Naar de inhoud
Componisten.net

Hongarije

Hongaarse componisten en het veldwerk in de volksmuziek

Van de virtuoos die het pianorecital uitvond tot de twee onderzoekers die met een fonograaf het platteland introkken.

5componisten
3stijlperiodes
1811vroegste geboortejaar
Papieren cimbaal met hamers en een fonograaftrechter tussen gescheurde stroken (met AI gemaakte afbeelding)AI
Cimbaal en fonograaftrechter · Met AI gemaakte afbeelding

De Hongaarse bijdrage aan de muziekgeschiedenis draait om twee heel verschillende dingen: virtuositeit en veldonderzoek. Franz Liszt staat voor het eerste, Béla Bartók en Zoltán Kodály voor het tweede.

Liszt maakte van het pianospel een schouwspel en van de solorecital een genre. Hij was ook de eerste die een heel concert alleen op het podium stond, daarvoor was dat ondenkbaar.

Bartók en Kodály deden iets wat vóór hen nauwelijks bestond: ze trokken vanaf 1905 met een fonograaf het platteland in en namen duizenden liederen op bij boeren die ze nooit hadden opgeschreven. Die opnames werden de grondstof van hun eigen muziek en de basis van een heel vakgebied.

Wat het veldwerk opleverde

De ontdekking was dat de melodieën die in Wenen en Parijs voor Hongaars doorgingen, de verbunkos-stijl van de stadse zigeunerkapellen, met de muziek van het platteland weinig te maken hadden. De echte boerenmuziek gebruikte oudere toonladders, andere ritmes en een heel andere vorm.

Bartók bouwde zijn hele muzikale taal op dat materiaal: asymmetrische maatsoorten, modale toonladders, een harmonie die niet uit de Duitse traditie komt. Het resultaat klinkt niet als volksmuziek en is er toch volledig uit voortgekomen.

Kodály legde de nadruk op onderwijs. Zijn methode om kinderen via zang muziek te leren lezen wordt wereldwijd nog gebruikt.

Liszt en de Hongaarse rapsodie

Liszts negentien Hongaarse rapsodieën zijn gebouwd op de stadse zigeunermuziek die hij in zijn jeugd hoorde, niet op het boerenrepertoire dat Bartók een eeuw later zou vastleggen. Dat maakt ze niet minder waardevol, maar wel iets anders dan ze pretenderen.

Zijn blijvende invloed ligt elders: in het symfonisch gedicht, dat hij als genre vormgaf, en in een pianotechniek die de latere negentiende eeuw volledig heeft bepaald.

Vijf namen, vier geboorteplaatsen buiten Hongarije

De Hongaarse lijst telt vijf namen, en bij vier ervan ligt de geboorteplaats vandaag in een ander land. Franz Liszt werd in 1811 geboren in Raiding, nu Oostenrijk. Franz Lehár in 1870 in Komárom, nu Slowaaks. Béla Bartók in 1881 in Nagyszentmiklós en György Ligeti in 1923 in Târnăveni, beide nu Roemeens. Alleen Zoltán Kodály, geboren in Kecskemét, kwam ter wereld binnen de huidige grenzen.

Dat is geen curiositeit maar de geschiedenis zelf: het Hongarije waarin deze vijf opgroeiden was tot 1920 ruim drie keer zo groot als het huidige. De indeling naar land die dit naslagwerk hanteert loopt daar zichtbaar op vast.

Het heeft ook muzikale gevolgen. Het veldwerk van Bartók en Kodály speelde zich af in dorpen die nu in Roemenië en Slowakije liggen, en de liederen die zij daar optekenden waren lang niet allemaal Hongaars. Bartók publiceerde afzonderlijke verzamelingen Roemeense en Slowaakse melodieën.

Van Liszt naar Bartók

Tussen Liszt en Bartók liggen zeventig jaar en een volledige omkering van wat „Hongaars” in de muziek betekende. Liszt baseerde zijn rapsodieën op de verbunkos van stadse zigeunerkapellen, het repertoire dat hij in cafés en salons hoorde.

Bartók en Kodály toonden vanaf 1905 met fonograaf en notitieboek aan dat dat niet de oudste laag was. De boerenmuziek die zij op het platteland vonden had andere toonladders, andere ritmes en geen enkele relatie tot de salon.

Bartók heeft Liszt daar nooit om veroordeeld; hij hield hem juist hoog en schreef een studie over hem. Maar zijn eigen materiaal kwam ergens anders vandaan, en dat verschil bepaalt de klank van bijna alles wat hij daarna schreef.

Hongaarse componisten in dit naslagwerk

De lijst staat op geboortejaar en loopt van 1811 tot 1882, vier componisten, drie generaties.

Veelgestelde vragen

Sprak Liszt Hongaars?

Nauwelijks. Hij werd geboren in het Duitstalige deel van het koninkrijk Hongarije, groeide op met Duits en leefde daarna in het Frans.

Hij beschouwde zichzelf wel nadrukkelijk als Hongaar en heeft zich zijn leven lang voor het Hongaarse muziekleven ingezet.

Wat is verbunkos?

Een dansstijl die oorspronkelijk bij de werving van soldaten hoorde, met een langzaam en een snel deel. Het werd in de negentiende eeuw hét muzikale beeld van Hongarije in de rest van Europa.

Liszt en Brahms bouwden er hun Hongaarse stukken op. Bartók liet later zien dat het een stadse stijl was, geen boerenmuziek.

Wat maakt Bartóks muziek zo herkenbaar?

Asymmetrische maatsoorten, modale toonladders en een percussieve behandeling van de piano. Daarnaast een vormgevoel dat vaak symmetrisch is: delen die elkaar spiegelen rond een midden.

Zijn zes strijkkwartetten gelden als de belangrijkste bijdrage aan dat genre sinds Beethoven.

Wie was Franz Lehár?

De componist van Die lustige Witwe en daarmee de centrale figuur van de Weense operette na 1900.

Hij werd in het huidige Slowakije geboren, destijds onderdeel van het koninkrijk Hongarije, en staat daarom in deze lijst.