Leven
Vader Falla was afkomstig uit Valencia en moeder Matheu uit een Catalaanse familie. Toch werd Manuel geboren in het Andalousische Cadiz (aan de Atlantische kust) op 23 november 1876. Van zijn moeder kreeg hij de eerste pianolessen, en al vroeg traden ze samen op. In Madrid gaat hij bij Galuzzo en Otero studeren; later ook aan het conservatorium en privé bij Felipe Pedrell. Die laatste wist hem spoedig te overhalen de weg van Albéniz en Granados in te slaan: nl. op zijn eigen manier meewerken aan de verheffing van de Spaanse nationale muziek door meesterwerken te componeren op basis van de volksmuziek. De opera "La vida breve" met de beroemde Spaanse dans is daarvan het eerste voorbeeld. In 1907 wordt hij steeds vaker als concertpianist gevraagd. Verder verblijft hij zeven jaar in Parijs. Hij leert er Debussy, Fauré en Ravel kennen en raakt vooral bevriend met Dukas. De drie symfonische gedichten "Nachten in de tuinen van Spanje" ontstonden in die periode. Naast pianomuziek schreef hij in Parijs ook enig mooie Spaanse liederen, grotendeels op oude Spaanse volksmelodieën ("Siete canciones populares españolas").
Tijdens de oorlog 1914-1918 trekt hij zich terug achter de Pyreneeën, en componeert er "El Amor Brujo" ("De magische liefde"), enigszins te vergelijken met Strawinsky's "Sacre du Printemps". Het is een ballet met zang, dat echter vooral als symfonische suite zijn weg naar het grote concertpubliek vond.
"El sombrero de tres picos" ("De Driesteek") was bedoeld als komische opera, maar werd ten slotte ook als ballet (voor Diaghilew) bewerkt omdat het verhaal bij testament van de tekstdichter nooit als libretto voor een opera mocht dienen.
Na de dood van zijn ouders blijft de Falla 20 jaar met zijn zus samenwonen in Granada. Hij wordt er bevriend met Garcia Lorca. Voor de beroemde klaveciniste Wanda Landowska werkt hij twee jaar lang aan het "Concierto per Clavicembalo", dat nauwelijks tien minuten duurt, en door zes instrumenten moet uitgevoerd worden. In deze enkele bladzijden liggen de muzikale mogelijkheden van de 15de tot de 20ste eeuw als het ware gecondenseerd.
In 1939 wordt de fascistische grond hem te heet onder de voeten, en hij vertrekt in vrijwillige ballingschap naar Argentinië. Op 14 november 1946 sterft hij er in zijn armoedig landhuis. Op de staatskosten wordt zijn lichaam overgebracht naar Spanje en begraven in zijn geboortestad Cadiz.
Belangrijkste werken
Betekenis
Falla is de Spaanse componist met het internationaal grootste bereik en tegelijk de zuinigste: hij liet een klein oeuvre na, herzag eindeloos, en liet niets uitgaan waar hij niet zeker van was.
Zijn zeven Parijse jaren, van 1907 tot 1914, waren beslissend. Hij raakte er bevriend met Debussy, Ravel en Dukas, en leerde van hen een orkestbehandeling die het Andalusische materiaal doorzichtig laat klinken in plaats van het toe te dekken.
El sombrero de tres picos uit 1919, geschreven voor Diaghilevs Ballets Russes met decors van Picasso, bracht de Spaanse muziek definitief het internationale repertoire in. De slotdans, een jota, is zijn bekendste muziek.
Na 1920 trok hij zich terug in Granada en werd zijn stijl steeds soberder. Bij het uitbreken van de burgeroorlog vertrok hij naar Argentinië, waar hij in 1946 stierf zonder zijn levenswerk Atlántida te hebben voltooid.
Het cante jondo-concours van 1922
In juni 1922 organiseerde Falla samen met Federico García Lorca in Granada een wedstrijd voor cante jondo, de oudste en zwaarste vorm van de flamencozang. Hij vond dat die zang aan het verdwijnen was, opgeslokt door het café-flamenco dat op toeristen was gericht.
De regels waren dan ook streng: beroepsartiesten mochten niet meedoen. Er kwamen zangers uit heel Andalusië, en de wedstrijd werd gewonnen door een man van tweeënzeventig en een jongen van elf. Andrés Segovia speelde, Ignacio Zuloaga betaalde mee, en Falla schreef er zelf een verhandeling bij over de herkomst van het genre.
De Spaanse pers vond het onzin. Dat een componist van internationale naam zich inzette voor zigeunerzang uit de kroeg, werd als provocatie opgevat, en de wedstrijd is daarna maar één keer herhaald.
Toch is het een keerpunt geweest. Het is het eerste geval waarin flamenco als een erfgoed werd behandeld dat bescherming behoeft, en de opnamen en teksten die er zijn verzameld staan aan het begin van alles wat er later over is geschreven.
Vragen over Falla
Wat is El amor brujo?
Een ballet uit 1915 over een zigeunermeisje dat door de geest van haar overleden minnaar wordt achtervolgd. De Ritueeldans van het vuur is er het bekendste fragment uit.
Wat zijn Noches en los jardines de España?
Drie symfonische impressies voor piano en orkest uit 1916, over tuinen in Granada en Córdoba. De piano is er geen solist maar een stem binnen het orkest.
Wat is Atlántida?
Falla's onvoltooide levenswerk, een scenische cantate waaraan hij vanaf 1928 tot zijn dood werkte. Zijn leerling Ernesto Halffter voltooide het in 1961.
Wie was Felipe Pedrell?
De musicoloog en leraar die Falla, Albéniz en Granados op het spoor van de Spaanse volksmuziek zette; zie Spaanse componisten.
