Leven
Omstreeks 1490 is Willaert (hoogstwaarschijnlijk) geboren in Roeselare. Zijn opleiding kreeg hij bij Jean Mouton. In 1519 is hij in Rome te vinden en van 1522 tot 1527 aan de hofkapellen van Ferrara en Milaan. Tenslotte wordt hij kapelmeester van de San Marco in Venetië, waar hij in 1562 sterft.
Door het bestaan van vier doksalen in deze Byzantijnse kerk met centraalplan kwam hij op de idee de meerkorige schrijfwijze die we embryonaal reeds bij Josquin des Prés aantreffen, verder uit te werken tot de ‘cori spezzati’-techniek. Om de tekstduidelijkheid over die afstand te verbeteren opteerde hij voor een homofone declamatie binnen elk der groepen. Daarnaast was Willaert ook een der eersten om de chromatiek toe te passen, en om werken te componeren die instrumentaal geconcipieerd waren: tot dan waren de meeste instrumentale composities (de dansen vormden hierop een uitzondering) transcripties van vocale voorbeelden. En ten slotte was er nog de Willaert als pedagoog: in Venetië maakte hij school in de letterlijke betekenis van het woord, en rechtstreekse leerlingen van hem zijn de Italianen Andrea Gabrieli, Zarlino (vooral bekend als theoreticus) en Vicentino, en de Vlaming Cipriano de Rore. Zijn traditie wordt later overgenomen door Giovanni Gabrieli (neef van Andrea) en Monteverdi.
Naast de traditionele Renaissancevormen als mis, motet en chanson/madrigaal, componeerde Willaert ook Vesperpsalmen en instrumentale ricercari (voorlopers van de fantasie en fuga's).
Belangrijkste werken
Betekenis
Willaert kwam uit Vlaanderen, studeerde aanvankelijk rechten in Parijs en werd in 1527 kapelmeester van de San Marco in Venetië, een functie die hij vijfendertig jaar bekleedde en die hij tot de meest begeerde positie van Italië maakte.
In die basiliek, met haar twee tegenover elkaar geplaatste orgelgalerijen, ontwikkelde hij de meerkorigheid: twee koren die elkaar vanuit verschillende plaatsen beantwoorden. Zijn Salmi spezzati uit 1550 zijn daarvan de eerste systematische toepassing, en via Andrea en Giovanni Gabrieli en Schütz loopt die praktijk door tot in de Duitse barok.
Zijn tweede bijdrage is theoretisch van aard. Hij hield zijn zangers voor dat de tekstonderlegging precies moest kloppen, elke lettergreep op de juiste noot, en zijn leerling Gioseffe Zarlino schreef die regels uit in Le istitutioni harmoniche, het gezaghebbendste theoretische werk van de eeuw.
Zijn leerlingenkring is opmerkelijk: naast Zarlino onder anderen Cipriano de Rore, Nicola Vicentino en Andrea Gabrieli. Zie Belgische componisten.
Waarom een Vlaming de San Marco leidde
Dat de belangrijkste kerkmuziekpost van Venetië in 1527 naar iemand uit Roeselare ging, was in die tijd niet opmerkelijk maar bijna vanzelfsprekend. Tussen ruwweg 1450 en 1550 werden de kapellen van Rome, Ferrara, Milaan, Florence en Napels stuk voor stuk geleid door zangers uit de Nederlanden.
Die voorsprong kwam uit de opleiding. In de kapittelscholen van Kamerijk, Brugge, Antwerpen en Luik werden jongens vanaf hun zevende dagelijks in koorzang en contrapunt gedrild, jarenlang achtereen. Geen Italiaanse stad had een stelsel dat daarmee te vergelijken viel, en de Italiaanse vorsten wisten dat.
Willaert staat in die keten ongeveer in het midden. Vóór hem hadden Dufay, Ockeghem, Josquin en Obrecht dezelfde weg zuidwaarts genomen; ná hem kwamen De Rore en Lassus. Wat hen verbindt is niet een stijl maar een arbeidsmarkt.
Juist in Venetië liep die lijn dood, en door zijn eigen toedoen. De leerlingen die hij daar opleidde waren voor het eerst overwegend Italianen, en met Zarlino, Andrea Gabrieli en Vicentino nam een plaatselijke school het over. Binnen twee generaties hoefde Italië niemand meer uit het noorden te halen.
Van dat onderwijs bestaat bovendien een geschreven neerslag. Zijn leerling Gioseffo Zarlino legde in Le istitutioni harmoniche uit 1558 vast wat hij bij Willaert had geleerd, en dat boek werd twee eeuwen lang het standaardwerk over contrapunt in heel Europa. Wat een Vlaamse zangmeester in Venetië aan Italianen voordeed, is zo via een Italiaans traktaat weer in het noorden terechtgekomen.
Vragen over Willaert
Wat is meerkorigheid?
Een schrijfwijze waarbij twee of meer koren op verschillende plaatsen in de ruimte staan en elkaar beantwoorden. Willaert ontwikkelde haar in de San Marco, die twee tegenover elkaar liggende orgelgalerijen heeft.
Wat zijn de Salmi spezzati?
Psalmzettingen voor twee koren uit 1550, waarin de verzen afwisselend door het ene en het andere koor worden gezongen. Het is de eerste systematische toepassing van de meerkorigheid.
Wie was Zarlino?
Gioseffe Zarlino, Willaerts leerling en later zelf kapelmeester van de San Marco, schreef Le istitutioni harmoniche, het belangrijkste muziektheoretische werk van de zestiende eeuw.
Waarom is de San Marco zo belangrijk voor de muziek?
Door haar bouw: twee tegenover elkaar liggende galerijen met elk een orgel maakten het mogelijk koren tegen elkaar uit te spelen. Die ruimtelijke opstelling heeft een eigen repertoire voortgebracht.
