Leven
Giovanni Pierluigi werd geboren in het stadje Palestrina bij Rome, waarnaar hij is vernoemd, en werd als koorknaap opgeleid in de Santa Maria Maggiore. Zijn hele loopbaan speelde zich af binnen een straal van dertig kilometer: kapelmeester van de Cappella Giulia in de Sint-Pieter, korte tijd zanger in de Sixtijnse Kapel, daarna de Sint-Jan van Lateranen en de Santa Maria Maggiore, en ten slotte opnieuw de Sint-Pieter.
Zijn oeuvre is enorm: ruim honderd missen, meer dan driehonderd motetten, lamentaties, magnificats, litanieën en daarnaast een omvangrijke verzameling wereldlijke madrigalen waarover hij zich later schaamde. Het is het grootste samenhangende repertoire dat de zestiende eeuw heeft nagelaten.
Wat zijn muziek kenmerkt is een volmaakt evenwicht. De stemmen bewegen vrijwel uitsluitend stapsgewijs, sprongen worden in tegengestelde richting opgevangen, dissonanten worden voorbereid en opgelost volgens regels die uit zijn praktijk zijn afgeleid en die sindsdien als leerstof gelden. Wie contrapunt studeert, studeert de Palestrinastijl.
Aan zijn naam kleeft een hardnekkig verhaal. Het Concilie van Trente zou hebben overwogen de meerstemmigheid uit de eredienst te verbannen omdat de tekst er onverstaanbaar in werd, en Palestrina zou dat met zijn Missa Papae Marcelli hebben verhinderd. De mis bestaat en is doorzichtig gezet; het verhaal eromheen is een latere constructie.
Zijn tweede huwelijk is muziekhistorisch van belang. Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde hij met de weduwe van een bonthandelaar en leidde hij jarenlang diens zaak, wat hem het kapitaal gaf om zijn eigen werk te laten drukken, een luxe die vrijwel geen van zijn tijdgenoten had.
Belangrijkste werken
Betekenis
Palestrina's positie berust niet op vernieuwing maar op maatstaf. Zijn stemvoering werd in 1725 door Johann Joseph Fux in Gradus ad Parnassum tot leerstof gecodificeerd, en dat boek is via Haydn, Mozart en Beethoven tot in de twintigste eeuw het standaardleerboek contrapunt gebleven. Wie contrapunt leert, leert zijn regels.
De kern van die stijl is beheersing van de dissonant. Elke wrijving wordt voorbereid door een noot die al klonk en opgelost door een stapsgewijze daling; sprongen worden in de tegengestelde richting opgevangen. Het resultaat is een klank die nooit botst en toch niet vlak wordt.
Het verhaal dat hij met de Missa Papae Marcelli de kerkmuziek van een verbod zou hebben gered, is een negentiende-eeuwse constructie. Het Concilie van Trente sprak wel over de verstaanbaarheid van de tekst, maar van een dreigend verbod en een reddende mis staat in de akten niets.
Ontslagen omdat hij getrouwd was
In 1555 werd Palestrina samen met twee collega’s uit de pauselijke kapel gezet. De reden was niet zijn muziek maar zijn burgerlijke staat: paus Paulus IV handhaafde de oude regel dat de zangers van de Sixtijnse kapel geestelijken moesten zijn, en alle drie waren getrouwd.
Hij vond werk als kapelmeester bij Sint-Jan van Lateranen en daarna bij Santa Maria Maggiore, en is nooit meer in de pauselijke kapel teruggekomen. Zijn latere verhouding tot het Vaticaan liep via opdrachten en via zijn positie bij de Cappella Giulia in de Sint-Pieter, niet via een aanstelling als zanger.
De zwaarste jaren kwamen daarna. Tussen 1572 en 1580 verloor hij aan de pest twee zonen, een broer en zijn vrouw. Hij heeft in die tijd overwogen priester te worden, liet zich zelfs tot de lagere wijdingen toelaten, en zag daar binnen enkele maanden weer van af.
In 1581 hertrouwde hij met de weduwe van een bonthandelaar en ging hij het bedrijf mee besturen. Uit die inkomsten heeft hij het grootste deel van zijn eigen muziek laten drukken, en dat is de reden dat zijn oeuvre vrijwel volledig bewaard is gebleven.
Zijn nalatenschap is daarna een leerstof geworden. Vanaf de negentiende eeuw werd de stile antico op conservatoria onderwezen als een apart vak, met zijn stemvoering als regelstelsel, en generaties componisten, van Bruckner tot Debussy, hebben dat vak doorlopen. Dat maakt hem de enige componist wiens werk twee eeuwen na zijn dood verplichte kost werd voor iedereen die het vak wilde leren.
Vragen over Palestrina
Wat is de Palestrinastijl?
Het contrapuntische systeem dat uit zijn werk is afgeleid: stapsgewijze stemvoering, sprongen die in tegengestelde richting worden opgevangen, en dissonanten die altijd worden voorbereid en opgelost. Fux codificeerde het in 1725.
Wat is het verhaal over de Missa Papae Marcelli?
Dat Palestrina er de meerstemmige kerkmuziek mee zou hebben gered van een verbod door het Concilie van Trente. De mis bestaat en is doorzichtig gezet; het verhaal eromheen is een latere toevoeging.
Hoeveel missen schreef Palestrina?
Ruim honderd, plus meer dan driehonderd motetten, lamentaties, magnificats en litanieën. Het is het grootste samenhangende repertoire van de zestiende eeuw.
Waar komt zijn naam vandaan?
Van het stadje Palestrina bij Rome, waar hij werd geboren. Zijn eigenlijke naam was Giovanni Pierluigi; componisten werden in die tijd vaak naar hun geboorteplaats genoemd.
