
België is in dit naslagwerk goed vertegenwoordigd, en de namen liggen in twee duidelijk gescheiden groepen. De eerste is die van de polyfonisten: Ockeghem, Josquin des Prés, Obrecht, Isaac, Lassus, De Monte, Willaert, Binchois, Ciconia. Zij werkten tussen ruwweg 1400 en 1600 en bemanden de kapellen van half Europa.
De tweede groep ligt vier eeuwen later en draait om de viool: Vieuxtemps, Ysaÿe, en in hun kielzog Franck en Lekeu. Luik was in de negentiende eeuw een van de belangrijkste adressen ter wereld voor vioolonderwijs.
Tussen die twee groepen ligt een periode waarin het gebied muzikaal weinig van zich liet horen, een gevolg van oorlog, bezetting en de verplaatsing van hoven naar elders.
De Franco-Vlaamse school
De kapittelscholen van Kamerijk, Doornik, Luik, Antwerpen en Brugge namen jongens aan als koorknaap en gaven hun een opleiding die in de praktijk uniek was: zingen, lezen, contrapunt en orgel, allemaal in de dagelijkse dienst. Wie er doorheen kwam kon overal terecht.
Overal betekende in de praktijk Italië, waar kardinalen en hertogen om zangers streden. Josquin werkte in Milaan, Rome en Ferrara; Willaert werd kapelmeester van de San Marco in Venetië en stichtte daar een school die de Venetiaanse meerkorigheid voortbracht; Lassus leidde de hofkapel in München.
Het gevolg is dat de belangrijkste muziek van de renaissance door mensen uit dit gebied is geschreven, maar bijna nergens in dit gebied zelf.
De Luikse vioolschool
Henri Vieuxtemps en na hem Eugène Ysaÿe maakten van Luik en Brussel een centrum waar violisten uit heel Europa naartoe kwamen. Ysaÿe's zes sonates voor viool solo zijn sinds hun verschijning in 1923 het zwaarste repertoire dat een violist zonder begeleiding kan spelen.
César Franck, in Luik geboren maar in Parijs werkzaam, hoort bij dezelfde kring: zijn vioolsonate uit 1886 was een huwelijksgeschenk voor Ysaÿe en is nooit meer uit het repertoire verdwenen.
Negentien namen, twee pieken
De Belgische lijst is de vierde van dit naslagwerk en beslaat bijna zes eeuwen: van Johannes Ciconia, geboren rond 1335 in Luik, tot Herman Meulemans uit 1893. Tussen die twee ligt geen gelijkmatige reeks maar twee duidelijke pieken.
De eerste is de polyfone: negen van de negentien namen horen bij de middeleeuwen of de renaissance, en dat is de generatie die in heel Europa de kapellen bemande. De tweede is de negentiende-eeuwse: vijf namen in de romantiek, grotendeels de vioolschool.
Daartussen valt een gat van bijna twee eeuwen. Eén barokcomponist (Jean-Baptiste Loeillet, die in Londen stierf) en twee klassieke, Gossec en Grétry, die allebei hun loopbaan in Parijs hadden. In de periode waarin Italië en Duitsland het repertoire bepaalden, lag het Belgische zwaartepunt buiten de landsgrenzen.
Luik levert er vier: Ciconia, Grétry, Franck en Ysaÿe, met zesenhalve eeuw ertussen. Geen andere stad in dit naslagwerk houdt het zo lang vol.
Belgische componisten in dit naslagwerk
De lijst staat op geboortejaar en laat de twee groepen meteen zien: een dichte bezetting rond 1400–1550, en een tweede rond 1820–1880.
Gilles Binchois Renaissance 1400–1460
Johannes Ockeghem Middeleeuwen 1410–1497 Heinrich Isaac Renaissance 1450–1517
Josquin des Prés Renaissance 1450–1521
Adriaan Willaert Renaissance 1490–1562
Philippus de Monte Renaissance 1521–1603
Orlandus Lassus Renaissance 1532–1594 Jean-Baptiste Loeillet Barok 1680–1730
François-Joseph Gossec Klassiek 1734–1829
André-Modeste Grétry Klassiek 1741–1813
Henri Vieuxtemps Romantiek 1820–1881
César Franck Romantiek 1822–1890
Peter Benoit Romantiek 1834–1901
Eugène Ysaÿe Romantiek 1858–1931
Guillaume Lekeu Romantiek 1870–1894 Arthur Meulemans 20ste eeuw 1884–1966 Herman Meulemans 20ste eeuw 1893–1965 Veelgestelde vragen
Waarom staan de Vlaamse polyfonisten onder België en niet onder Nederland?
Omdat de indeling het huidige land van de geboorteplaats volgt. Ockeghem, Josquin en Lassus werden geboren in gebieden die nu in België of Noord-Frankrijk liggen.
In de vijftiende eeuw bestonden die staten nog niet; tijdgenoten spraken van de Nederlanden als één gebied. Zie daarvoor ook de pagina over Nederlandse componisten.
Wat is polyfonie?
Meerstemmige muziek waarin elke stem een zelfstandige melodie zingt, en waarin de stemmen elkaar imiteren in plaats van elkaar te begeleiden.
De uitleg in het kort staat op de pagina over de renaissance; de losse termen staan in het glossarium.
Wie is de bekendste Belgische componist?
Van de oude groep Orlandus Lassus en Josquin des Prés; Josquin gold in zijn eigen tijd al als de maatstaf en werd door Luther boven alle anderen geplaatst.
Van de negentiende eeuw César Franck, wiens vioolsonate, symfonie en orgelwerken tot het vaste repertoire behoren.
Hoeveel Belgische componisten staan er in dit naslagwerk?
Achttien, verdeeld over vijf stijlperiodes. Ze staan hieronder op geboortejaar, met per naam de stijlperiode en de levensjaren.