Leven
Anton Stepanovich Arensky werd geboren in Novgorod op 12 juli 1861. Zijn vader was cellist en zijn moeder pianiste. Zij gaf hem zijn eerste pianolessen. Toen hij nog maar negen was, had hij al enkele liederen en pianowerkjes gecomponeerd.
Toen de familie naar Sint-Petersburg verhuisde, ging Arensky voortstuderen aan het conservatorium in 1879. Hij kreeg er onder meer compositieles van Rimski-Korsakov.
Na het voltooien van zijn studies, ging hij naar het conservatorium van Moskou als harmonie- en contrapuntleraar. Onder zijn leerlingen treft met een paar bekende namen aan: Rachmaninov, Skrjabin, Glière. In Moskou kwam hij ook in contact met Tsjaikovski.
In 1894 volgde hij Balakirev op als directeur van de keizerlijke kapel van Sint-Petersburg. Hij verliet deze post in 1901 om de rest van zijn leven te wijden aan het componeren. Hij bleef ook optreden als pianist en dirigent.
Net als Rimski-Korsakov was Anton Arensky reeds op jonge leeftijd beginnen drinken en gokken. Zijn gezondheid leed er steeds meer onder. Op 25 februari 1906 stierf hij aan tuberculose in het Finse Terioki (toen nog deel van Rusland).
Anton Arensky's stijl onderging vele invloeden: Chopin, Tsjaikovski, Mendelssohn. Vreemd genoeg ondervond hij weinig of geen invloed van zijn leraar Rimski-Korsakov.
Hij componeerde een aantal pianoconcerti waarin Chopins stijl onder de vorm van subtiele versieringen en zangerige melodieën duidelijk hoorbaar is. Hij schreef ook nog enkele opera's, twee symfonieën, een vioolconcerto, twee strijkkwartetten, een pianokwintet en een pianotrio.
Belangrijkste werken
Betekenis
Arenski studeerde bij Rimski-Korsakov in Sint-Petersburg en werd op zijn tweeëntwintigste hoogleraar harmonieleer in Moskou, waar Rachmaninov, Skrjabin en Glière tot zijn studenten behoorden.
Muzikaal stond hij dichter bij Tsjaikovski dan bij zijn eigen leraar, en die keuze heeft hem zijn positie gekost: Rimski-Korsakov schreef na zijn dood dat Arenski snel vergeten zou worden omdat hij zich te veel door Tsjaikovski had laten leiden. Dat oordeel is grotendeels uitgekomen, maar niet helemaal.
Twee werken zijn gebleven. Het pianotrio in d uit 1891, geschreven ter nagedachtenis van de cellist Karl Davydov, behoort tot het vaste kamermuziekrepertoire, en de Variaties op een thema van Tsjaikovski voor strijkorkest worden wereldwijd door strijkersensembles gespeeld.
Zijn leven eindigde vroeg: hij dronk en gokte zwaar, verloor in 1901 zijn positie aan de hofkapel en stierf vijf jaar later op zijn vijfenveertigste aan tuberculose.
Waarom hij bijna verdween
Arenski was bij zijn dood een gevestigde naam: hoogleraar, hofkapelmeester, veelgespeeld. Een eeuw later stond er van hem nog één stuk regelmatig op de lessenaar. Hoe dat gaat, laat zich aan zijn geval goed uitleggen.
De eerste reden is het genre. Zijn zwaartepunt lag bij de salonstukken, de suites voor twee piano’s en de kamermuziek, en juist die muziek verdween met de huiskamer waarvoor ze bedoeld was. Wie geen symfonie of concert in het repertoire heeft, verliest zijn plaats zodra de concertzaal het overneemt.
De tweede is de beoordeling door zijn eigen kring. Rimski-Korsakov, zijn leraar, schreef in zijn memoires dat Arenski snel vergeten zou worden, en dat oordeel is generaties lang nagesproken. Een leerling die door zijn meester wordt afgeschreven, krijgt zelden een tweede kans.
De derde is dat hij te vroeg stierf om zichzelf te herzien. Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw is zijn kamermuziek weer opgenomen en gespeeld, en het pianotrio in d is inmiddels een van de vaker uitgevoerde Russische trio’s, een terugkeer die hij zelf niet meer heeft kunnen sturen.
Er is intussen ook vast te stellen wat er wél is gebleven. Zijn Variaties op een thema van Tsjaikovski staan permanent in het repertoire van strijkorkesten, het pianotrio in d is een van de vaker gespeelde Russische trio’s, en zijn liederen worden opgenomen. Voor een componist van wie zijn eigen leraar voorspelde dat hij snel vergeten zou worden, is dat geen slechte uitkomst.
Vragen over Arenski
Wat is Arenski's bekendste werk?
Het pianotrio nr. 1 in d klein uit 1891 en de Variaties op een thema van Tsjaikovski voor strijkorkest uit 1894. Beide staan vast in het repertoire.
Wie waren zijn leerlingen?
Onder anderen Sergej Rachmaninov, Aleksandr Skrjabin en Reinhold Glière, aan het conservatorium van Moskou waar hij vanaf zijn tweeëntwintigste harmonieleer doceerde.
Wat schreef Rimski-Korsakov over hem?
Dat Arenski snel vergeten zou worden omdat hij zich te sterk door Tsjaikovski had laten leiden. Dat oordeel is grotendeels uitgekomen, al zijn twee van zijn werken repertoire gebleven.
Welk thema gebruikte hij voor de variaties?
Het thema uit Tsjaikovski's lied Legende, ook bekend als Het kind Jezus had een tuin, uit diens zestien kinderliederen opus 54.
