Naar de inhoud
Componisten.net

België

Belgische componisten: vijf eeuwen polyfonie en vioolspel

Het gebied dat twee eeuwen lang de kapelmeesters van Europa leverde, en drie eeuwen later de vioolschool die het spel opnieuw definieerde.

19componisten
6stijlperiodes
1370vroegste geboortejaar
Papieren belforttoren met een partijboek en een vioolkrul ervoor (met AI gemaakte afbeelding)AI
Belfort met partijboek en vioolkrul · Met AI gemaakte afbeelding

België is in dit naslagwerk goed vertegenwoordigd, en de namen liggen in twee duidelijk gescheiden groepen. De eerste is die van de polyfonisten: Ockeghem, Josquin des Prés, Obrecht, Isaac, Lassus, De Monte, Willaert, Binchois, Ciconia. Zij werkten tussen ruwweg 1400 en 1600 en bemanden de kapellen van half Europa.

De tweede groep ligt vier eeuwen later en draait om de viool: Vieuxtemps, Ysaÿe, en in hun kielzog Franck en Lekeu. Luik was in de negentiende eeuw een van de belangrijkste adressen ter wereld voor vioolonderwijs.

Tussen die twee groepen ligt een periode waarin het gebied muzikaal weinig van zich liet horen, een gevolg van oorlog, bezetting en de verplaatsing van hoven naar elders.

De Franco-Vlaamse school

De kapittelscholen van Kamerijk, Doornik, Luik, Antwerpen en Brugge namen jongens aan als koorknaap en gaven hun een opleiding die in de praktijk uniek was: zingen, lezen, contrapunt en orgel, allemaal in de dagelijkse dienst. Wie er doorheen kwam kon overal terecht.

Overal betekende in de praktijk Italië, waar kardinalen en hertogen om zangers streden. Josquin werkte in Milaan, Rome en Ferrara; Willaert werd kapelmeester van de San Marco in Venetië en stichtte daar een school die de Venetiaanse meerkorigheid voortbracht; Lassus leidde de hofkapel in München.

Het gevolg is dat de belangrijkste muziek van de renaissance door mensen uit dit gebied is geschreven, maar bijna nergens in dit gebied zelf.

De Luikse vioolschool

Henri Vieuxtemps en na hem Eugène Ysaÿe maakten van Luik en Brussel een centrum waar violisten uit heel Europa naartoe kwamen. Ysaÿe's zes sonates voor viool solo zijn sinds hun verschijning in 1923 het zwaarste repertoire dat een violist zonder begeleiding kan spelen.

César Franck, in Luik geboren maar in Parijs werkzaam, hoort bij dezelfde kring: zijn vioolsonate uit 1886 was een huwelijksgeschenk voor Ysaÿe en is nooit meer uit het repertoire verdwenen.

Negentien namen, twee pieken

De Belgische lijst is de vierde van dit naslagwerk en beslaat bijna zes eeuwen: van Johannes Ciconia, geboren rond 1335 in Luik, tot Herman Meulemans uit 1893. Tussen die twee ligt geen gelijkmatige reeks maar twee duidelijke pieken.

De eerste is de polyfone: negen van de negentien namen horen bij de middeleeuwen of de renaissance, en dat is de generatie die in heel Europa de kapellen bemande. De tweede is de negentiende-eeuwse: vijf namen in de romantiek, grotendeels de vioolschool.

Daartussen valt een gat van bijna twee eeuwen. Eén barokcomponist (Jean-Baptiste Loeillet, die in Londen stierf) en twee klassieke, Gossec en Grétry, die allebei hun loopbaan in Parijs hadden. In de periode waarin Italië en Duitsland het repertoire bepaalden, lag het Belgische zwaartepunt buiten de landsgrenzen.

Luik levert er vier: Ciconia, Grétry, Franck en Ysaÿe, met zesenhalve eeuw ertussen. Geen andere stad in dit naslagwerk houdt het zo lang vol.

Belgische componisten in dit naslagwerk

De lijst staat op geboortejaar en laat de twee groepen meteen zien: een dichte bezetting rond 1400–1550, en een tweede rond 1820–1880.

Veelgestelde vragen

Waarom staan de Vlaamse polyfonisten onder België en niet onder Nederland?

Omdat de indeling het huidige land van de geboorteplaats volgt. Ockeghem, Josquin en Lassus werden geboren in gebieden die nu in België of Noord-Frankrijk liggen.

In de vijftiende eeuw bestonden die staten nog niet; tijdgenoten spraken van de Nederlanden als één gebied. Zie daarvoor ook de pagina over Nederlandse componisten.

Wat is polyfonie?

Meerstemmige muziek waarin elke stem een zelfstandige melodie zingt, en waarin de stemmen elkaar imiteren in plaats van elkaar te begeleiden.

De uitleg in het kort staat op de pagina over de renaissance; de losse termen staan in het glossarium.

Wie is de bekendste Belgische componist?

Van de oude groep Orlandus Lassus en Josquin des Prés; Josquin gold in zijn eigen tijd al als de maatstaf en werd door Luther boven alle anderen geplaatst.

Van de negentiende eeuw César Franck, wiens vioolsonate, symfonie en orgelwerken tot het vaste repertoire behoren.

Hoeveel Belgische componisten staan er in dit naslagwerk?

Achttien, verdeeld over vijf stijlperiodes. Ze staan hieronder op geboortejaar, met per naam de stijlperiode en de levensjaren.