Leven
Karol Szymanowski groeide op op het landgoed van zijn familie in Oekraïne, in een milieu waar vier talen werden gesproken en muziek vanzelfsprekend was. Hij verloor dat alles in 1917, toen het huis met de bibliotheek en de vleugel tijdens de revolutie werd verwoest.
Zijn werk valt in drie duidelijk gescheiden periodes. De eerste is laat-romantisch, met Chopin, Skrjabin en Wagner als voorbeelden. De tweede, rond 1914, is het gevolg van reizen door Sicilië, Noord-Afrika en het Nabije Oosten: Mythes voor viool en piano, de Derde symfonie en het Eerste vioolconcert werken met glinsterende, ongrijpbare klankvlakken die dicht bij Debussy en Skrjabin staan.
De derde periode begint in de jaren twintig, toen hij zich richtte op de muziek van de Górale, de bergbewoners van Podhale. Hun schaalvormen, hun harde parallellen en hun dansritmen leverden hem een taal die noch Duits noch Frans was; het ballet Harnasie en het Stabat Mater komen daaruit voort.
Van 1927 tot 1932 leidde hij het conservatorium van Warschau, waar hij het onderwijs ingrijpend probeerde te hervormen en daarop stuitte op verzet dat hem uiteindelijk zijn positie kostte.
Hij stierf op zijn vierenvijftigste aan tuberculose in een sanatorium in Lausanne. Zijn invloed op de Poolse componisten van na 1945, Lutosławski voorop, is groter dan zijn bekendheid buiten Polen doet vermoeden.
Belangrijkste werken
Betekenis
Szymanowski is de belangrijkste Poolse componist tussen Chopin en Lutosławski, en de enige die in drie duidelijk gescheiden stijlen heeft geschreven: laat-romantisch, dan een impressionistisch gekleurde periode na zijn reizen door het Middellandse Zeegebied, en ten slotte een taal gebouwd op de bergmuziek van Podhale.
Die laatste wending is de belangrijkste. In de muziek van de Górale vond hij toonladders, harde parallellen en dansritmen die noch Duits noch Frans waren, en daarmee bouwde hij wat hij zelf een Poolse taal noemde, niet door te citeren maar door de grondstof om te vormen, zoals Bartók dat in Hongarije deed.
Zijn invloed op de Poolse componisten van na 1945 is groot. Lutosławski noemde hem uitdrukkelijk als voorbeeld, en de weg die hij aanwees (een eigen taal, los van de Duitse academie) is die welke de hele Poolse school na hem is gegaan.
Wat 1917 hem kostte
Szymanowski groeide op op Tymoszówka, het landgoed van zijn familie in Oekraïne, waar een bibliotheek, een piano en vier talen vanzelfsprekend waren. In 1917 werd het huis tijdens de revolutie geplunderd en verwoest, met de vleugel in de vijver en de bibliotheek op straat.
Daarmee viel de basis onder zijn bestaan weg. Tot dan toe had hij kunnen componeren zonder ooit te hoeven verdienen; vanaf 1918 moest hij van zijn werk leven, in een land, het herstelde Polen, dat zelf net opnieuw begon en geen geld had voor muziek.
Uit die jaren stamt ook de roman Efebos, geschreven in 1918 en 1919, waarin hij openlijk over homoseksuele liefde schreef. Het enige volledige manuscript is in 1939 bij het bombardement op Warschau verbrand; er zijn alleen fragmenten en een door hemzelf vertaald hoofdstuk over.
Het is tegen die achtergrond dat hij naar de bergen trok. In Zakopane, in het huis Atma, schreef hij tussen 1930 en 1935 de Mazurka’s, Harnasie en het tweede vioolconcert, de werken waarin hij het verloren landgoed verruilde voor een ander en armer Polen.
Zijn laatste jaren stonden in het teken van diezelfde armoede. Hij verkocht Atma in 1936, reisde van sanatorium naar sanatorium, en stierf in 1937 in Lausanne aan tuberculose, zesenvijftig jaar oud. In Polen kreeg hij een staatsbegrafenis en ligt hij in de krypte van de Paulinenkerk in Krakau, bij de nationale schrijvers en kunstenaars, een eerbewijs dat hem tijdens zijn leven weinig had opgeleverd.
Vragen over Szymanowski
Wat is de Górale-muziek?
De muziek van de bergbewoners van Podhale in Zuid-Polen, met eigen toonladders, harde parallellen en dansritmen. Szymanowski gebruikte haar vanaf de jaren twintig als grondstof voor een eigen taal.
Wat zijn Mythes?
Drie stukken voor viool en piano uit 1915, naar Griekse mythen, waarin de viool met flageoletten en glissandi een klank krijgt die vóór hem niet bestond.
Wat is King Roger?
Zijn opera uit 1926 over een Siciliaanse koning die door een herder uit zijn geloof wordt gelokt. Ze wordt sinds de jaren negentig regelmatig opgevoerd.
Welke invloed had hij op Lutosławski?
Lutosławski noemde hem uitdrukkelijk als voorbeeld. De weg die Szymanowski aanwees (een eigen taal bouwen uit eigen materiaal, los van de Duitse academie) is die welke de Poolse school na 1945 volgde.
