Leven
Eugène Ysaÿe werd geboren in Luik (België) 12 juli 1858. Toen hij vijf was kreeg hij de eerste muzieklessen van zijn vader. Twee jaar later stond hij voor het eerst op het podium, maar het succes was niet zo groot als zijn vader gehoopt had. Ysaÿe was zeker geen wonderkind: hij werd zelfs eens uit het conservatorium van Luik gezet wegens slechte resultaten.
In 1873 begon hij zijn studies bij Henryk Wieniawski. Ysaÿe had veel bewondering voor hem, en de lessen die hij daar kreeg mag men beschouwen als een keerpunt in zijn carrière. Daarna ging Ysaÿe bij Henri Vieuxtemps in de leer. Deze slaagde erin een beurs te verkrijgen opdat Ysaÿe zijn studies zou kunnen verderzetten.
In 1879 ging Ysaÿe naar Keulen voor een paar concerten, waar hij voorgesteld werd aan Joseph Joachim. Daar speelde hij Beethovens sonate in C klein met Clara Schumann aan de piano.
Al spoedig vergaarde Eugène Ysaÿe roem: in 1880 werd hij concertmeester van een Berlijnse orkest, waar hij verbleef tot aan zijn vertrek naar Noorwegen, waar hij op tournee ging. In 1883 speelde hij aan het Parijse conservatorium, waar hij bevriend raakte met César Franck, Ernest Chausson en andere beroemdheden. In 1896 werd hij professor aan het Brussels conservatorium, waar hij elf jaar verbleef.
Ysaÿe's carrière startte niet gemakkelijk: slechts toen hij 32 jaar oud was kreeg hij internationale bekendheid. Hoewel zijn nogal wilde levensstijl zijn vioolspel niet altijd ten goede kwam, was het publiek nooit teleurgesteld. Een anekdote: open dag moest hij een concert in Bordeaux geven, maar hij had wat diep in het glas gekeken waardoor het eerste deel van het concert niet zo goed af liep. Maar tijdens het tweede deel bracht hij het 'Poème' van Ernest Chausson op zo'n emotionele wijze, dat het hele publiek in tranen losbarstte.
Ysaÿe bracht het overgrote deel van zijn leven in Brussel door. In 1896 trouwde hij met Louise Bourdeau de Coutrai. Zij kregen drie kinderen, maar Louise stierf in 1924, hetzelfde jaar waarin hij zes vioolsonates schreef. Het tweede huwelijk volgde in 1928, toen Ysaÿe reeds 70 jaar oud was. Drie jaar later stierf hij, op 12 mei 1931, even voor zijn 73ste verjaardag.
Belangrijkste werken
Betekenis
Ysaÿe was in de decennia rond 1900 de belangrijkste violist van Europa, en de componist aan wie een reeks werken is opgedragen die het repertoire dragen: de vioolsonate van Franck, het strijkkwartet van Debussy, Poème van Chausson. Wat voor hem geschreven werd, is grotendeels blijven staan.
Zijn eigen hoofdwerk zijn de zes sonates voor viool solo uit 1923, elk opgedragen aan een violist van de volgende generatie en elk geschreven naar diens spelstijl. Ze zijn het antwoord op Bachs sonates en partita's, en het zwaarste wat een violist zonder begeleiding kan spelen.
Hij was bovendien dirigent, zeven jaar chef van het Cincinnati Symphony Orchestra, en leraar. De Luikse en Brusselse vioolschool die hij met Vieuxtemps vormgaf, trok leerlingen uit heel Europa; zie Belgische componisten.
Op het eind van zijn leven werd zijn linkerbeen geamputeerd. Hij hoorde de première van zijn Waalse opera Piér li Houïeu in 1931 vanaf zijn ziekbed, via een telefoonverbinding met de schouwburg.
De wedstrijd die zijn naam droeg
Ysaÿe heeft aan het eind van zijn leven met koningin Elisabeth van België gesproken over een internationale wedstrijd voor jonge musici. Zij was zijn leerlinge geweest, hij gaf haar vioolles, en ze hebben het plan samen uitgewerkt.
In 1937, zes jaar na zijn dood, werd het Concours Eugène Ysaÿe voor het eerst gehouden. De eerste winnaar was de zeventienjarige David Oistrach; twee jaar later, bij de pianowedstrijd, won Emil Gilels.
Na de oorlog werd de wedstrijd hervat onder de naam Koningin Elisabethwedstrijd, en ze is uitgegroeid tot een van de drie of vier belangrijkste ter wereld. De finalisten zitten een week in afzondering met een onbekend verplicht werk, een regel die uit de oorspronkelijke opzet stamt.
Het past bij hoe Ysaÿe naar zijn vak keek. Zijn zes sonates voor viool solo uit 1923 zijn elk opgedragen aan een jongere collega en elk naar diens spel geschreven; de Belgische vioolschool die hij uitbouwde leverde generaties leerlingen; en het laatste dat hij bedacht was een instelling die anderen zou laten beginnen.
Vragen over Ysaÿe
Wat zijn Ysaÿes zes sonates?
Zes sonates voor viool solo uit 1923, opus 27, elk opgedragen aan een violist van de volgende generatie en geschreven naar diens spelstijl. Ze gelden als het moeilijkste solorepertoire voor viool.
Welke werken zijn aan Ysaÿe opgedragen?
Onder meer de vioolsonate van César Franck, een huwelijksgeschenk uit 1886, het strijkkwartet van Debussy en Poème van Ernest Chausson.
Wat is de Belgische vioolschool?
De onderwijstraditie rond Luik en Brussel, opgezet door Charles de Bériot en Henri Vieuxtemps en voortgezet door Ysaÿe. Ze trok in de negentiende eeuw violisten uit heel Europa.
Dirigeerde Ysaÿe ook?
Ja, onder meer zeven jaar als chef-dirigent van het Cincinnati Symphony Orchestra, van 1918 tot 1922.
