1525–1594
Orlandus Lassus België 1532–1594
William Byrd Groot Brittannië 1543–1623
John Bull Groot Brittannië 1562–1628
Jan Pieterszoon Sweelinck Nederland 1562–1621
Carlo Gesualdo Italië 1566–1613
Claudio Monteverdi Italië 1567–1643
Constantijn Huygens Nederland 1596–1687 Veelgestelde vragen
Wat onderscheidt renaissancemuziek van middeleeuwse muziek?
De belangrijkste verandering is de gelijkwaardigheid van de stemmen. In de middeleeuwen draagt één stem de oude melodie en worden de andere daaromheen gebouwd; in de renaissance zijn alle stemmen zelfstandig en imiteren ze elkaar.
Daarnaast wordt de samenklank belangrijker dan de afzonderlijke lijn: tertsen en sexten, die in de middeleeuwen als onrustig golden, worden de normale bouwstenen.
Wie waren de Nederlandse polyfonisten?
Het is een verzamelnaam voor een reeks generaties componisten uit de Lage Landen en Noord-Frankrijk, ruwweg van Guillaume Dufay en Gilles Binchois tot Orlandus Lassus en Philippus de Monte.
Ze worden ook wel de Franco-Vlaamse school genoemd. In de Nederlandse lijst staan de namen die in het huidige Nederland en België geboren zijn.
Wat is het verschil tussen een mis en een motet?
Een mis zet de vaste gezangen van de eredienst op muziek: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Die tekst ligt vast, dus alle missen van alle componisten behandelen dezelfde woorden.
Een motet is een vrij gekozen geestelijke tekst, meestal korter en vaak geschreven voor een bepaalde gelegenheid. Beide begrippen staan in het glossarium.
Klonk renaissancemuziek zoals wij haar nu horen?
Waarschijnlijk niet. De stemming van de instrumenten lag anders, de toonhoogte lag lager, en koren bestonden uit mannen en jongens. Ook het tempo is niet uit de bronnen af te leiden, de notatie geeft verhoudingen, geen snelheid.
Wat wel vastligt is de stemvoering zelf, en die is in de bewaarde partijboeken volledig leesbaar.