Leven
Max Bruch werd geboren in Keulen op 6 januari 1838. Na zijn eerste muzieklessen van zijn moeder, die zanglerares was, volgde hij muziektheorie. Zijn eerste composities schreef hij toen hij elf jaar oud was. Op zijn veertiende schreef hij reed zijn eerste symfonie. Een van zijn leraars was Ferdinand Hiller, pianist, componist, dirigent en ook oprichter van het Keulse conservatorium.
In 1858 ging hij les geven in zijn geboorteplaats kunnen. In dat jaar schreef hij ook zijn eerste opera, "Scherz, List und Rache", gebaseerd op een werk van Goethe. De tweede opera, "Die Loreley" volgde vijf jaar later en in 1872 verscheen de derde, "Hermione", gebaseerd op "The Winter's Tale" van Shakespeare. Zijn vioolconcerto in g klein, twee symfonieën en groot aantal instrumentale stukken en composities voor koor dateren ook uit deze periode. Hij dirigeerde zelf een aantal van zijn koorwerken in de grote steden zoals Parijs, Brussel...
In 1873 was zijn reputatie een feit. Max Bruch bleef componeren en dirigeren: van 1880 tot 1883 was hij dirigent van de Philharmonic Society van Liverpool, waar hij in 1880 ook trouwde. Hij kreeg er zelfs een eredoctoraat van de universiteit van Cambridge. Van 1883 tot 1890 dirigeerde hij het stedelijk orkest van Breslau. Daarna werd hij op tot hoogleraar benoemd aan de Hochschule van Berlijn, waar hij tot 1910 bleef.
Hoewel het begin van zijn carrière veelbelovend was, heeft hij nooit het niveau van Mozart of Mendelssohn bereikt zijn composities voor koor en orkest worden beschouwd als de beste uit zijn oeuvre. Toch wordt zijn reputatie vandaag bijna uitsluitend verklaard door het succes van zijn eerste vioolconcerto en dat van zijn "Kol Nidrei" voor cello.
Aan het einde van z'n leven was Max Bruch ietwat verbitterd omdat er maar zo weinig waardering was voor zijn muzikale oeuvre. Hij bleef echter componeren tot aan zijn dood op 20 oktober 1920 (Friedenau, Berlijn).
Belangrijkste werken
Betekenis
Bruch schreef ruim tweehonderd werken, waaronder drie symfonieën, drie opera's en een omvangrijk koorrepertoire dat in de negentiende eeuw zeer populair was. Wat ervan over is, zijn vrijwel uitsluitend de werken voor strijkinstrument en orkest.
Het eerste vioolconcert in g klein uit 1868 is een van de meest uitgevoerde concerten die er bestaan, en Bruch heeft zich daar zijn leven lang aan geërgerd: hij verkocht de rechten voor een eenmalig bedrag en zag er daarna niets meer van, terwijl violisten hem bleven vertellen dat ze niets anders van hem speelden.
Kol Nidrei uit 1881 is gebouwd op twee Hebreeuwse melodieën die hij van de kantor van de Berlijnse synagoge kreeg. Het werk heeft tot de hardnekkige veronderstelling geleid dat Bruch joods was; hij was protestants, wat de nazi's er niet van weerhield zijn werk te verbieden.
Hij was decennialang kapelmeester in Koblenz, Liverpool en Breslau en vanaf 1890 hoogleraar in Berlijn, waar Respighi en Vaughan Williams tot zijn leerlingen behoorden.
Het handschrift dat hij nooit terugzag
Bruch verkocht het eerste vioolconcert kort na de voltooiing voor een vast bedrag aan zijn uitgever. Het stuk werd een van de meest gespeelde concerten ter wereld en hij heeft er de rest van zijn leven vrijwel niets meer aan verdiend, een ergernis waarop hij tot op hoge leeftijd terugkwam.
Het handschrift raakte hij er ook nog bij kwijt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stuurde hij het naar de Amerikaanse pianistenzusters Rose en Ottilie Sutro, met het verzoek het te verkopen en hem de opbrengst te sturen; hij had het geld nodig, de inflatie had zijn vermogen verdampt.
De zusters hielden het manuscript en stuurden hem bedragen in Duitse marken die op het moment van aankomst vrijwel waardeloos waren. Bruch stierf in 1920 in de overtuiging dat hij was bestolen. Het handschrift dook pas in 1949 weer op en ligt nu in de Pierpont Morgan Library in New York.
Zijn verbittering ging trouwens verder dan het geld. Hij had ruim tweehonderd werken geschreven (drie symfonieën, drie opera’s, een omvangrijk koorrepertoire) en kreeg tot vervelens toe te horen dat men hem om één concert bewonderde.
Vragen over Bruch
Waarom is alleen het eerste vioolconcert bekend?
Bruch schreef er drie, maar het eerste uit 1868 heeft de andere twee volledig overschaduwd. Hij vond dat zelf uiterst frustrerend, temeer omdat hij de rechten voor een eenmalig bedrag had verkocht.
Wat is Kol Nidrei?
Een werk voor cello en orkest uit 1881 op twee Hebreeuwse melodieën, waaronder het gebed dat de Grote Verzoendag opent. Bruch kreeg de melodieën van de kantor van de Berlijnse synagoge.
Was Bruch joods?
Nee, hij was protestants. De veronderstelling komt van Kol Nidrei; de nationaalsocialisten namen haar over en verboden zijn werk.
Wat is de Schotse fantasie?
Een werk voor viool en orkest uit 1880 op Schotse volksmelodieën, met een harp in het orkest. Het is na het eerste vioolconcert zijn meest gespeelde werk.
