
De Braziliaanse kunstmuziek heeft in Heitor Villa-Lobos een figuur die het hele veld vult. Hij liet meer dan duizend werken na, van gitaarstudies tot symfonieën, en bracht een repertoire tot stand waarin de Europese vorm en de Braziliaanse straatmuziek elkaar niet in de weg zitten.
Zijn opleiding was allesbehalve regulier. Hij leerde cello van zijn vader, speelde als jongeman in cafés en bioscopen, en reisde jarenlang door het Braziliaanse binnenland, waar hij volksmuziek hoorde die in de steden onbekend was.
In de jaren twintig verbleef hij in Parijs, waar hij zich nadrukkelijk niet als leerling presenteerde. Hij zei er te zijn om zijn werk te laten horen, niet om te studeren, en dat bleek te kloppen.
Bachianas Brasileiras
De negen Bachianas Brasileiras, geschreven tussen 1930 en 1945, zijn zijn bekendste project: stukken waarin de contrapuntische schrijfwijze van Bach wordt toegepast op Braziliaans materiaal.
Het vijfde deel, voor sopraan en acht celli, is het beroemdste. De zangstem zweeft over een begeleiding die klinkt als een gitaar en gebouwd is als een aria, precies de dubbelheid die het hele project beoogt.
De gitaar
Villa-Lobos was zelf gitarist en schreef vijf preludes en twaalf etudes die in het gitaarrepertoire dezelfde positie innemen als de etudes van Chopin op de piano: technisch materiaal dat volwaardige muziek is.
Ze ontstonden op verzoek van Andrés Segovia, die de gitaar in de twintigste eeuw als concertinstrument vestigde.
De Week van de Moderne Kunst
In februari 1922 vond in São Paulo de Semana de Arte Moderna plaats, een week van concerten, voordrachten en tentoonstellingen die als het begin van de Braziliaanse moderne kunst geldt. Villa-Lobos was er de belangrijkste muzikale deelnemer, en zijn optreden werd uitgejouwd.
De inzet van die week was de vraag of Brazilië zijn cultuur uit Europa moest halen of uit zichzelf. Het antwoord dat eruit voortkwam, later samengevat in het beeld van de kannibaal die vreemde invloeden opeet en verteert in plaats van ze na te doen, heeft de Braziliaanse kunst de hele eeuw bepaald.
Muzikaal betekende het dat straatmuziek, choro, Afro-Braziliaanse ritmiek en de melodiek van het binnenland legitiem materiaal werden voor concertmuziek. Villa-Lobos' Choros-reeks, begonnen in 1920, is daarvan de rechtstreekse neerslag.
De Choros
Naast de Bachianas staat een tweede cyclus die minstens zo veel over hem zegt: de Choros, veertien werken uit de jaren twintig plus twee voorstukken. De bezettingen lopen uiteen van één gitaar tot orkest met koor en blaaskapel, en er is geen vaste vorm, wat ze bindt is de manier van musiceren die hij als jongeman in Rio had meegemaakt.
De naam verwijst naar de straatmuziek van die stad, maar Villa-Lobos gebruikte hem breder: hij noemde de Choros een nieuwe vorm waarin Braziliaanse volksmuziek, indiaanse melodiek en zijn eigen persoonlijkheid samenkwamen. In de praktijk zijn het zijn meest onvoorspelbare stukken, met blokken die abrupt op elkaar volgen en met percussie die het verloop bepaalt.
Eén naam, duizend werken
Brazilië is hier met één componist vertegenwoordigd: Heitor Villa-Lobos, geboren in 1887 in Rio de Janeiro en daar in 1959 gestorven. Dat is geen beeld van het Braziliaanse muziekleven maar van de selectie waarop dit naslagwerk berust.
Zijn productie maakt die eenzaamheid enigszins goed. Het aantal werken wordt meestal op ruim duizend gesteld, verdeeld over vrijwel elk genre: zestien strijkkwartetten, twaalf symfonieën, de reeks Chôros, de negen Bachianas Brasileiras, en daarnaast honderden liederen en gitaarstukken.
Dat hij bij de twintigste eeuw is ingedeeld en niet bij het moderne tijdvak, klopt met zijn manier van werken: hij bleef bij toonsoorten en herkenbare melodie, en zocht het nieuwe in het materiaal in plaats van in het systeem.
De componist als onderwijzer
Villa-Lobos had een tweede loopbaan die buiten Brazilië nauwelijks bekend is. Vanaf 1932 bouwde hij in opdracht van de regering een landelijk programma voor zangonderwijs op, met een eigen stelsel van handgebaren zodat één dirigent duizenden zangers tegelijk kon leiden.
De demonstraties daarvan waren enorm: in stadions in Rio de Janeiro zong hij met koren van tienduizenden schoolkinderen. Het doel was uitgesproken politiek (één natie, één repertoire) en het maakte hem tot een staatsfiguur.
Voor de muziek zelf had dat gevolgen. Veel van zijn koorwerk is geschreven om door amateurs gezongen te kunnen worden, en de volksliedjes die hij daarvoor bewerkte komen ook in zijn concertwerk terug.
Braziliaanse componisten in dit naslagwerk
Brazilië is in dit naslagwerk met één naam vertegenwoordigd.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de Bachianas Brasileiras?
Negen suites waarin Villa-Lobos de schrijfwijze van Bach toepast op Braziliaanse melodiek en ritmiek. Elk deel draagt twee titels: een barokke en een Braziliaanse.
Het idee is niet parodie maar verwantschap: hij vond dat Bachs muziek universeel volksmuziek was.
Hoeveel schreef Villa-Lobos?
Meer dan duizend werken, waaronder twaalf symfonieën, zeventien strijkkwartetten, concerten, opera's, koorwerken en een omvangrijk gitaar- en pianorepertoire.
De catalogisering is nooit volledig afgerond; er duiken nog altijd werken op.
Wat is choro?
Een Braziliaanse instrumentale stijl uit Rio de Janeiro, met improvisatie, een vaste begeleidingsgroep en een virtuoze solopartij. Villa-Lobos schreef er veertien stukken onder die naam.
Het is de stedelijke tegenhanger van de volksmuziek uit het binnenland en is ouder dan de samba.
Zijn er meer Braziliaanse componisten?
Ja: Carlos Gomes in de negentiende eeuw, en in de twintigste onder anderen Camargo Guarnieri en Cláudio Santoro.
In de oorspronkelijke gegevens van dit naslagwerk is alleen Villa-Lobos opgenomen.