Leven
Strawinsky's vader was baszanger aan de keizerlijke opera in St. Petersburg. Igor werd geboren op 18 juni 1882, en speelde op zijn negende reeds klavierreducties van de klassiekers. Als student maakt hij kennis met Rimski-Korsakov, die hem zonder veel overtuiging als leerling aanneemt. In 1905 voltooit hij zijn juristenstudies en in 1906 trouwt hij.
Zeer belangrijk voor Strawinsky's componistenloopbaan was de ontmoeting met Diaghilev, die in Parijs aan het hoofd van de "Ballets russes" stond. Deze Russische choreograaf was de besteller van de meeste grote balletten waarmee Strawinsky definitief doorbrak. Omwille van de samenwerking vertoefde hij zeer vaak in Parijs, o.m. bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Hij vestigt zich dan in Zwitserland. Na de oorlog (en dus ook na de revolutie van 1917), blijft hij voorgoed in Parijs en laat zich tot Fransman naturaliseren. In 1940, bij het uitbreken van de volgende Wereldoorlog, wijkt hij uit naar de Verenigde Staten en vijf jaar later verkrijgt hij zijn derde staatsburgerschap. De Strawinsky's woonden op een buitenverblijf in Beverly Hills (Hollywood, California). Op 6 april 1971 sterft hij in New York, en wordt volgens zijn eigen wens begraven op het Grieks-orthodoxe kerkhof te Venetië.
Strawinsky was geen reeksencomponist: van weinig genres maakte hij meer dan enkele voorbeelden en we hebben de indruk dat hij graag van alles eens wilde proeven. Aan de andere kant kan gezegd dat hij voor elk genre zowat de room van de melk geschept heeft, ondanks zijn beperkingen als melodicus.
Strawinsky moet een van de weinige componisten geweest zijn uit de muziekgeschiedenis die uitsluitend kon leven van de opbrengst van zijn composities, vooral dan door plaatopnamen. Nooit bekleedde hij een officiële functie als leraar of dirigent. Hij veranderde even gemakkelijk van nationaliteit als van stijl: zijn eerste werken waren nog zuiver laatromantisch in het genre van Rimski-Korsakov ("Eerste symfonie", "Feu d'artifice"); de grote balletten voor Diaghilev uit de Parijse periode zijn reeds veel ruw-expressionistischer van samenklank, en geschreven voor een groot orkest ("L'Oiseau de feu", "Petroechka" en "Le Sacre du Printemps"); daarna, wellicht door de oorlogsomstandigheden, schrijft hij voor een soberder bezetting ("Les Noces", "Renard", "Histoire du Soldat"); daarbij kwam een duidelijke terugkeer naar de klassieke vorm en samenklank naar voren, met als meest typische voorbeeld "Pulcinella", een balletsuite op thema's van Pergolesi. Dit procédé past hij later ook nog toe in "Le Baiser de la fée" (thema's van Tschaikovsky), "Jeu de cartes" (Rossini) en "Cantata" (Machault). In de religieuze muziek grijpt hij terug naar klassieke en Byzantijnse technieken ("Symphonie de Psaumes", "Mis" en "Canticum Sacrum"). Het laatste werk in (uitgesproken) neo-klassieke stijl is de opera "The Rake's Progress", die op het eerste gehoor van een ontspoord barokcomponist zou kunnen zijn.
Strawinsky leidde niet het onstuimige leven van een romanticus: hij werkte zeer intensief en regelmatig. Zijn naturalisaties waren niet tegen Rusland en Frankrijk gericht, maar uit opportunisme om administratieve, juridische en fiscale moeilijkheden te vermijden. Door de revolutie had hij het grootste deel van zijn familiefortuin verloren, en dat noopte hem tot een "voorzichtige" financiële politiek, die velen als schraperigheid beschouwden. Hij trachtte zich gewoon financieel veilig te stellen om zijn vrijheid niet te verliezen.
De grootste stijlsprong maakt hij ongetwijfeld in 1952, toen hij zich onder impuls van zijn medewerker (volgens sommigen de eigenlijke vader van de composities uit deze periode) Robert Craft bekeert tot de dodecafonie, zonder echter slaaf te worden van deze seriële techniek in de atonaliteit. Ofschoon hij in de VS als het ware buur van Schönberg was, had hij er nooit contact mee, tenzij postuum en geestelijk door deze ommekeer. Deze stap heeft hem heel wat vrienden en bewonderaars gekost, w.o. de dirigent Ernest Ansermet.
Belangrijkste werken
Betekenis
Strawinsky is de enige grote componist van de twintigste eeuw die drie keer volledig van taal wisselde. De Russische periode tot 1920 leverde de drie balletten voor Diaghilev op; de neoclassicistische periode tot 1951 greep terug op achttiende-eeuwse vormen; vanaf 1952 werkte hij met de twaalftoonstechniek van de school die hij zijn leven lang had bestreden.
De première van Le sacre du printemps in Parijs op 29 mei 1913 is het bekendste schandaal uit de muziekgeschiedenis. Het rumoer in de zaal was zo groot dat de dansers de muziek niet meer hoorden; de choreograaf stond in de coulissen de maten te roepen.
Wat dat stuk zo schokkend maakte was niet de dissonantie maar het ritme: maatwisselingen bij vrijwel elke maat en accenten die nergens vallen waar het oor ze verwacht. Daarmee werd ritme voor het eerst sinds de middeleeuwen weer de belangrijkste parameter.
Vragen over Strawinsky
Was Strawinsky Russisch?
Hij werd bij Sint-Petersburg geboren en staat in dit naslagwerk onder Rusland. Hij werd later achtereenvolgens Frans en Amerikaans staatsburger en keerde pas in 1962 eenmalig naar Rusland terug.
Wat gebeurde er bij de première van Le sacre?
Er brak rumoer uit in de zaal, met geschreeuw, gefluit en handgemeen. Of dat aan de muziek of aan de choreografie van Nijinsky lag, wordt nog steeds betwist; waarschijnlijk aan beide.
Wat is neoclassicisme?
Muziek die de vormen en de helderheid van de achttiende eeuw overneemt met een twintigste-eeuwse harmonie. Strawinsky begon ermee in 1920 met Pulcinella; zie de pagina over de 20ste eeuw.
Waarom stapte hij op zijn zeventigste over op twaalftoonstechniek?
Na de dood van Schönberg in 1951 en onder invloed van Robert Craft begon hij het systeem te bestuderen. Hij paste het op zijn eigen manier toe: ritmisch herkenbaar Strawinsky, met reeksen van minder dan twaalf tonen.
