Leven
Witold Lutosławski verloor zijn vader in 1918 aan een Russisch vuurpeloton, overleefde de Duitse bezetting door in Warschause cafés piano te spelen, hij speelde er duo met Andrzej Panufnik, en verloor bij de opstand van 1944 vrijwel al zijn manuscripten.
Na de oorlog werd zijn Eerste symfonie in 1949 als formalistisch verboden. Hij verdiende jarenlang de kost met kindermuziek en toneelmuziek en werkte ondertussen in stilte aan een eigen harmonisch systeem, gebouwd op akkoorden van twaalf verschillende tonen die elk een eigen kleur hebben.
Zijn doorbraak kwam met de Muziek voor snaren en blazers en vooral met Jeux vénitiens uit 1961, het eerste werk waarin hij het beperkte toeval toepaste: passages waarin elke speler zijn eigen partij in zijn eigen tempo speelt, binnen een tijdvak dat de dirigent aangeeft. Hij noemde dat aleatorisch contrapunt.
Dat procedé onderscheidt zich van Cage's toeval doordat de componist het resultaat volledig bepaalt: wat de spelers doen ligt vast, alleen de onderlinge samenval niet. De klank is daardoor herkenbaar en herhaalbaar, terwijl het detail per uitvoering verschilt.
Zijn late werk (het Celloconcert voor Rostropovitsj, de Derde en Vierde symfonie) is helderder en melodischer. In 1980 stelde hij zich achter Solidarność en weigerde daarna jarenlang in Polen op te treden.
Belangrijkste werken
Betekenis
Lutosławski's handelsmerk is het aleatorisch contrapunt: passages waarin elke speler zijn eigen partij in zijn eigen tempo uitvoert, binnen een tijdvak dat de dirigent aangeeft. Het verschil met het toeval van Cage is wezenlijk, bij Lutosławski ligt alles wat gespeeld wordt vast, alleen de onderlinge samenval niet.
Zijn harmonie berust op akkoorden die alle twaalf tonen bevatten, elk met een eigen intervalstructuur en daardoor een eigen kleur. Daarmee bouwde hij een systeem dat volledig chromatisch is en toch herkenbare klankgebieden kent, een derde weg naast de tonaliteit en de twaalftoonstechniek.
Het Concert voor orkest uit 1954, op Poolse volksmelodieën, is zijn meest gespeelde werk en dateert van vóór die ontwikkeling. Zijn Eerste symfonie was in 1949 als formalistisch verboden; hij verdiende jarenlang de kost met kinder- en toneelmuziek terwijl hij in stilte aan zijn eigen taal werkte.
Zijn late werk kent een vaste tweedelige vorm die hij zelf beschreef: een eerste deel dat aarzelt, fragmenteert en nergens aankomt, gevolgd door een tweede dat de draad oppakt en doorzet. De Derde symfonie, het Celloconcert en het Pianoconcert zijn alle drie zo gebouwd, en hij noemde het de vorm die het dichtst bij zijn manier van denken stond.
Derwid, zijn tweede naam
Tussen 1957 en 1963 schreef Lutosławski ruim vijftig populaire liedjes voor de Poolse radio: walsen, tango’s, foxtrots, gezongen door de bekende stemmen van die jaren. Ze verschenen onder het pseudoniem Derwid, en nauwelijks iemand wist wie dat was.
De reden was geld. Zijn Eerste symfonie was in 1949 als formalistisch verboden, opdrachten waren onzeker, en hij had daarvoor al jaren met Andrzej Panufnik in Warschause cafés voor twee piano’s gespeeld om de bezetting door te komen. Lichte muziek voor de radio was betaald werk dat geen politieke goedkeuring nodig had.
Hij heeft het pseudoniem tijdens zijn leven nooit openlijk opgeëist, waarschijnlijk uit vakmatige gêne. Pas na zijn dood zijn de liedjes verzameld en opnieuw opgenomen, en het blijkt dat hij ze met dezelfde zorg maakte als de rest.
Diezelfde jaren leverden ook het toegepaste werk op waar hij wél voor uitkwam: muziek bij hoorspelen, films en toneel, en een reeks liedjes en stukken voor kinderen. Het is een deel van zijn loopbaan dat geen enkele westerse tijdgenoot zo heeft gekend, en het heeft de tijd overbrugd waarin zijn eigenlijke werk niet mocht klinken.
Vragen over Lutosławski
Wat is aleatorisch contrapunt?
Passages waarin elke speler zijn eigen partij in zijn eigen tempo uitvoert binnen een door de dirigent aangegeven tijdvak. Alles wat klinkt ligt vast; alleen de samenval verschilt per uitvoering.
Wat is het verschil met Cage?
Bij Cage bepaalt het toeval wát er klinkt; bij Lutosławski alleen wannéér. Het resultaat is daardoor herkenbaar en herhaalbaar, terwijl het detail per uitvoering verschilt.
Wat is het Concert voor orkest?
Een driedelig orkestwerk uit 1954 op Poolse volksmelodieën, zijn meest uitgevoerde werk. Het dateert van vóór de ontwikkeling van zijn eigen harmonische systeem.
Wat gebeurde er met zijn Eerste symfonie?
Ze werd in 1949 als formalistisch verboden. Lutosławski verdiende daarna jarenlang de kost met kinder- en toneelmuziek en werkte ondertussen in stilte verder.
Wat is de tweedelige vorm bij Lutosławski?
Een eerste deel dat aarzelt en fragmenteert zonder ergens aan te komen, gevolgd door een tweede dat de draad oppakt en doorzet. Zijn Derde symfonie, Celloconcert en Pianoconcert zijn alle zo gebouwd.
