
Na 1950 verandert niet alleen de stijl maar de vraag. Waar een componist eeuwenlang koos hoe hij noten rangschikte, komt nu de vraag op tafel wat een noot eigenlijk is, wat een uitvoering is en of de componist elke beslissing moet nemen.
Drie antwoorden staan naast elkaar. Het serialisme regelt alles (toonhoogte, duur, sterkte, klankkleur) volgens reeksen. Het toevalsprincipe laat juist beslissingen over aan de uitvoerder of aan het moment. Het minimalisme kiest voor heel weinig materiaal dat heel lang doorgaat en bijna onmerkbaar verschuift.
Daarnaast wordt de elektronica een eigen instrument. In de studio's van Keulen, Parijs en Milaan wordt vanaf de jaren vijftig muziek gemaakt die geen uitvoerder meer nodig heeft, en die daarmee ook geen partituur in de gebruikelijke zin kent.
De studio als instrument
Elektronische muziek begon met twee benaderingen. De musique concrète in Parijs vertrok van opgenomen geluid uit de wereld en bewerkte dat; de elektronische studio in Keulen bouwde klank op uit sinustonen en ruis.
Stockhausen werkte in Keulen en combineerde beide benaderingen al snel met live-uitvoering. Het gevolg was een repertoire waarin een luidspreker net zo goed een deelnemer is als een cellist.
Minimalisme en het geduld van de luisteraar
Een minimalistisch stuk zet een kort patroon neer en herhaalt dat, met verschuivingen die zo klein zijn dat je ze pas opmerkt als ze al gebeurd zijn. Het effect is dat de aandacht verschuift van wat er gebeurt naar hoe het gebeurt.
De beweging ontstond in de Verenigde Staten in de jaren zestig en werd de eerste na-oorlogse richting die een breed publiek vond, in de concertzaal, maar ook via dans, film en popmuziek.
Zeventien namen uit elf landen
De moderne lijst is de meest verspreide van het naslagwerk: zeventien componisten uit elf landen, met de Verenigde Staten als grootste groep met drie namen en daarna Frankrijk, Polen, Argentinië en Rusland met elk twee. In geen enkele andere periode ligt het zwaartepunt zo weinig op één plek.
De geboortejaren lopen van 1883 tot 1948. Dat is een spreiding van vijfenzestig jaar over zeventien namen, breder dan bij welke andere periode ook in verhouding tot de omvang, en het laat zien dat de plaatsing hier op de muziek berust en niet op het geboortejaar. Varèse en Webern zijn geboren in hetzelfde jaar als componisten die verderop onder de twintigste eeuw staan; ze staan hier omdat hun werk de naoorlogse generatie vormde.
Die generatie werkte ook aan elkaar: Webern werd na 1945 door Boulez en Stockhausen als uitgangspunt genomen, en Xenakis bracht als opgeleid ingenieur en architect een rekenwijze mee die in de muziek nog niet bestond.
Hoe je hier het beste binnenkomt
Deze periode heeft de naam ontoegankelijk te zijn, en dat komt vooral doordat de gebruikelijke houvast wegvalt: er is meestal geen toonsoort, dus de vraag waar gaat dit heen levert niets op. Wie in plaats daarvan luistert naar wat er verandert, en hoe langzaam, heeft meteen wel iets te volgen.
Het minimalisme is daarom de makkelijkste ingang: het patroon is hoorbaar, de verschuiving is hoorbaar, en er is niets anders nodig. Daarna ligt de weg open naar de klankvlakken van Ligeti, waar tientallen stemmen samen één traag bewegend oppervlak vormen, en pas daarna naar het volledig uitgerekende werk van Boulez of de wiskundige vormen van Xenakis.
Piazzolla staat in dit rijtje apart en is precies daarom een goede tweede stap: hij bracht de tango naar de concertzaal met dezelfde harmonische vrijheid als zijn tijdgenoten, maar met een puls die geen enkele uitleg nodig heeft.
Componisten uit de modern: het overzicht
Deze lijst is kort. Dat weerspiegelt de opzet van dit naslagwerk, dat zijn zwaartepunt in de eeuwen daarvoor heeft, en niet het aanbod van de periode zelf.
Edgard Varèse Frankrijk 1883–1965
Anton Webern Oostenrijk 1883–1945
John Cage Verenigde Staten 1912–1992
Witold Lutosławski Polen 1913–1994
Alberto Ginastera Argentinië 1916–1983
Astor Piazzolla Argentinië 1921–1992
Iannis Xenakis Griekenland 1922–2001
György Ligeti Hongarije 1923–2006
Luciano Berio Italië 1925–2003
Pierre Boulez Frankrijk 1925–2016
Karlheinz Stockhausen Duitsland 1928–2007
Krzysztof Penderecki Polen 1933–2020
Alfred Schnittke Rusland 1934–1998
Steve Reich Verenigde Staten 1936–
Philip Glass Verenigde Staten 1937–
Nikolaj Kapustin Rusland 1937–2020
Andrew Lloyd Webber Groot Brittannië 1948– Veelgestelde vragen
Waar houdt de moderne periode op?
Nergens, in de zin dat er nu nog componisten werken. In dit naslagwerk loopt de aanduiding vanaf ongeveer 1950 door tot het heden.
Voor muziek van de laatste decennia bestaat geen gevestigde periodenaam; de afstand die daarvoor nodig is, is er nog niet.
Wat is aleatoriek?
Muziek waarin een deel van de beslissingen aan het toeval of aan de uitvoerder wordt gelaten: de volgorde van de delen, de keuze uit fragmenten, soms de toonhoogte zelf.
Het woord komt van het Latijnse alea, dobbelsteen. Het staat ook in het glossarium.
Is er nog verschil tussen componist en uitvoerder?
In een groot deel van dit repertoire wel, en het verschil is vaak zelfs groter geworden: seriële partituren vragen een precisie die alleen specialisten halen.
In het aleatorische en elektronische deel vervaagt de grens juist, omdat de uitvoerder meebeslist of omdat er helemaal geen uitvoerder meer is.
Waarom staan er zo weinig moderne componisten op deze site?
Het zwaartepunt van dit naslagwerk ligt bij het repertoire dat in concertzalen en muziekonderwijs het meest terugkeert, en dat loopt tot ruwweg het midden van de twintigste eeuw.
De namen die er staan zijn gekozen als ingang tot de richtingen die hierboven beschreven zijn, niet als volledig overzicht.