Leven
Herman Meulemans,de jongste broer van Arthur Meulemans, wordt geboren op 19 oktober 1893 te Aarschot. In 1914 wordt hij laureaat aan het Lemmensinstituut en onmiddellijk daarop organist aan de O.L. Vrouwkerk van Aarschot als opvolger van zijn broer. Tevens was hij muziekleraar aan de Rijksmiddelbare School van Aarschot. In opvolging van zijn broer Arthur werd hij directeur aan de Orgel- en Zangschool te Hasselt. Ook leidde hij een tijdlang een solistenkoor dat met succes optrad in Aarschot.
Tot aan zijn dood bleef hij de bescheiden, grote kunstenaar die menig melomaan en kunstkenner met verstomming sloeg door zijn muzikalitieit, improvisatietalent, virtuositeit, kennis en eruditie. Met grote belangstelling, enthousiasme en overtuiging volgde hij nauwgezet de muzikale evoluties van zijn tijd. Zo kende en bestudeerde hij het werk van zijn tijdgenoot Béla Bartók nog voor iemand in België daadwerkelijk belangstelling toonde voor deze grote componist. Prof. Denijs Dille (geboren in 1904), ere-directeur van het Bartok-archief in Boedapest, verwijst steeds naar Herman Meulemans als zijn mentor en voorganger in zijn studie van de moderne muziek in de eerste helft van de twintigste eeuw. Herman Meulemans is de componist van diverse liederen op profane en religieuze teksten, (school)cantates, piano- en orgelwerken. Zijn talenten heeft hij steeds ten diepste gesteld van zij geboortestad. Toch stierf hij arm en vergeten door zijn stadsgenoten op 5 januari 1965 in Aarschot.
Belangrijkste werken
Betekenis
Herman Meulemans hoort bij de generatie Vlaamse componisten die in het spoor van Peter Benoit en Edgar Tinel werkten aan een eigen Vlaams repertoire, met de nadruk op kerkmuziek, koorwerk en het Nederlandstalige lied.
Zijn opleiding lag in de traditie van het Lemmensinstituut in Mechelen, dat sinds 1879 organisten en koordirigenten voor het Vlaamse kerkmuziekleven opleidde en waar het gregoriaans en de renaissancepolyfonie centraal stonden.
Die achtergrond bepaalt zijn schrijfwijze: modaal gekleurd, contrapuntisch helder, en geschreven voor uitvoerders die in een parochie of een koorvereniging te vinden zijn in plaats van in een concertzaal.
Zijn werk is grotendeels in Vlaanderen gebleven en wordt daarbuiten zelden uitgevoerd. Hij moet niet worden verward met zijn naamgenoot Arthur Meulemans, die een generatie ouder was en een aanzienlijk groter oeuvre naliet.
Zijn werk staat in een traditie die voor Vlaanderen praktisch van groot belang is geweest: de kerkmuziekhervorming van rond 1900, die het gregoriaans en de zestiende-eeuwse polyfonie terugbracht in parochies waar sinds de negentiende eeuw vooral opera-achtige missen klonken. Componisten uit die school schreven bewust voor koren van amateurs, in een bezetting die overal haalbaar was.
Waarom hij schreef wat hij schreef
Wie zich afvraagt waarom het werk van deze generatie Vlaamse componisten zo sterk uit missen, motetten en orgelmuziek bestaat, moet naar 1903 kijken. In dat jaar vaardigde paus Pius X het motu proprio Tra le sollecitudini uit, dat voorschreef wat er in de kerk mocht klinken.
De bepalingen waren scherp. Het gregoriaans kreeg de eerste plaats, de vocale polyfonie in de trant van Palestrina de tweede; orkesten in de kerk werden vrijwel uitgesloten, vrouwenstemmen in het koor verboden, en alles wat naar de opera zweemde afgewezen.
Daarmee werd voor een halve eeuw vastgelegd waarvoor een kerkmusicus kon schrijven: koor met orgel, modaal gekleurd, met de tekst verstaanbaar. De instituten die daarvoor opleidden, in Vlaanderen het Lemmensinstituut in Mechelen, kregen er een duidelijke opdracht bij.
Het verklaart zowel de kracht als de beperking van dit repertoire. Het is geschreven voor koren die het konden zingen en voor diensten waarin het functioneerde, en het is grotendeels verdwenen toen die diensten na 1965 in de volkstaal en met andere muziek werden gevierd.
Van dit repertoire is daarom maar weinig gedrukt. Een mis voor koor en orgel werd geschreven voor één bepaald koor en bleef in de map van dat koor; uitgevers zagen er geen markt in, en wat er nu nog van bestaat ligt in kerkarchieven en bij kringen van oud-zangers. Wie de Vlaamse kerkmuziek van de eerste helft van de twintigste eeuw wil horen, is dus aangewezen op wat plaatselijke initiatieven hebben gered.
Vragen over Meulemans
Wat is het Lemmensinstituut?
Een in 1879 in Mechelen gestichte school voor kerkmuziek, gericht op de opleiding van organisten en koordirigenten, met nadruk op gregoriaans en renaissancepolyfonie.
Wat voor muziek schreef Herman Meulemans?
Vooral kerkmuziek, koorwerk en Nederlandstalige liederen, geschreven voor parochie- en verenigingskoren in plaats van voor de concertzaal.
Is hij familie van Arthur Meulemans?
Er is geen familieband vastgesteld. Het gaat om twee Vlaamse componisten met dezelfde achternaam, een generatie na elkaar, die regelmatig met elkaar worden verward.
Waar past zijn werk in?
In de Vlaamse beweging voor een eigen muziekcultuur die met Peter Benoit begon; zie Belgische componisten.
Voor wie schreef hij zijn muziek?
Voor parochiekoren en zangverenigingen van amateurs, in bezettingen die overal haalbaar waren. Dat was een uitgesproken keuze binnen de Vlaamse kerkmuziekhervorming van rond 1900.
