Leven
Krzysztof Penderecki brak in 1960 door met Threnos, een stuk van negen minuten voor tweeënvijftig strijkers waarin geen enkele noot in de gebruikelijke zin genoteerd staat. Hij schreef clusters, glissandi, spelen achter de kam en slagen op het klankkast, en noteerde dat met grafische tekens die hij zelf bedacht.
Het stuk heette aanvankelijk gewoon 8'37"; pas na de eerste uitvoering gaf hij het de opdracht aan de slachtoffers van Hiroshima. Hij zei daarover dat hij de klank eerst had en de betekenis daarna, een uitspraak die veel over zijn werkwijze zegt.
Rond 1975 keerde hij zich af van dat idioom. De Tweede symfonie uit 1980 is tonaal, breed en romantisch van gebaar, en de Poolse requiem, waaraan hij dertig jaar met tussenpozen werkte, staat dichter bij Bruckner dan bij de avant-garde. Die ommekeer heeft hem in de vakwereld veel kritiek opgeleverd.
Zijn Lucaspassie uit 1966, voor koor, solisten en orkest, verbindt beide werelden: clusters en grafische notatie naast gregoriaanse citaten en een tonale slotakkoord. Ze maakte hem internationaal bekend en werd in Polen als een politiek statement gelezen.
Zijn vroege muziek bereikte een breed publiek via film: Kubrick, Friedkin, Lynch en Scorsese gebruikten zijn werk, vrijwel altijd om angst op te roepen.
Belangrijkste werken
Betekenis
Penderecki's vroege werk verving de noot door de klank. In Threnos staat geen enkele toonhoogte in de gebruikelijke zin genoteerd; er zijn clusters, glissandi, spelen achter de kam en slagen op het klankkast, vastgelegd in een grafische notatie die hij zelf ontwierp.
Rond 1975 keerde hij zich daarvan af. Vanaf de Tweede symfonie is zijn muziek tonaal, breed van gebaar en dicht bij Bruckner en Sjostakovitsj; die ommekeer heeft hem in de vakwereld veel kritiek opgeleverd en bij het publiek juist een groter bereik.
Bij een breed publiek is hij bekend via de film: Kubrick gebruikte zijn werk in The Shining, Friedkin in The Exorcist, en Lynch en Scorsese volgden. Vrijwel altijd gaat het om zijn vroege stukken en vrijwel altijd om angst.
Vanaf de jaren negentig schreef hij een reeks concerten voor grote solisten (Anne-Sophie Mutter, Mstislav Rostropovitsj, Julian Rachlin) die het late, tonale idioom toepassen op de concertvorm. Het Tweede vioolconcert Metamorfosen uit 1995 is daarvan het meest gespeelde en won een Grammy.
Het arboretum van Lusławice
In 1974 kocht Penderecki een vervallen landhuis in Lusławice, een dorp ten oosten van Krakau, en begon hij er een park aan te leggen. Aan het eind van zijn leven stonden er meer dan achtduizend bomen in ruim tweehonderd soorten, geplant en grotendeels ook zelf gekozen door hem.
Hij heeft het verband met zijn werk vaak zelf gelegd. Een boom planten en een symfonie schrijven zijn allebei werk waarvan je de uitkomst niet meemaakt; het park is aangelegd volgens een tekening met een doolhof en met assen die pas over decennia zichtbaar zouden worden.
De tijdrekening van de tuin valt samen met de omslag in zijn muziek. De aankoop ligt vlak vóór de jaren waarin hij het clusteridioom losliet en terugkeerde naar melodie, tonaliteit en de grote romantische vorm.
Op hetzelfde terrein opende in 2013 het Europees Centrum voor Muziek, gebouwd met Europese steun, waar jonge musici in residentie werken. Penderecki heeft zijn park en zijn bibliotheek aan een stichting nagelaten; het landgoed is nu wat een conservatorium en een arboretum tegelijk kan zijn.
Zijn stijlomslag heeft hem overigens duur betaald bij de generatie die hem had omarmd. De avant-garde van de jaren zestig beschouwde de terugkeer naar tonaliteit als verraad, en hij is er decennialang op aangesproken. Penderecki antwoordde steevast dat hij in de jaren zestig aan het eind van een weg was gekomen en dat hij geen zin had daar te blijven staan.
Vragen over Penderecki
Wat is Threnos?
Een stuk uit 1960 voor tweeënvijftig strijkers, opgedragen aan de slachtoffers van Hiroshima. Het gebruikt clusters, glissandi en ongebruikelijke speelwijzen, genoteerd in een zelf ontworpen grafisch systeem.
Heette Threnos altijd zo?
Nee. Het heette aanvankelijk 8'37"; de opdracht aan de slachtoffers van Hiroshima kwam pas na de eerste uitvoering. Penderecki zei dat hij de klank eerst had en de betekenis daarna.
Waarom veranderde zijn stijl?
Vanaf ongeveer 1975 keerde hij terug naar de tonaliteit, met een breed, laat-romantisch idioom. Hij noemde de avant-garde een doodlopende weg; de vakwereld verweet hem verraad.
Welke films gebruiken zijn muziek?
Onder meer The Exorcist, The Shining, Wild at Heart en Shutter Island. Het gaat vrijwel altijd om zijn vroege, clusterrijke werken.
Wat schreef Penderecki voor solisten?
Een reeks concerten voor onder anderen Anne-Sophie Mutter, Rostropovitsj en Julian Rachlin. Het Tweede vioolconcert Metamorfosen uit 1995 is het meest gespeelde en won een Grammy.
