Naar de inhoud
Componisten.net
Claudio Monteverdi, 1567–1643
Claudio Monteverdi, 1567–1643

Italië · Renaissance

Claudio Monteverdi

Stijlperiode
Renaissance
Geboren
15 mei 1567Cremona
Overleden
29 november 1643Venetië

Leven

Claudio Monteverdi werd geboren op 15 mei 1567 in de vioolbouwersstad Cremona als zoon van een arts. Aan de kathedraal van zijn geboortestad studeerde hij bij de kapelmeester muziektheorie, zang en viool. Op zijn vijftien reeds publiceerde hij zijn eerste bundel (Cantiunculae sacrae) en kort daarna de eerste geestelijke madrigalen en driestemmige canzonetten.

In 1590 wordt hij in Mantova als violist aangenomen in de kapel van hertog Gonzaga, o.l.v. Jacques Wert. Vermits de hertog op zijn oorlogsexpedities graag zijn muziekkapel in de buurt had, krijgt Monteverdi op die manier de gelegenheid om in Hongarije en Vlaanderen de lokale muziek te leren kennen.

In 1602 wordt Monteverdi zelf kapelmeester in Mantova. In die tijd componeerde hij vooral madrigalen, die in een zevental boeken gebundeld werden. Als modernist in het genre krijgt hij het aan de stok met de beroemde muziektheoreticus Artusi, en een polemiek in verschillende afleveringen ontstaat.

In 1607 schept hij zijn eerste meesterwerk, de opera "Orfeo" (zelf noemde hij het een "favola in musica"), meteen ook de eerste mijlpaal in de geschiedenis van dit genre. Na enkele jaren zoeken (vooral in de kringen van de Camerata van graaf Bardi in Firenze) hadden minder begaafde componisten hun tanden stukgebeten op deze nieuwe muziekvorm, die in de eerste plaats een poging was om de tragedie uit de klassieke Oudheid te reconstrueren. De middelen die hem daartoe in de "seconda prattica" ter beschikking stonden, had Monteverdi in zijn vroegere madrigalen tot het uiterste kunnen uitproberen: in plaats van zich uitsluitend met de structuur van het werk en het verloop van de stemmen bezig te houden ("prima prattica"), tracht hij door de muziek speciaal uitdrukking te geven aan de gevoelens die de tekst suggereert. Deze principes vinden we in het voorwoord van zijn vijfde madrigalenbundel, en het is een antwoord op een van de vier geschreven aanvallen van Artusi. De recieten van Orfeo stammen rechtstreeks af van de laatste bundels begeleide solomadrigalen. Monteverdi is ook de eerste componist in de muziekgeschiedenis die bewust orkestreert, door het instrumentarium voor elk deeltje aan de tekstinhoud aan te passen, waardoor in zekere zin ook reeds het principe van het Leitmotiv voorkomt: welbepaalde instrumenten voor bepaalde gemoedstoestanden of personages. Zowat alle toen in gebruik zijnde instrumenten worden aangewend (dit maakt uiteraard de pogingen tot reconstructies in onze tijd uiterst moeilijk en duur).

In de jaren na zijn Orfeo stierf Monteverdi's jonge echtgenote. Hij blijft componeren in opdracht van de Gonzaga's, en zowel in de prima (een mis à la Gombert) als in de seconda prattica ("Sontata sopra Sancta Maria").

In 1612 dient hij zijn ontslag in bij de opvolger van Vincenzo Gonzaga, en wordt in Venetië met open armen ontvangen als opvolger van Giovanni Gabrieli aan de San Marco. Naast de kerkmuziek moest hij er ook instaan voor de "hofmuziek" van de republiek Venetië. In deze Dogenstad werd de eerste publieke opera opgericht (de burgers konden tegen betaling voorstellingen bijwonen, in plaats van alleen maar op uitnodiging van de vorst). Helaas zijn de meeste opera's die Monteverdi in zijn Venetiaanse periode (ook op bestelling van andere steden en hoven, waaronder dat van Mantova!) componeerde, verloren gegaan.

Wel kennen we de titels: "Adone", "Le Nozze d'Enea con Lavinia". De laatste twee opera's zijn wel bewaard gebleven: "Il Ritorno d'Ulisse in patria" en "l'Incoronazione di Poppea". Ze tonen duidelijk aan dat Monteverdi's kunst in die jaren duidelijk evolueerde naar een gesloten da-capo-aria, een warmer melodiek, levendiger reciet en een soberder orkestbezetting.

Ook het achtste madrigalenboek bevat een soort opera: "Il Combattimento di Tancredi e Clorinda" op tekst van Tasso's "Gerusalemme liberata". Het is een kruising tussen opera, oratorium en madrigaal. De zgn. stile concitato wordt hier voor het eerst toegepast: opgewonden taferelen worden door tremolo en pizzicato in de verf gezet.

Voor San Marco componeerde hij "Selva morale e spirituale" en een vierstemmige mis met psalmen. Kort na een bezoek aan Cremona stierf Monteverdi op 29 november 1643.

Belangrijkste werken

1587–1638 Negen madrigaalboeken madrigaal
1607 L'OrfeoSV 318 opera
1608 Ariannaalleen de klaagzang bewaard opera
1610 Vespro della Beata VergineSV 206 kerkmuziek
1624 Il combattimento di Tancredi e ClorindaSV 153 muziektheater
1640 Il ritorno d'Ulisse in patriaSV 325 opera
1643 L'incoronazione di PoppeaSV 308 opera

Betekenis

Monteverdi staat precies op de breuk tussen renaissance en barok, en hij was zich daar volledig van bewust. Toen een criticus hem in 1600 verweet de regels van het contrapunt te schenden, antwoordde hij met een onderscheid dat sindsdien standaard is: de prima prattica, waarin de muziek de meesteres van de tekst is, en de seconda prattica, waarin de tekst de meesteres van de muziek is. Hij koos het tweede. Die keuze maakte de weg vrij voor de generatie na hem: Heinrich Schütz reisde in 1628 naar Venetië en nam de nieuwe manier van schrijven mee naar Duitsland.

Zijn negen madrigaalboeken laten die verschuiving over vijftig jaar zien. Het eerste boek uit 1587 is zuivere renaissancepolyfonie; het achtste uit 1638 bevat werken met continuo, solostemmen en een uitgeschreven strijkersbezetting die met de renaissance niets meer te maken hebben.

L'Orfeo uit 1607 is niet de eerste opera maar wel de eerste die het repertoire heeft gehaald, en de eerste waarin de bezetting per scène wordt voorgeschreven. In de Vespro van 1610 doet hij hetzelfde voor de kerkmuziek: elke psalm krijgt een eigen constructieprincipe.

Zijn laatste opera, L'incoronazione di Poppea, schreef hij op zijn vijfenzeventigste voor het Venetiaanse publieke operahuis. Het is de eerste opera met een historisch in plaats van mythologisch onderwerp, en de eerste waarin de overspeligen aan het eind winnen.

Vragen over Monteverdi

Was L'Orfeo de eerste opera?

Nee, er gingen enkele Florentijnse werken aan vooraf, waaronder Peri's Euridice uit 1600. L'Orfeo is wel de vroegste opera die tot vandaag regelmatig wordt uitgevoerd.

Wat is de seconda prattica?

Monteverdi's aanduiding voor een schrijfwijze waarin de tekst bepaalt wat harmonisch mag: dissonanten die de regels van het contrapunt verbieden zijn toegestaan als de woorden erom vragen.

Wat zijn de Mariavespers?

De Vespro della Beata Vergine uit 1610, een reeks psalmen, motetten en een magnificat. Het is het omvangrijkste kerkmuziekwerk van vóór Bachs passies en gebruikt een ongebruikelijk grote bezetting.

Hoeveel opera's van Monteverdi zijn bewaard?

Drie van de naar schatting tien: L'Orfeo, Il ritorno d'Ulisse en L'incoronazione di Poppea. Van Arianna rest alleen de klaagzang, die als los stuk een enorme verspreiding kreeg.