Leven
Als Hendrik rond 1450 in het Vlaamse Brabant geboren, als Heinrich in het Duitsland van keizer Maximiliaan I beroemd geworden, het liefst als Arrigo Tedesco in Italië werkzaam geweest, mag Isaac de meest cosmopolitsche en veelzijdigste componist van de derde generaties 'Nederlanders' genoemd worden.
Omtrent Isaacs jeugdjaren en opleiding is niets bekend, maar in zijn derde testament noemt hij zelf zijn vader 'Hugo de Flandria'. Geen enkel portret van hem is ooit gevonden. Wel blijkt het uit geschriften dat hij een vlijtig, bescheiden en vriendelijk man was.
Als componist heeft hij zijn talenten verdeeld over het hof der Medici in Firenze en het Duitse keizershof afwisselend te Innsbruck, Augsburg, Wenen en Konstanz.
Lorenzo 'Il Magnifico' (de prachtlievende) di Medici vertrouwde Isaac in 1480 de muzikale opvoeding van zijn kinderen toe. In september 1484 bracht hij een bezoek aan het hof van aartshertog Sigismund te Innsbruck. Hij reisde terug naar Firenze waar hij nog een tiental jaar zou verblijven. Isaac was zanger in de kapel van San Giovanni en zong ook in de kerk Santa-Maria del Fiore en in de Annunziata.
Na het uitroepen van de republiek te Firenze in 1494 kwam de componist naar Augsburg. Keizer Maximiliaan I engageerde hem in 1496 als hofcomponist. Hij bouwde naast de grote organist Hofhaymer (1459 - 1537) mee aan de hofkapel en -kantorij. Isaac zorgde ook regelmatig voor nieuwe composities. In 1496 verhuisde hij met zijn echtgenote en met het deel van de hofkapel dat nog in Augsburg was, naar Wenen. Zijn echtgenote was de Florentijnse slagersdochter Bartolomea Bello met wie Isaac in het begin van zijn Italiaanse tijd een zeer gelukkig huwelijk had gesloten.
In 1512 werd hij diplomatisch zaakgelastigde van keizer Maximiliaan te Firenze, waar hij zou blijven tot zijn dood. In 1515 kon de componist geen gevolg geven aan het bevel van de keizer om terug te keren naar Wenen. Hij was ziek en zag op tegen de lange reis. Na zijn dood in 1517 werd hij, op eigen verzoek, begraven in de Santa-Maria dei Servi.
Isaac was een heel belangrijk componist en in zijn tijd zeer beroemd. Hij was thuis in alle stijlen en technieken van zijn tijd en was een sleutelfiguur in de internationale verspreiding van de Nederlandse polyfonie. Door zijn toedoen zijn de vernieuwingen van de Josquin-generatie doorgedrongen in het Duitse taalgebied.
Isaac schreef 36 volledige miscycli, ca. 100 polyfone mispropria, een 50-tal motetten en ongeveer 80 profane werken op Nederlandse, Franse, Italiaanse en Duitse teksten. Zij faam berust vooral op de meerstemmige zettingen van de propriumdelen van de mis. Dit gigantische werk werd postuum in 3 volumes werden uitgegeven onder de titel "Choralis Constantinus", naar de stad Konstanz am Bodensee, waar de abt van de plaatselijke abdij de opdrachtgever was. Het derde deel werd voltooid door zijn lievelingsleerling Ludwig Senfl (1492 - 1555). De zetting is twee- tot zesstemmig maar de meeste stukken zijn vierstemmig met de Gregoriaanse melodie als cantus firmus (uitgangsmelodie). Ook in zijn profane muziek, vooral in het Duitse lied, gebruikt hij de cantus firmus samen met de Nederlandse techniek van de imitatie. Wel ligt hierbij doorgaans de cantus firmus in de bovenstem, wat in zijn tijd niet erg gebruikelijk was.
Zelfs bij het grote publiek werd Isaac al bij zijn leven beroemder dan alle andere componisten door het lied 'Innsbruck, ich muss dich lassen'. Het werd waarschijnlijk gemaakt bij zijn afscheid aan deze stad. Het vormt door een homofone schrijfwijze een uitzondering en sluit stilistisch eerder aan bij de Italiaanse frottola en de carnascialeschi (karnavalsliederen).
Belangrijkste werken
Betekenis
Isaac is de meest kosmopolitische componist van zijn generatie. Hij werkte in Florence voor Lorenzo de' Medici, wiens kinderen hij lesgaf en op wiens dood hij een klaagzang schreef, en daarna als hofcomponist van keizer Maximiliaan I in Wenen en Innsbruck, met een contract dat hem toestond te wonen waar hij wilde.
Die dubbele positie is aan zijn werk te horen. Hij schreef Italiaanse frottole, Duitse liederen, Franse chansons en Latijnse missen, elk in de idiomatiek van de eigen traditie, een veelzijdigheid die alleen Lassus een eeuw later zou evenaren.
Zijn hoofdwerk is het Choralis Constantinus, een reeks van meer dan driehonderdvijfenzeventig meerstemmige zettingen van de wisselende misgezangen voor het hele kerkelijk jaar. Het is het grootste project van zijn soort uit de renaissance en werd na zijn dood door zijn leerling Ludwig Senfl voltooid.
Het lied Innsbruck, ich muss dich lassen is zijn bekendste melodie. Ze werd van een geestelijke tekst voorzien, kwam in de protestantse liedbundels terecht en wordt in die vorm door Bach in zijn passies gebruikt.
Vragen over Isaac
Wat is het Choralis Constantinus?
Een verzameling van ruim driehonderdvijfenzeventig meerstemmige zettingen van de wisselende misgezangen voor het hele kerkelijk jaar, in opdracht van het domkapittel van Konstanz.
Wat is Innsbruck, ich muss dich lassen?
Een lied van Isaac dat later van een geestelijke tekst werd voorzien en als koraal in de protestantse traditie terechtkwam. Bach gebruikt de melodie in zijn passies.
Voor wie werkte Isaac?
Eerst voor Lorenzo de' Medici in Florence, daarna als hofcomponist van keizer Maximiliaan I. Zijn contract stond hem toe te wonen waar hij wilde, een uitzonderlijk privilege.
Waarom staat hij onder België?
Omdat hij waarschijnlijk in Vlaanderen is geboren, vermoedelijk bij Brugge. Zijn loopbaan speelde zich volledig in Italië en het Duitse rijk af.
