Naar de inhoud
Componisten.net
Gilles Binchois, 1400–1460
Gilles Binchois, 1400–1460

België · Renaissance

Gilles Binchois

Stijlperiode
Renaissance
Geboren
1400Mons
Overleden
september 1460Soignies

Leven

De naam Gilles is een afkorting van Egidius. De vader van Bincois heette Jean de Binche en was ambtenaar aan het hof van graaf Guillaume IV. Toch zou Gilles Binchois omstreeks 1400 in Mons geboren zijn. Zoals dat zo vaak gebeurt met componisten uit de vijftiende eeuw, raken we het spoor van zijn leven vaak bijster. In 1424 is hij krijgsman bij de hertog van Suffolk in Parijs (dat op dat ogenblik in Engelse handen is). Het is niet uitgesloten dat hij daar Dunstable leerde kennen, die met de hertog van Bedford eveneens in Frankrijk vertoefde. Binchois was ook vriend en tijdgenoot van Guillaume Dufay. Vermoedelijk hebben ze mekaar goed gekend als knaap in de kathedraalschool van Cambrai (Kamerijk): misschien zelfs reeds in Mons, en alleszins aan het Bourgondische hof.

In 1430 ontvangt hij de priesterwijding en hij wordt kapelaan aan het hof van Bourgondië, waar hij blijft tot aan zijn dood in september 1460. Merkwaardig genoeg is hij juist in zijn kerkmuziek eerder traditioneel, terwijl hij in het rondeau-genre (de chansons) gevoelig, origineel en hartelijk is. Binchois heeft niet gereisd (een grote uitzondering voor componisten uit die periode); daardoor komen er geen italianismen voor in zijn werk, ofschoon hij wel bekend was in Italië. Andere gevolgen zijn dat er in zijn werk minder afwisseling te bespeuren valt dan bij een Dufay, en dat er in zijn stijl nauwelijks een evolutie waar te nemen is.

Typisch voor Binchois is het gebruik van een diepe baspartij. Sommigen zien hierin een opzettelijk ingaan tegen de evolutie, en merken op dat hij hierin een alleenstaand geval is. Een meer voor de handliggende verklaring is o.i. dat hij in zijn hofkapel toevallig een of twee diepe basstemmen ter beschikking had.

Zijn bijnamen "le père de joyeuseté" (uit de "Déploration sur la mort de Binchois" van Ockeghem) en "le Champion des Dames", en de harp waarmee hij afgebeeld staat (begeleidingsinstrument voor wereldlijke mensen; het portatief orgel was dat voor de religieuze: Dufay wordt ermee afgebeeld) laten aan duidelijkheid niets te wensen over.

Samen met Dufay was hij de aanvoerder van een muzikale beweging die zich in de eerste helft van de vijftiende eeuw in Bourgondië duidelijk aftekende, en de toon zou zetten voor de volgende generaties "Fiamminghi".

Zijn bekendste chansons: "De plus en plus", "Filles à marier", "Triste plaisir et douloureuse joie". De Franse tekst is meestal driestemmig bewerkt.Het geestelijk oeuvre bestaat uit losse misdelen, een "Magnificat", een "Te Deum" en 26 andere religieuze werkjes.

Belangrijkste werken

ca. 1430 De plus en plus chanson
ca. 1435 Triste plaisirop een tekst van Alain Chartier chanson
ca. 1440 Adieu m'amour chanson
ca. 1450 Magnificat kerkmuziek
ca. 1450 Te Deum kerkmuziek

Betekenis

Binchois was ruim dertig jaar kapelaan aan het hof van Filips de Goede, hertog van Bourgondië, en vormt samen met Dufay en Dunstable de driehoek waarop de vroege renaissance rust. Waar Dufay de grote vormen beheerste, was Binchois de meester van het korte wereldlijke lied.

Zijn chansons zijn eenvoudig van bouw en van een melodische kwaliteit die in zijn tijd zijn gelijke niet had: drie stemmen, een zangerige bovenstem, een tekst over hoofse liefde, en geen noot te veel. Ze werden door tijdgenoten in heel Europa gekopieerd en bewerkt.

Hij diende in zijn jonge jaren als soldaat, waarschijnlijk in Engelse dienst, en heeft daar mogelijk het werk van Dunstable leren kennen, de zachte, tertsenrijke klank die de Engelsen hanteerden en die de continentale muziek ingrijpend veranderde.

Bij zijn dood in 1460 schreef Ockeghem een klaagzang, Mort, tu as navré de ton dart. Dat twee generaties componisten elkaar zo herdachten, zegt iets over hoe hecht dit vak toen was.

De kapel van Filips de Goede

Binchois was ruim dertig jaar verbonden aan de hofkapel van Bourgondië, en dat was in de vijftiende eeuw de rijkste muzikale instelling van Europa. De hertog hield er een vast gezelschap zangers op na dat met hem meereisde, van Rijsel naar Dijon, naar Brugge, naar waar het hof dat jaar verbleef.

Een kapelaan had daar een dubbele taak. Hij was geestelijke met een prebende als inkomen en musicus in dienst; de mis werd elke dag gezongen, en bij de grote gelegenheden kwam daar wereldlijke muziek bij. Op het Banket van de Fazant in Rijsel in 1454, waar de hertog een kruistocht zwoer, was de muziek onderdeel van het vertoon.

De chansons die Binchois daar schreef, waren de gebruiksmuziek van dat hof: drie stemmen, een zangerige bovenstem, een tekst over hoofse liefde, kort genoeg om tussen twee gangen te passen.

Juist die stukken zijn door heel Europa gereisd. Ze staan in de chansonniers die in Italië, Duitsland en de Nederlanden zijn overgeschreven, vaker dan het werk van vrijwel iedere tijdgenoot, en van een hoveling die nooit iets grootschaligs heeft geschreven, is dat het duurzaamste bewijs van kwaliteit.

Vragen over Binchois

Wat is een chanson?

Een meerstemmig Frans wereldlijk lied, in de vijftiende eeuw meestal driestemmig met een zangerige bovenstem, op een tekst over hoofse liefde in een vaste vorm.

Wat is de Bourgondische school?

De componisten rond het hof van de hertogen van Bourgondië in de vijftiende eeuw, met Dufay en Binchois als hoofdfiguren. Ze vormt de eerste generatie van wat later de Franco-Vlaamse school heet.

Wat is de contenance angloise?

De Engelse manier, de zachte, tertsen- en sextenrijke klank van Dunstable en zijn tijdgenoten, die het continent in de vijftiende eeuw overnam. Binchois heeft die mogelijk in Engelse dienst leren kennen.

Hoe verhoudt hij zich tot Dufay?

Ze waren tijdgenoten en kenden elkaar. Dufay geldt als de meester van de grote vormen, mis en motet, Binchois als die van het chanson.