Leven
Paul Abraham Dukas werd geboren te Parijs op 1 oktober 1865. Hij was niet alleen componist, maar ook criticus en leraar compositie aan het Parijse conservatorium. Dukas was ook een meester in het orkestreren, en werd door Saint-Saëns en Debussy geapprecieerd.
Van kindsbeen af was Paul Dukas vertrouwd met de muziekwereld. Zijn moeder was een uitstekende pianiste, en zijn vader hield van cultuur en geschiedenis. Toen hij nog maar vijf jaar oud was, leerde hij piano spelen. Het was echter pas op zijn veertiende dat hij bewust voor een carrière in de muziekwereld koos. Hij ging tussen 1882 en 1888 studeren aan het Conservatorium van Parijs. Zijn leraars waren T. Dubois, G. Mathias en E. Guiraud, een vriend van Georges Bizet. Hij onderging ook duidelijke invloeden van César Franck en het impressionisme van Claude Debussy, met wie hij vriendschap sloot.
Na zijn studies aan het Conservatorium begon hij te werken als criticus. Van 1910 tot 1912 ging hij aan de slag als leraar orkestratie aan het Parijs Conservatorium, waar hij vanaf 1927 tot aan het einde van zijn leven ook composietie onderwees. Een van zijn leerlingen was Olivier Messiaen. In 1934 werd hij verkozen tot lid van de Académie. Hij stierf op 17 mei 1935 in zijn geboortestad.
De meesten kennen Dukas enkel van zijn werk 'l'Apprenti sorcier' (De leerling tovenaar), geïnspireerd op een ballade van Goethe, dat hij in 1897 schreef. Dit symfonische gedicht werd gebruikt in Walt Disney's "Fantasia". Hij componeerde evenwel nog een aantal werken, waaronder de opera 'Ariane et Barbe-Bleue', gebaseerd op een libbretto van M. Maeterlick, het ballet 'La Péri' en een symfonie.
Paul Dukas was zeer bescheiden - men durft wel eens zeggen dat hij geen zelfvertrouwen had - maar veeleisend. Een groot deel van zijn oeuvre heeft hij vernietigd omdat hij van oordeel was dat ze niet perfect genoeg waren. Slechts een relatief klein deel vond hij goed genoeg om te laten publiceren.
Belangrijkste werken
Betekenis
Dukas is het meest uitgesproken voorbeeld van een componist die zijn eigen werk vernietigde. Hij was zo streng voor zichzelf dat hij het grootste deel van wat hij schreef verbrandde, waaronder een voltooide opera en meerdere symfonische werken. Wat over is, beslaat nauwelijks een dozijn stukken.
L'apprenti sorcier uit 1897, naar de ballade van Goethe, is zijn bekendste werk en een van de meest gespeelde orkeststukken die er zijn. De fagot die het bezemsteelthema draagt en de opbouw naar de overstroming zijn schoolvoorbeelden van muzikale vertelling.
Zijn opera Ariane et Barbe-Bleue, op een libretto van Maeterlinck dat eerst aan Debussy was aangeboden, wordt door kenners hoger aangeslagen dan zijn tovenaarsleerling maar is door de bezetting zelden te zien.
Als hoogleraar aan het conservatorium leidde hij Messiaen, Duruflé en Rodrigo op. Zijn laatste gepubliceerde werk is een korte pianohulde aan de gestorven Debussy.
De uitgever van Rameau
Dukas publiceerde in veertig jaar vijf werken en vernietigde vrijwel al het andere, maar hij heeft in diezelfde jaren een tweede oeuvre nagelaten dat niet op zijn naam staat: hij bezorgde muziekuitgaven.
Voor Durand werkte hij mee aan de verzamelde werken van Rameau, die tussen 1895 en 1918 in achttien delen verschenen en waarvoor achttiende-eeuwse handschriften en drukken moesten worden vergeleken. Hij verzorgde daarnaast uitgaven van Scarlatti, Beethoven en Couperin.
Dat werk paste bij de man. Dukas was jarenlang muziekcriticus en schreef honderden stukken waarin hij het vak van binnenuit besprak, altijd zorgvuldig en vaak over anderen dan de mode van dat moment. Zijn oordeel was in Parijs gevreesd, en hij hield het ook tegen zichzelf aan.
Er loopt bovendien een lijn van die uitgaven naar zijn lessen. Als hoogleraar aan het conservatorium leidde hij Messiaen, Duruflé en Rodrigo op, en hij liet ze de oude Franse meesters lezen zoals hij ze zelf had gelezen, als levend materiaal, niet als geschiedenis.
Vragen over Dukas
Wat is L'apprenti sorcier?
Een orkestwerk uit 1897 naar Goethes ballade over een tovenaarsleerling die een bezemsteel tot leven wekt en hem niet meer kan stoppen. Het is zijn bekendste werk.
Waarom schreef Dukas zo weinig?
Hij vernietigde het grootste deel van zijn eigen werk uit ontevredenheid, waaronder een voltooide opera en meerdere symfonische stukken. Wat bewaard bleef beslaat nauwelijks een dozijn werken.
Wat is Ariane et Barbe-Bleue?
Een opera uit 1907 op een libretto van Maeterlinck dat eerst aan Debussy was aangeboden. Ze wordt door kenners hoog aangeslagen maar is door de zware bezetting zelden te zien.
Wie waren zijn leerlingen?
Onder anderen Olivier Messiaen, Maurice Duruflé en Joaquín Rodrigo, aan het Parijse conservatorium.
