Leven
Karlheinz Stockhausen werd geboren in Burg-Mödrath nabij Keulen op 22 augustus 1928. Hij volgde een opleiding schoolmuziek- en pianoleraar aan de Musikhochschule te Keulen van 1947 tot 1951. Hij studeerde piano bij Hans Otto Schmidt-Neuhaus, muzikale vormleer bij Hermann Schroeder en compositie bij Frank Martin. Als wees had hij het financieel niet zo breed, en hij kwam in zijn studietijd aan de kost als pianist.
In 1951 woonde Stockhausen de Internationale Zomercursussen bij te Kranichstein-Darmstadt. Daar maakte hij kennis met de werken van Webern en Messiaen en hij sluit er vriendschap met Karel Goeyvaerts. Hij voert met Goeyvaerts tot in 1955 een drukke briefwisseling waarin de technische en esthetische aspecten van de vernieuwing van het compositorische denken uitvoerig aan bod komen.
Stockhausens werken zijn toepassingen van het zgn. 'punctuele serialisme', waarin alle 'parameters' (hoogte-duur-sterkte-kleur) van de muziek in reeksen worden geordend. Alle ordeningsdimensies van de muziek in elk van hun elementen dienen te gehoorzamen aan eenzelfde structuurbeginsel. Deze structuurregel dient tevens de interne opbouw van het klankmateriaal te bepalen. Voorbeelden van de punctuele stijl zijn 'Kontrapunkte' voor 10 instrumenten (1953) en zijn ingewikkelde reeks 'Klavierstücke'.
In 1952 en begin 1953 verbleef Stockhausen te Parijs waar hij bij Olivier Messiaen de cursus analyse volgde aan het Conservatoire National. Hij maakte er kennis met Boulez en in de studio voor concrete muziek van de radio werd een eerste compositie op band vastgelegd. Terug in Keulen werd hij door Herbert Eimert uitgenodigd om te werken in de pas opgerichte studio van de Westdeutsche Rundfunk (WDR), waarvan hij in de jaren '60 zelf directeur wordt.
Hij is tevens de eerste die na een paar 'Studies' in 1956, een uitgebreide elektronische compositie heeft gemaakt, nl. 'Gesang der Jünglinge' (naar het boek Danil). Naast sinusklanken e.d. wordt ook het menselijk stemgeluid elektronisch verwerkt en in de compositie opgenomen. Het gaat hier om de klanken van één kinderstem, die soms door opeenstapeling tot een koor gemanipuleerd worden. Het geluid loopt rondom de toehoorders via vijf luidsprekersgroepen.
Het was ook Eimert die hem in 1951 voor de eerste lezingen had uitgenodigd en met wie hij in 1955 het tijdschrift 'Die Reihe' oprichtte. Daarin verschenen zijn eigen belangrijke essays uit die tijd. Deze vroege essays vormen het theoretisch fundament van zijn muzikaal denken. In deze geschriften is de uitwerking merkbaar van de cursus communicatieleer en fonetica die Stockhausen aan de universiteit van Bonn gevolgd had. Eerder had hij aan de universiteit van Keulen cursussen Musikwissenschaft, filologie en filosofie gevolgd.
Stockhausen begon vanaf die tijd ook mee te werken bij de uitvoering van zijn composities, aanvankelijk als mede-dirigent. Vanaf de jaren '60 was hij ook en vooral klankregisseur voor de mixing en de ruimtelijke spreiding van het elektronisch getransformeerde klankmateriaal. Hij was tevens algemeen regisseur van zijn muziekdramatische werken. Tegen 1964 kwam er een ensemble tot stand dat zich uitsluitend met de uitvoering van zijn eigen werk bezig hield. Daarin speelden zijn echtgenote en later ook hun kinderen mee.
Om de ruimtelijke plaatsing van de klank in het componeerproces mogelijk te maken, had Stockhausen ook ideeën over de bouw van aangepaste uitvoeringsruimten. Eén daarvan werd gerealiseerd, nl. het koepel- of kogelauditorium van de Duitse Bondsrepubliek op de wereldexpo 1970 in Osaka. Het publiek bevindt er zich op een plateau in het midden van een bolvormige ruimte. De klank klinkt van overal in het rond.
Tussen 1960 en 1970 zijn zijn werken vooral ontstaan in de elektroakoestische studio te Keulen. Vanaf 1970 worden steeds vaker uitgebreide exclusieve initiatieven aan zijn oeuvre gewijd, waarbij Stockhausen, mét ensemble, aanwezig is als uitvoerder, commentator en pedagoog van eigen werk. Lezingen over zijn composities gaf hij eerst in Darmstadt (vanaf 1953). Later ging hij o.m. naar de Verenigde Staten en Japan.
Vanaf 1970 vinden we kosmische meditatieve muziek bij Stockhausen. Hij zoekt naar meer eenvoud, harmonie en eenheid tussen de muzikale parameters. Deze werken klinken koeler, rustiger en ascetischer. Stockhausen stelt hier een oplossing voor van de spanningen tussen individualisme en universalisme. Zijn muziek is de uitdrukking van verbondenheid met de kosmos, de natuur en de medemens. Sedert 1970 heeft Stockhausen ook een eigen uitgeverij om zijn werken in het circuit bekend te maken en te koop aan te bieden.
Vanaf 1977 begint Stockhausen aan zijn groots opgezet werk: 'Licht', een geplande cyclus van zeven avondvullende muziektheaterwerken over de zeven dagen van de week, voor dansers en/of acteurs en/of zangsolisten en/of koor en instrumentale solisten en/of orkest en/of band. Voltooid werden tussen 1977 en 1982 de drie delen van 'Donnerstag' (Donderdag) alsmede delen uit 'Dienstag' (Dinsdag). 'Samstag' (Zaterdag) werd in 1984 gecreëerd in de Scala van Milaan.
De inhoud van het werk in soms autobiografisch. Stockhausen wil er de rest van zijn leven aan wijden: "J'en avais assez de faire de 'pièces' de musique, de m'éparpiller en pièces. Maintenant, il me semblerait tout à fait normal qu'un compositeur commence dès sa première note une oeuvre où son existance entière serait intégrée", zegt hij voor 'Le Monde' (Ik heb er genoeg van om enkel stukken te componeren. Nu lijkt het me normaal dat ik begin te werken aan een werk dat heel mijn leven omvat). Zo stelt 'Donnerstag' het leven voor van de engel Michaël, die muzikant wordt en deelneemt aan alle mogelijk menselijke ervaringen, een reis door de wereld maakt en terug opstijgt naar de hemel!
Belangrijkste werken
Betekenis
Stockhausen werkte vanaf 1953 in de elektronische studio van de omroep in Keulen, waar klank uit sinustonen en ruis werd opgebouwd in plaats van uit opgenomen geluid. Gesang der Jünglinge uit 1956 was het eerste werk waarin die opgebouwde klank en een opgenomen menselijke stem als gelijkwaardig materiaal werden behandeld, het geldt als het eerste meesterwerk van de elektronische muziek.
Zijn tweede vinding is ruimte als parameter. Gruppen uit 1958 vraagt drie orkesten met drie dirigenten rond het publiek opgesteld, elk in een eigen tempo; klanken lopen van het ene orkest naar het andere door de zaal heen.
Daarnaast experimenteerde hij met vorm die de uitvoerder mee bepaalt. In Klavierstück XI staan negentien fragmenten op één groot blad en kiest de pianist ter plekke de volgorde, hetzelfde principe dat Boulez in zijn derde sonate gebruikte.
De laatste zesentwintig jaar van zijn leven werkte hij aan Licht, een cyclus van zeven opera's, één voor elke dag van de week, samen ruim negenentwintig uur. Het geheel is nog nooit achter elkaar uitgevoerd.
Vragen over Stockhausen
Wat is Gesang der Jünglinge?
Een elektronisch werk uit 1956 waarin een opgenomen jongenssopraan en synthetisch opgebouwde klank als gelijkwaardig materiaal worden behandeld. Het geldt als het eerste meesterwerk van de elektronische muziek.
Wat is Gruppen?
Een werk uit 1958 voor drie orkesten met drie dirigenten, rond het publiek opgesteld, elk in een eigen tempo. Klanken bewegen van het ene orkest naar het andere door de zaal.
Wat is Licht?
Een cyclus van zeven opera's, één per dag van de week, waaraan Stockhausen van 1977 tot 2003 werkte. Samen duren ze ruim negenentwintig uur; het geheel is nooit in één reeks uitgevoerd.
Wat is het verschil tussen musique concrète en elektronische muziek?
Musique concrète, uit Parijs, vertrekt van opgenomen geluid uit de wereld en bewerkt dat. De Keulse elektronische studio, waar Stockhausen werkte, bouwde klank juist op uit sinustonen en ruis.
