
De Verenigde Staten hebben in dit naslagwerk een kleine maar scherp getekende groep. Wat ze verbindt is dat geen van hen probeerde een Europese componist te zijn, en dat ze daar allemaal op een andere manier in slaagden.
Charles Ives, verzekeringsman van beroep, schreef vanaf 1900 muziek die polytonaliteit en gelijktijdige tempi gebruikte voordat iemand in Europa daarop kwam, en liet vrijwel niets uitvoeren. George Gershwin kwam uit de populaire muziek en bracht de jazzharmonie de concertzaal binnen.
Aaron Copland ontwikkelde na een leertijd in Parijs een open, wijd klinkende stijl die sindsdien als het Amerikaanse geluid geldt. John Cage stelde de vraag of een compositie wel klank hoeft te bevatten. Leonard Bernstein deed alles tegelijk: dirigeren, componeren, lesgeven op televisie.
Jazz in de concertzaal
Gershwins Rhapsody in Blue uit 1924 was een opdracht met een korte deadline en werd het stuk waarmee jazzidioom en symfonisch orkest voor het eerst overtuigend samengingen. Het openingsglissando van de klarinet was oorspronkelijk een grap van de klarinettist tijdens een repetitie.
De invloed liep ook de andere kant op. Ravel, Milhaud en Strawinsky schreven na hun kennismaking met Amerikaanse jazz werken die er hoorbaar door zijn gevormd.
Een eigen klank
Copland bouwde zijn balletten op wijde intervallen, open kwinten en Amerikaanse volksliederen, in Appalachian Spring letterlijk een shaker-hymne. Het klankbeeld dat hij zo schiep is sindsdien onlosmakelijk verbonden met het beeld van het Amerikaanse landschap, tot in de filmmuziek toe.
Cage koos het tegenovergestelde: hij prepareerde piano's met schroeven en rubber, gebruikte het Chinese orakelboek om beslissingen te nemen, en schreef met 4'33" een stuk waarin de uitvoerder niets speelt. Meer over die richting op de pagina over de moderne periode.
Acht namen uit drieënzestig jaar
De Amerikaanse lijst begint bij Charles Ives, geboren in 1874, en eindigt bij Philip Glass uit 1937. Acht namen binnen drieënzestig jaar: van alle landen met meer dan een handvol componisten is dit de kortste tijdspanne.
Dat is verklaarbaar. Vóór Ives hadden de Verenigde Staten wel muziekleven maar nauwelijks een eigen kunstmuziek; wat er werd gespeeld kwam uit Europa, en wie serieus wilde studeren ging naar Leipzig of Parijs. Vijf van de acht staan hier bij de twintigste eeuw en drie bij het moderne tijdvak, een Amerikaanse romantiek is er in deze lijst niet.
New York is de sterfplaats van vier van de acht, en Brooklyn de geboorteplaats van twee: Gershwin en Copland, geboren binnen twee jaar van elkaar in dezelfde wijk, uit gezinnen die kort tevoren uit Oost-Europa waren gekomen.
De omweg via Parijs
Een opvallend deel van deze generatie leerde het vak bij dezelfde lerares. Nadia Boulanger gaf in Parijs les aan Copland en later onder anderen aan Glass; haar leerlingenlijst loopt door tot ver in de tweede helft van de eeuw.
Wat zij meegaf was techniek, geen stijl; ze drong niemand een Frans idioom op. Copland kwam juist met de opdracht terug om iets herkenbaar Amerikaans te maken, en vond dat in shakerliederen, cowboyliedjes en een doorzichtige orkestklank.
Ives staat daar helemaal buiten. Hij werkte zijn leven lang in de verzekeringen, publiceerde nauwelijks en werd pas op late leeftijd ontdekt, zijn tweede symfonie ging in 1951 in première, ruim vijftig jaar nadat hij hem had geschreven.
Amerikaanse componisten in dit naslagwerk
De lijst staat op geboortejaar en beslaat nauwelijks veertig jaar: alle zes zijn tussen 1874 en 1918 geboren.
Charles Ives 20ste eeuw 1874–1954
George Gershwin 20ste eeuw 1898–1937
Aaron Copland 20ste eeuw 1900–1990
Samuel Barber 20ste eeuw 1910–1981
John Cage Modern 1912–1992
Leonard Bernstein 20ste eeuw 1918–1990
Steve Reich Modern 1936–
Philip Glass Modern 1937– Veelgestelde vragen
Waarom begint de Amerikaanse kunstmuziek zo laat?
Omdat het land tot ver in de negentiende eeuw zijn muziek importeerde: Europese dirigenten, Europees repertoire, Europese opleidingen. Wie componist wilde worden, studeerde in Leipzig of Parijs en kwam terug met een Duitse of Franse stijl.
De eerste generatie die daar bewust van afweek is precies de generatie in deze lijst.
Is filmmuziek onderdeel van deze traditie?
Er is een sterke verbinding. Veel Europese componisten die in de jaren dertig emigreerden kwamen in Hollywood terecht en brachten de laat-romantische orkestklank mee.
Als vakgebied heeft filmmuziek een eigen geschiedenis en valt ze buiten de indeling die dit naslagwerk aanhoudt.
Wat is 4'33"?
Een stuk van John Cage uit 1952 waarin de uitvoerder gedurende vier minuten en drieëndertig seconden geen noot speelt. Wat je hoort zijn de geluiden van de zaal en van jezelf.
Het is bedoeld als vraagstelling, niet als grap: wat onderscheidt muziek van geluid, en wie bepaalt dat?
Wie is de bekendste Amerikaanse componist?
Bij het brede publiek George Gershwin en Leonard Bernstein, de laatste vooral door West Side Story.
In de concertzaal is Aaron Copland het meest gespeeld, en in de twintigste-eeuwse muziekgeschiedenis is John Cage de meest besproken naam.