Naar de inhoud
Componisten.net
Alberto Ginastera, 1916–1983
Alberto Ginastera, 1916–1983

Argentinië · Modern

Alberto Ginastera

Stijlperiode
Modern
Geboren
11 april 1916Buenos Aires
Overleden
25 juni 1983Genève

Leven

Alberto Ginastera is de eerste Argentijnse componist met een internationale reputatie en de leraar van een generatie, onder wie Astor Piazzolla. Zijn werk wordt doorgaans in drie periodes verdeeld, die hij zelf benoemde: objectief nationalisme, subjectief nationalisme en neo-expressionisme.

De eerste periode put openlijk uit de muziek van de gaucho's: de malambo-ritmen, de open kwinten van de gitaarstemming, de dansvormen van de pampa. Het ballet Estancia uit 1941 is daarvan het bekendste voorbeeld, en de slotdans wordt overal los gespeeld.

Zijn handtekening is het zogenoemde gaucho-akkoord: de zes open snaren van de Argentijnse gitaar tegelijk aangeslagen. Het staat aan het begin of het eind van tientallen van zijn werken en is onmiddellijk herkenbaar.

Vanaf de jaren zestig werd zijn taal strenger en dissonanter, met twaalftoonstechniek en microtonen. Zijn opera's Don Rodrigo, Bomarzo en Beatrix Cenci uit die jaren waren om hun onderwerpen omstreden; Bomarzo werd in Buenos Aires verboden.

Hij richtte in 1962 in Buenos Aires het Centro Latinoamericano de Altos Estudios Musicales op, waar componisten uit heel Latijns-Amerika werden opgeleid. In 1971 verliet hij Argentinië en vestigde hij zich in Genève.

Belangrijkste werken

1941 Estanciaopus 8 ballet
1952 Pianosonate nr. 1opus 22 klavier
1961 Pianoconcert nr. 1opus 28 concert
1964 Don Rodrigoopus 31 opera
1967 Bomarzoopus 34 opera
1971 Celloconcert nr. 1opus 36 concert

Betekenis

Ginastera verdeelde zijn eigen werk in drie periodes: objectief nationalisme, subjectief nationalisme en neo-expressionisme. De eerste put openlijk uit de muziek van de gaucho's (de malambo-ritmen, de dansvormen van de pampa) met het ballet Estancia uit 1941 als bekendste voorbeeld.

Zijn handtekening is het gaucho-akkoord: de zes open snaren van de Argentijnse gitaar tegelijk aangeslagen. Het staat aan het begin of het eind van tientallen van zijn werken en is onmiddellijk herkenbaar.

Vanaf de jaren zestig werd zijn taal strenger en dissonanter, met twaalftoonstechniek en microtonen. Zijn opera Bomarzo werd in Buenos Aires verboden om zijn onderwerp; in Washington, waar de première had plaatsgevonden, was ze een succes.

Zijn twee pianosonates en het pianoconcert vragen een techniek die aan Bartók en Prokofjev doet denken: percussieve aanslag, clusters met de vlakke hand, en ritmes in wisselende maatsoorten. De Eerste sonate uit 1952 is het meest gespeelde Latijns-Amerikaanse pianowerk van de twintigste eeuw geworden, en de finale ervan is een malambo die vrijwel geen enkele pianist op tempo aandurft.

Waarom hij uit Argentinië vertrok

Ginastera verloor in 1945 zijn aanstelling aan de militaire academie omdat hij een manifest tegen het opkomende peronisme had ondertekend. Hij vertrok naar de Verenigde Staten, werkte er bij Copland in Tanglewood, en kwam pas terug toen Perón in 1955 was afgezet.

Twaalf jaar later herhaalde het zich met een andere regering. Bomarzo, in 1967 in Washington in première gegaan, werd door de militaire machthebber Onganía in Buenos Aires verboden wegens obsceniteit en geweld; de Argentijnse première volgde pas in 1972.

In 1971 verhuisde hij definitief naar Genève, waar hij de laatste twaalf jaar van zijn leven bleef wonen en werken. De verhuizing was geen ballingschap in de strikte zin, maar hij is niet meer teruggekeerd.

Wat daarbij opvalt: zijn muziek werd in die jaren niet minder Argentijns. De late werken putten nog altijd uit de dansritmen en de gitaarstemming waarmee hij was begonnen, alleen niet meer als citaat. Het land bleef in het materiaal zitten toen hij er zelf niet meer woonde.

Zijn invloed op de volgende generatie liep grotendeels via het centrum dat hij in 1962 in Buenos Aires oprichtte. Daar kwamen beursstudenten uit heel Latijns-Amerika, met gastdocenten als Copland, Messiaen, Dallapiccola en Xenakis, en er werd met elektronische apparatuur gewerkt die nergens anders op het continent stond. Het centrum werd in 1971 door de regering gesloten, hetzelfde jaar waarin hij vertrok.

Vragen over Ginastera

Wat is het gaucho-akkoord?

De zes open snaren van de Argentijnse gitaar tegelijk aangeslagen: e-a-d-g-b-e. Ginastera gebruikte het als handtekening aan het begin of het eind van tientallen werken.

Wat is Estancia?

Een ballet uit 1941 over het leven op een Argentijnse veeboerderij. De slotdans, een malambo, wordt overal los gespeeld en is zijn bekendste muziek.

Waarom werd Bomarzo verboden?

Om het onderwerp, de opera behandelt seksualiteit en geweld aan het hof van een zestiende-eeuwse hertog. Ze werd in 1967 in Buenos Aires verboden na een succesvolle première in Washington.

Wie was zijn bekendste leerling?

Astor Piazzolla, die in de jaren veertig bij hem studeerde. Ginastera richtte later het Centro Latinoamericano de Altos Estudios Musicales op, waar componisten uit heel Latijns-Amerika werden opgeleid.

Wat is Ginastera's bekendste pianowerk?

De Eerste pianosonate uit 1952, het meest gespeelde Latijns-Amerikaanse pianowerk van de twintigste eeuw. De finale is een malambo in razend tempo.