Naar de inhoud
Componisten.net

Spanje

Spaanse componisten en de gitaar achter de pianomuziek

Een muzikale taal die eeuwenlang buiten de concertzaal leefde, en die rond 1900 door vier componisten binnen één generatie naar binnen werd gehaald.

5componisten
2stijlperiodes
1844vroegste geboortejaar
Papieren gitaarlichaam met een waaier en gescheurde stroken in wijnrood en roze (met AI gemaakte afbeelding)AI
Gitaar en waaier · Met AI gemaakte afbeelding

De Spaanse kunstmuziek heeft een eigenaardige geschiedenis. Het land bezat eeuwenlang een van de rijkste volksmuziektradities van Europa (flamenco, jota, fandango, zarzuela), maar die muziek leefde op straat, in het theater en in de taverne, niet in de concertzaal.

Dat veranderde rond 1900. Felipe Pedrell, musicoloog en leraar, betoogde dat een Spaanse school alleen kon ontstaan door uit het eigen materiaal te putten in plaats van uit het Duitse. Zijn leerlingen (Albéniz, Granados en Falla) deden precies dat.

Het resultaat is repertoire dat onmiddellijk als Spaans herkenbaar is zonder folkloristisch te zijn: de ritmes en toonladders van de flamenco zitten in de bouw van de stukken, niet als citaat erbovenop.

Het pianorepertoire

Albéniz' Iberia, een bundel van twaalf stukken uit 1905–1909, is technisch een van de zwaarste opgaven in de hele pianoliteratuur en tegelijk het meest volledige portret van de Spaanse regio's dat er bestaat.

Granados' Goyescas, geïnspireerd op de schilderijen van Goya, volgt kort daarna. Beide werken vertalen gitaartechniek naar de piano: gebroken akkoorden, snelle herhalingen, het aanslaan van open snaren.

De gitaar en de viool

De gitaar is het instrument waar de Spaanse harmonie vandaan komt. De kenmerkende reeks dalende akkoorden van de flamenco volgt rechtstreeks uit hoe een hand over de hals beweegt, en die reeks duikt bij alle componisten in deze lijst op.

Pablo de Sarasate staat er los van: hij was violist van wereldformaat en schreef vooral voor zichzelf. Zijn Zigeunerweisen is nooit uit het repertoire verdwenen.

De Spaanse Gouden Eeuw

Het beeld dat Spanje pas rond 1900 kunstmuziek voortbracht klopt alleen voor de negentiende eeuw. In de zestiende en zeventiende eeuw behoorde het land tot de belangrijkste van Europa: Tomás Luis de Victoria, Cristóbal de Morales en Francisco Guerrero schreven kerkmuziek die naast die van Palestrina staat, en Antonio de Cabezón was een van de eerste grote klaviercomponisten.

Daarnaast bestond er een uitgebreid repertoire voor vihuela, een gitaarachtig instrument met de stemming van de luit. De bundels van Luis de Milán en Luis de Narváez uit de jaren dertig van de zestiende eeuw bevatten de oudste gedrukte variatiereeksen van Europa.

Die traditie brak af met de politieke en economische neergang van het land, en het duurde tot Pedrell en zijn leerlingen voordat er weer een Spaanse school ontstond. Wat de twintigste-eeuwse componisten deden was dus niet iets nieuws beginnen maar een draad oppakken.

Vijf namen binnen achtendertig jaar

De Spaanse lijst is uitzonderlijk compact: vijf componisten, allemaal geboren tussen 1844 en 1882. Achtendertig jaar, en daarmee de dichtst opeengepakte groep van enige omvang in dit naslagwerk.

Die dichtheid heeft één oorzaak: de generatie die het Spaanse idioom uit de zarzuela en de salon naar de concertzaal bracht, werkte allemaal tegelijk. Sarasate deed het voor de viool, Albéniz en Granados voor de piano, Falla voor het orkest en het toneel, Turina voor de kamermuziek.

Drie van de vijf stierven buiten Spanje, en in twee gevallen onder ongewone omstandigheden. Albéniz stierf in 1909 in een Frans kuuroord; Granados verdronk in 1916 in het Kanaal toen de veerboot Sussex door een Duitse torpedo werd getroffen; Falla stierf in 1946 in Argentinië, waarheen hij zich na de burgeroorlog had teruggetrokken en niet meer vandaan kwam.

Spaanse componisten in dit naslagwerk

De lijst staat op geboortejaar en beslaat nauwelijks veertig jaar, de hele Spaanse heropleving past in één generatie.

Veelgestelde vragen

Wat is zarzuela?

Het Spaanse muziektheater met gesproken dialogen tussen de zangnummers, vergelijkbaar met de Duitse Singspiel of de Franse opéra comique.

Het genre bestaat sinds de zeventiende eeuw en was in Spanje veel populairder dan de opera. Falla en Granados schreven er allebei voor.

Wie is de bekendste Spaanse componist?

Manuel de Falla, wiens balletten De driekante steek en De betoverde liefde internationaal repertoire zijn geworden.

In het pianorepertoire is Albéniz met Iberia het meest gezaghebbend; bij het brede publiek is Sarasates Zigeunerweisen waarschijnlijk het bekendste losse stuk.

Wat is flamenco en hoort het hierbij?

Flamenco is een Andalusische traditie van zang, gitaarspel en dans met een eigen scholing en een eigen repertoire. Het staat naast de kunstmuziek, niet erin.

De componisten in deze lijst hebben er wel uit geput: de toonladders, ritmische patronen en akkoordreeksen van de flamenco zijn in hun werk terug te horen.

Waarom kent Spanje geen oudere componisten in dit naslagwerk?

Spanje had wel degelijk grote renaissancecomponisten (Victoria, Morales, Cabezón), maar die zijn in de oorspronkelijke gegevens van dit naslagwerk niet opgenomen.

Wat er staat is daarmee een selectie, geen volledig overzicht; de renaissancepagina geeft de bredere context.