
De Russische kunstmuziek begint laat. Tot ver in de achttiende eeuw werd aan het hof in Sint-Petersburg Italiaanse muziek gespeeld door Italiaanse musici; een eigen repertoire bestond niet. Michail Glinka wordt algemeen als het begin gezien, met zijn opera uit 1836 die Russische taal, Russische stof en Russische melodiek samenbracht.
Wat daarna gebeurt is opmerkelijk snel. Binnen vijftig jaar staat er een school die technisch met elke andere kan wedijveren, en binnen honderd jaar leveren de Russische componisten een deel van het meest gespeelde repertoire ter wereld.
Twee richtingen tekenen zich af. Het Machtige Hoopje (Balakirev, Borodin, Moessorgski, Rimski-Korsakov en Cui) zocht bewust aansluiting bij volksmuziek en kerkzang en wantrouwde de westerse conservatoriumopleiding. Tsjaikovski, opgeleid aan het conservatorium van Sint-Petersburg, koos juist voor de westerse vormen en vulde ze met eigen materiaal.
Het Machtige Hoopje
De vijf waren grotendeels autodidact en hadden alle vijf een ander beroep: Borodin was scheikundige en hoogleraar, Rimski-Korsakov marineofficier, Cui vestingbouwkundig ingenieur, Moessorgski ambtenaar. Alleen Balakirev leefde van de muziek.
Dat amateurisme was deels programma en deels probleem. Moessorgski's Boris Godoenov en Schilderijen van een tentoonstelling ontlenen hun kracht juist aan het negeren van de regels; tegelijk werden veel van zijn werken na zijn dood door Rimski-Korsakov bijgewerkt, wat tot op vandaag discussie oplevert over welke versie de juiste is.
De twintigste eeuw en de staat
Na 1917 splitst het beeld. Rachmaninov en Strawinsky vertrokken en werkten de rest van hun leven in het westen; Prokofjev vertrok en kwam terug; Sjostakovitsj bleef.
Voor wie bleef werd de verhouding tot de staat een doorlopend thema. Sjostakovitsj' vijftiende symfonieën en vijftien strijkkwartetten zijn niet los te lezen van de afwisseling van veroordeling en eerbetoon die zijn loopbaan kenmerkte.
Skrjabin staat buiten deze tweedeling: hij stierf in 1915 en werkte aan een muzikaal-filosofisch project dat in geen enkele school past. Zijn kleur-toonsysteem en het onvoltooide Mysterium staan op zijn eigen pagina.
Achttien namen, twee steden
De Russische lijst is de vijfde van dit naslagwerk en begint abrupt: Michail Glinka, geboren in 1804, is de oudste naam, en alle achttien zijn na 1800 geboren. Van de eeuwen daarvóór komt hier niets, de Russische kunstmuziek begint als zelfstandige traditie pas in de negentiende eeuw.
Elf van de achttien horen bij de romantiek, vijf bij de twintigste eeuw en twee bij het moderne tijdvak. Geen enkel ander land levert in één periode zo’n gesloten blok.
Geografisch is het beeld even geconcentreerd: zeven stierven in Sint-Petersburg en vier in Moskou, en vier zijn in Sint-Petersburg geboren. De rest van een land van deze omvang komt in de lijst nauwelijks voor, en dat klopt met hoe het muziekleven was ingericht, twee conservatoria, twee hoofdsteden, en daarbuiten vrijwel geen opleiding.
Russische componisten in dit naslagwerk
De lijst staat op geboortejaar en loopt van Glinka tot Schnittke. Namen worden gegeven in de Nederlandse schrijfwijze zoals het oorspronkelijke naslagwerk die hanteerde.
Michail Glinka Romantiek 1804–1857
Aleksandr Borodin Romantiek 1833–1887
César Cui Romantiek 1835–1918
Mili Balakirev Romantiek 1837–1910
Modest Moessorgski Romantiek 1839–1881
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski Romantiek 1840–1893
Nikolaj Rimski-Korsakov Romantiek 1844–1908
Anton Arenski Romantiek 1861–1906
Aleksandr Glazoenov Romantiek 1865–1936
Alexander Skrjabin 20ste eeuw 1872–1915
Sergej Rachmaninov Romantiek 1873–1943
Sergej Bortkiewicz Romantiek 1877–1952
Igor Strawinsky 20ste eeuw 1882–1971
Sergej Prokofjev 20ste eeuw 1891–1953
Aram Chatsjatoerjan 20ste eeuw 1903–1978
Dmitri Sjostakovitsj 20ste eeuw 1906–1975
Alfred Schnittke Modern 1934–1998
Nikolaj Kapustin Modern 1937–2020 Veelgestelde vragen
Wat is het Machtige Hoopje?
De bijnaam van een groep van vijf Russische componisten (Balakirev, Borodin, Cui, Moessorgski en Rimski-Korsakov) die vanaf de jaren zestig van de negentiende eeuw een eigen Russische stijl nastreefden.
De naam komt uit een krantenrecensie van Vladimir Stasov en was oorspronkelijk niet als geuzennaam bedoeld.
Waarom worden Russische namen verschillend gespeld?
Omdat het Cyrillische schrift per taal anders wordt omgezet. Het Nederlands schrijft Tsjaikovski en Sjostakovitsj waar het Engels Tchaikovsky en Shostakovich schrijft.
Dit naslagwerk hanteert de Nederlandse transcriptie, omdat een Nederlandstalige lezer daarop zoekt; de Engelse vorm staat er waar dat verwarring voorkomt.
Wie is de meest gespeelde Russische componist?
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, met afstand, zijn balletten, pianoconcert en laatste drie symfonieën staan wereldwijd op de programma's.
In het pianorepertoire deelt Rachmaninov die positie; zijn tweede en derde pianoconcert zijn onder de meest uitgevoerde concerten die er zijn.
Wat heeft Skrjabin met kleur te maken?
Skrjabin koppelde toonsoorten aan kleuren en schreef in zijn Prometheus een partij voor een klavier dat licht moest projecteren in plaats van klank.
Of hij werkelijk synesthesie had is nooit vastgesteld; het systeem dat hij hanteerde is in elk geval doordacht en consequent.