
Bohemen had al in de achttiende eeuw de reputatie het conservatorium van Europa te zijn. Het dorpsonderwijs omvatte muziek, en Boheemse blazers en strijkers waren in orkesten van Mannheim tot Wenen oververtegenwoordigd.
Wat ontbrak was een eigen repertoire. Dat komt er pas in de negentiende eeuw, als onderdeel van de nationale beweging: Bedřich Smetana schrijft opera's op Tsjechische teksten en met Má vlast een cyclus van zes symfonische gedichten over het eigen land.
Antonín Dvořák maakt daarna de stap naar het internationale repertoire, en Leoš Janáček ontwikkelt in Moravië een geheel eigen taal die uit de spraakmelodie van het Tsjechisch is afgeleid.
Janáček en de spraakmelodie
Janáček noteerde jarenlang wat hij mensen hoorde zeggen: de toonhoogte, het ritme en het verloop van gewone zinnen, opgeschreven op straat, in wachtkamers en op het station. Hij noemde die notities nápěvky mluvy, melodieën van de spraak.
Zijn opera's zijn daaruit gebouwd. De zanglijnen volgen de intonatie van het Tsjechisch, wat korte, herhaalde motieven oplevert in plaats van lange aria's, en muziek die ook zonder de taal te kennen opvallend direct overkomt.
Dvořák tussen Praag en New York
Dvořák werd in 1892 directeur van het conservatorium in New York en bracht er bijna drie jaar door. Daar schreef hij zijn negende symfonie, Uit de Nieuwe Wereld, en het strijkkwartet dat het Amerikaanse kwartet is gaan heten.
Hij adviseerde de Amerikanen om hun eigen volksmuziek als grondslag te nemen, hetzelfde recept dat hij zelf op Bohemen had toegepast. Die raad heeft de generatie van Ives en Copland mede bepaald; zie Amerikaanse componisten.
Vier namen in zesenzestig jaar
De Tsjechische lijst telt vier componisten, geboren tussen 1824 en 1890: Bedřich Smetana, Antonín Dvořák, Leoš Janáček en Bohuslav Martinů. Twee staan bij de romantiek, twee bij de twintigste eeuw.
Ze vormen een aaneengesloten reeks van ongeveer een eeuw waarin de Tsjechische muziek van provinciaal naar internationaal ging. Smetana moest het idee van een Tsjechische opera nog bevechten; Dvořák werd een generatie later naar New York gehaald om de Amerikanen te leren hoe je een nationale school opbouwt.
Praag is de sterfplaats van de twee oudsten. Janáček bleef zijn hele leven in Moravië en stierf in Ostrava; Martinů vertrok in 1923 naar Parijs, week in 1941 uit naar de Verenigde Staten en stierf in 1959 in Zwitserland, zonder ooit te zijn teruggekeerd.
Bohemen en Moravië zijn niet hetzelfde
Van deze vier komen Smetana en Dvořák uit Bohemen, het westelijke deel met Praag als middelpunt, en Janáček en Martinů uit Moravië in het oosten. Dat onderscheid is muzikaal groter dan het op de kaart lijkt.
De Boheemse traditie loopt via Wenen en Leipzig en is in vorm en harmonie Midden-Europees; de dansen die Dvořák gebruikt zijn geordend zoals een Weens publiek ze kon volgen. Janáček keek de andere kant op, naar Moravische en zelfs Russische bronnen, en bouwde zijn melodie op uit de klank van de gesproken taal.
Daarom klinkt Janáček ook nu nog vreemder dan Dvořák, terwijl ze maar dertien jaar scheelden. Ze werkten in hetzelfde land aan twee verschillende projecten.
Tsjechische componisten in dit naslagwerk
De lijst staat op geboortejaar en loopt van 1824 tot 1890, vier componisten in ruim zestig jaar.
Bedřich Smetana Romantiek 1824–1884
Antonín Dvořák Romantiek 1841–1904
Leoš Janáček 20ste eeuw 1854–1928
Bohuslav Martinů 20ste eeuw 1890–1959 Veelgestelde vragen
Wat is Má vlast?
Een cyclus van zes symfonische gedichten van Smetana over het Tsjechische land en zijn geschiedenis. Het tweede deel, Vltava, volgt de rivier van de bron tot voorbij Praag en is het bekendste stuk Tsjechische muziek dat er is.
Smetana schreef de cyclus toen hij al volledig doof was.
Waar komt de melodie in de Nieuwe Wereld-symfonie vandaan?
Dvořák heeft geen bestaande melodieën geciteerd. Hij schreef thema's die de kenmerken van spirituals en indiaanse muziek overnemen, pentatonische toonladders en verlaagde zevende tonen, maar de melodieën zelf zijn van hem.
Het beroemde thema uit het langzame deel is later van een tekst voorzien en wordt sindsdien vaak voor een spiritual aangezien.
Hoe spreek je Dvořák uit?
Ongeveer dvorzjaak, met de klemtoon op de eerste lettergreep. De ř is een Tsjechische klank die het Nederlands niet kent: een rollende r met tegelijk een zj-klank.
De schrijfwijze met accenten is de correcte; oudere Nederlandse bronnen schrijven vaak Dvorak.
Wie was Bohuslav Martinů?
Een Tsjechische componist die het grootste deel van zijn leven in Parijs, de Verenigde Staten en Zwitserland doorbracht, en die een zeer omvangrijk oeuvre naliet: zes symfonieën, vijftien opera's en honderden kamermuziekwerken.
Zijn stijl combineert Tsjechische ritmiek met Frans neoclassicisme; zie ook de pagina over de 20ste eeuw.