Leven
Iannis Xenakis werd geboren in Braila (Roemenië) op 29 mei 1922. Na zijn studies aan polytechnische school van Athene, ging hij muziek studeren met Arthur Honegger, Darius Milhaud, Varèse en Messiaen. Ondertussen werd hij ook onderricht in de architectuur door Le Corbusier (en werd later zijn assistent: hij bouwde onder meer het paviljoen van Philips bij de wereldtentoonstelling te Brussel).
Hij had veel gevoel voor muziek, synthese en wiskunde. Xenakis houdt niet van abstracte logica en seriële polyfonie. Hij wil dat zijn techniek overeenkomt met de universele entropie, en niet met het pseudo-determinisme van een enkelvoudige, statische cultuur. Daarvoor gebruikt hij wiskundige theorieën zoals de kansleer en de symbolische logica.
Eerst gebruikte hij elektro-akoestische technieken, daarna de instrumenten uit een traditioneel orkest, en later ook computers om zijn werken te componeren. De bedoeling is met zijn muziek een band te scheppen tussen de luisteraar en kosmos.
Xenakis schreef ook een belangrijk theoretisch werk, "Formele muziek" (1963). Hij was tevens lesgever en gaf conferenties aan de universiteiten van Parijs, Londen, Bonn, Lissabon...
De invloed van Iannis Xenakis op de verdere ontwikkeling van de hedendaagse Europese en Amerikaanse muziek is niet te onderschatten. Door Griekse namen te geven aan het grootste deel van zijn werken wil hij verduidelijken dat de moderne kunst en wetenschap filosofisch voortgevloeid zijn uit de klassieke Griekse concepten.
Belangrijkste werken
Betekenis
Xenakis vocht in het Griekse verzet, raakte daarbij zwaargewond, hij verloor een oog, en werd bij verstek ter dood veroordeeld. In 1947 vluchtte hij naar Parijs, waar hij twaalf jaar als ingenieur bij Le Corbusier werkte en ondertussen componeren leerde.
Zijn belangrijkste vinding is de behandeling van grote aantallen klanken als een massa met statistische eigenschappen; hij noemde dat stochastische muziek. Je bepaalt niet elke noot afzonderlijk, je bepaalt de verdeling waaruit de noten voortkomen.
Metastaseis uit 1954 is daarvan het eerste voorbeeld: zesenvijftig strijkers bewegen elk langs een eigen glissando, en samen vormen ze vlakken die van vorm veranderen. De schetsen zien eruit als bouwtekeningen, en dat waren ze ook, hetzelfde ontwerp gebruikte hij voor het Philips-paviljoen van 1958.
Vanaf de jaren zestig gebruikte hij computers om die verdelingen te berekenen. Zijn latere slagwerkwerken zijn daarentegen volledig met de hand geschreven en behoren tot het meest uitgevoerde deel van zijn oeuvre.
De polytopen en de tekentafel
Xenakis heeft een deel van zijn werk buiten de concertzaal gemaakt. Vanaf 1967 ontwierp hij polytopes: installaties waarin muziek, honderden lichtflitsen en laserstralen in een gebouw of een ruïne werden geprogrammeerd, met het publiek eronder. Ze liepen onder meer in Montreal, in Parijs, in Persepolis en in de Thermen van Cluny.
De opzet is dezelfde als in zijn partituren. Een lichtpunt is een gebeurtenis in tijd en ruimte, precies zoals een toon dat is, en de verdeling van duizenden van die punten laat zich met dezelfde statistiek beschrijven. Voor Xenakis bestond er geen principieel verschil tussen het een en het ander.
De praktische uitwerking daarvan is de UPIC, de machine die hij in zijn Parijse studiecentrum liet bouwen en eind jaren zeventig in gebruik nam. Daarop tekende men met een pen op een tablet een lijn, en die lijn werd rechtstreeks als toonhoogte tegen tijd uitgelezen en hoorbaar gemaakt.
Dat idee is inmiddels in vrijwel elk muziekprogramma terechtgekomen, waar een getekende curve een parameter over de tijd stuurt. Het is de stilste van zijn nalatenschappen en waarschijnlijk de wijdst verspreide.
De weg naar die bouwsels liep via zijn eerste beroep. Xenakis werkte twaalf jaar als ingenieur bij Le Corbusier en ontwierp daar onder meer de gevelritmen van het klooster van La Tourette en, als eigen ontwerp, het Philips-paviljoen van 1958. Dat hij ruimte en klank als hetzelfde probleem behandelde, was bij hem dus geen metafoor maar zijn dagelijkse werk.
Vragen over Xenakis
Wat is stochastische muziek?
Muziek waarin de componist de statistische verdeling van de gebeurtenissen vastlegt in plaats van elke gebeurtenis afzonderlijk. Het resultaat is een klankmassa met een bepaalde dichtheid en beweging.
Wat deed Xenakis bij Le Corbusier?
Hij werkte twaalf jaar als ingenieur aan onder meer het klooster van La Tourette en het Philips-paviljoen van 1958, dat hij grotendeels zelf ontwierp.
Wat is Metastaseis?
Een orkestwerk uit 1954 waarin zesenvijftig strijkers elk een eigen glissando spelen, zodat er klankvlakken ontstaan die van vorm veranderen. De constructie berust op dezelfde hyperbolische paraboloïden als het Philips-paviljoen.
Waarom klinkt zijn muziek zo fysiek?
Omdat dichtheid, massa en beweging bij hem de dragende parameters zijn in plaats van melodie en harmonie. Het effect is direct voelbaar, ook zonder enige voorkennis.
