Leven
In Luik geboren op 10 december 1822 uit een vader van Oostenrijkse afkomst en een moeder uit Aken, was Franck de onaanvechtbare (maar aangevochten!) leider van de Franse muziek van het derde kwart van de negentiende eeuw.
Op twaalfjarige leeftijd had hij reeds het einddiploma behaald aan het Conservatorium van Luik. Achter deze resultaten stak niet alleen zijn vroegrijp talent, maar ook de tirannieke ambitie van een zich miskend voelende kleinburgerlijke vader. Die organiseert meteen een concertreis, laat de knaap composities maken en voorspelen à la Liszt, en besluit ten slotte naar Parijs te verhuizen omdat het hun in België muzikaal te eng geworden was. Reicha bereidt hem voor op het Conservatorium, en in korte tijd behaalt hij de eerste prijzen voor piano, orgel en fuga.
In 1848 trouwt hij met een actrice en breekt met zijn vader, die voor hem een grandioze carrière als pianovirtuoos had uitgestippeld. Om de familie te kunnen onderhouden moet hij privé-lessen geven aan de burgerjuffers van de Franse hoofdstad, en als de organistenpost aan de Ste.Clotilde vrijkomt, neemt hij die kans met beide handen gretig aan, temeer daar de kerk over een buitengewoon instrument beschikte. Hij wordt aangesteld als orgelleraar aan het Conservatorium, en van dan af tot aan zijn dood leidt hij een uiterst geregeld leven: elke dag stond hij om half zes op, componeerde twee uur lang, om vervolgens op stap te gaan om de hele dag in Parijs les te geven.
Bij zijn collega's was Franck niet erg geliefd: ze vonden hem te eenvoudig en te naïef. Wel werd hij op de handen gedragen door zijn leerlingen en lokte hij volle kerken voor zijn beroemde orgelimprovisaties. Slechts één keer tijdens zijn leven oogstte hij succes bij het grote publiek: zes maanden voor zijn dood met zijn strijkkwartet. De meeste werken werden op misprijzen onthaald, vooral de nu beroemdste zoals het oratorium "Les Béatitudes", en zijn "Symphonie en ré mineur". Zijn kandidatuur voor de opengekomen leraarsfunctie voor compositie aan het Conservatoire werd niet eens in aanmerking genomen. Hij sterft in de (geestelijke) bloei van zijn leven op 8 november 1890 als laat gevolg van een vroeg verkeersongeval (hij werd aangereden door een Parijse autobus of hoe dat tuig er in 1890 ook mag uitgezien en geheten hebben).
Belangrijkste werken
Betekenis
Franck werd in Luik geboren, werd door een eerzuchtige vader als wonderkind op tournee gestuurd, en bracht daarna vier decennia door als organist van de Sainte-Clotilde in Parijs, een leven dat van buiten bekeken volstrekt onopvallend was.
Vrijwel al zijn belangrijke werk dateert uit zijn laatste twaalf jaar, toen hij boven de zestig was. De vioolsonate, de symfonie, het strijkkwartet, het pianokwintet en de Trois chorals ontstonden alle na 1878.
Zijn belangrijkste formele bijdrage is de cyclische vorm: één thema keert in alle delen van een werk terug, telkens getransformeerd, zodat een meerdelig stuk als één geheel klinkt. De symfonie en de vioolsonate zijn er de schoolvoorbeelden van.
Als orgelleraar aan het conservatorium vormde hij een kring leerlingen (d'Indy, Chausson, Duparc, Vierne) die de Franse muziek tot ver in de twintigste eeuw bepaalde. De vioolsonate was een huwelijksgeschenk voor Ysaÿe.
Het orgel van Sainte-Clotilde
In 1859 kreeg de nieuwe Parijse kerk Sainte-Clotilde een orgel van Aristide Cavaillé-Coll, en Franck werd er de organist. Hij is het vaneendertig jaar gebleven, tot zijn dood, en hij heeft altijd gezegd dat dat instrument hem alles had geleerd.
Cavaillé-Coll bouwde iets nieuws. Zijn orgels hadden een winddruk die zware tongwerken aankon, zwelkasten waarmee de klank geleidelijk kon groeien, en registerkoppelingen die met de voet te bedienen waren. Een organist kon voor het eerst crescenderen zoals een orkest dat doet.
De Franse orgelmuziek van de eeuw daarna is op dat instrument geschreven en is er zonder niet te begrijpen. De Trois chorals, die Franck in zijn sterfjaar voltooide, en later het werk van Vierne, Tournemire en Duruflé vragen die zwelkast en die tongwerken.
Hij was bovendien vooral beroemd als improvisator. Tijdgenoten, Liszt kwam in 1866 luisteren en vergeleek hem met Bach, hoorden op de zondagochtenden muziek die nooit is opgeschreven; wat wij van hem hebben, is het weinige dat hij naderhand op papier zette.
Vragen over Franck
Wat is cyclische vorm?
Een vorm waarin één thema of motief in alle delen van een werk terugkeert, telkens omgevormd, zodat de delen als één geheel samenhangen. Franck ontwikkelde het en gaf het via zijn leerlingen door.
Wat is bijzonder aan de vioolsonate?
De finale is een canon: viool en piano spelen dezelfde melodie met een maat verschil. Het werk was een huwelijksgeschenk voor Eugène Ysaÿe en heeft het repertoire sinds 1886 niet meer verlaten.
Waarom schreef Franck zo laat zijn beste werk?
Hij werkte veertig jaar als organist en leraar en kwam pas na zijn zestigste toe aan grootschalig componeren. Vrijwel alles waarvoor hij bekend staat dateert van na 1878.
Wie waren zijn leerlingen?
Onder anderen Vincent d'Indy, Ernest Chausson, Henri Duparc en Louis Vierne. Ze vormden de zogenoemde bande à Franck en bepaalden decennialang het Franse muziekleven.
