Leven
Bohuslav Martinu werd op 8 december 1890 geboren in Policka. De eerste 12 jaar van zijn leven bracht hij door in een kerktoren waar zijn vader, schoenmaker van beroep, wachter van was. Op zijn zevende kreeg hij zijn eerste vioollessen van de plaatselijke kleermaker.
In 1906 werd hij naar het conservatorium van Praag gestuurd in de hoop dat hij een vioolvirtuoos zou worden. Vier jaar later werd hij er echter ontslagen wegens 'onverbeterlijke nalatigheid'. Om aan WO I te ontsnappen liet hij zich medisch ongeschikt verklaren. Hij bracht de oorlogsjaren door in zijn geboortestad, waar hij compositie onderrichtte.
Tussen 1913 en 1923 was hij violist in het Filharmonisch Orkest van Praag. Na de oorlog keerde hij naar Praag terug, waar hij les ging nemen bij Suk, hoewel hij voor een groot deel autodidact was. In 1923 verhuisde hij naar Parijs om er bij Roussel te gaan studeren. Hij leefde er in nogal erbarmelijke omstandigheden en trouwde met een Française. Martinu maakt deel uit van de buitenlandse groep musici die onder de naam Parijse School verzameld worden.
Dankzij een aantal personen zoals Talich, Ansermet, Sacher, Münch en Koussevitzky raakte zijn oeuvre beetje bij beetje bekend. Hij moest echter tot in 1938 wachten op zijn eerste grote succes met het Dubbelconcerto voor 2 strijkorkesten. Tijdens WO II sloeg hij op de vlucht voor de nazi's en doorkruiste Frankrijk en Portugal om uiteindelijk per schip naar de VS te reizen.
Eenmaal daar aangekomen, kreeg hij al snel opdracht van Koussevitzky om een symfonie te schrijven. Hij schreef ook een vioolconcert voor Elman en 'Memorial Stanzas' voor niemand minder dan Albert Einstein, zelf een voortreffelijke violist. Martinu werd tot Amerikaan omgedoopt en professor aan de universiteit van Princeton benoemd.
Na de oorlog keerde hij terug naar Praag om er een tijdje les te geven aan het Praagse conservatorium, waarna hij zich in Rome ging vestigen. Hij stierf op 28 augustus 1959 in het Zwitserse Liestal
Van eenheid in stijl is er in Martinu's muziek geen sprake. Men vindt er zowel slechte passages te wijten aan zijn nogal onorthodoxe muzikale opvoeding, als schitterende stukken. Zijn muziek is zeer gevarieerd, levendig en origineel.
Belangrijkste werken
Betekenis
Martinů groeide op in een kerktoren: zijn vader was klokkenluider in Polička, en het gezin woonde in een kamer op negenendertig meter hoogte, bereikbaar via honderdvierennegentig treden. Hij zei later dat het uitzicht over het landschap zijn gevoel voor ruimte in de muziek had bepaald.
Hij werd van het conservatorium in Praag gestuurd wegens onverbeterlijke nalatigheid, speelde jarenlang tweede viool in de Tsjechische Filharmonie, en vertrok in 1923 naar Parijs. Daar bleef hij zeventien jaar, tot hij in 1940 voor de Duitse inval moest vluchten; hij kwam via Lissabon in de Verenigde Staten terecht.
Zijn stijl verbindt Tsjechische dansritmiek met het Franse neoclassicisme en met de motorische beweging van de barok, een concerto grosso-achtige voortstuwing die vrijwel al zijn snelle delen draagt.
Zijn oeuvre telt ruim vierhonderd werken, waaronder zes symfonieën, vijftien opera's en zeven strijkkwartetten. Hij heeft Tsjechië na 1938 nooit meer teruggezien; zie Tsjechische componisten.
De val in 1946
Martinů ontsnapte in 1940 met zijn vrouw uit Frankrijk naar Lissabon en vandaar naar New York; zijn naam stond op een Duitse lijst en zijn muziek was in het bezette gebied verboden. In Amerika schreef hij in vijf jaar vijf symfonieën, het beste dat hij had.
In juli 1946 kreeg hij eindelijk wat hij wilde: een aanstelling aan het conservatorium van Praag, de instelling die hem als student had weggestuurd. Hij zou in het najaar vertrekken.
Op 17 juli viel hij in Great Barrington in de Berkshires van een onbeveiligd terras enkele meters naar beneden. Hij liep een schedelbasisfractuur op, lag maanden in het ziekenhuis, verloor het gehoor aan één oor en hield zijn hele verdere leven last van duizeligheid en evenwichtsstoornissen.
De reis ging niet door, en in februari 1948 grepen de communisten in Praag de macht. Hij is nooit meer teruggegaan. Hij stierf in 1959 in Zwitserland; zijn stoffelijk overschot werd pas in 1979 naar Polička overgebracht, naar het kerkhof onder de toren waarin hij was opgegroeid.
Vragen over Martinů
Waar groeide Martinů op?
In de klokkentoren van de kerk van Polička, waar zijn vader klokkenluider was. Het gezin woonde op negenendertig meter hoogte, bereikbaar via honderdvierennegentig treden.
Hoeveel schreef Martinů?
Ruim vierhonderd werken, waaronder zes symfonieën, vijftien opera's, zeven strijkkwartetten en een groot aantal concerten. Hij schreef snel en herzag zelden.
Wat kenmerkt zijn stijl?
Een motorische, doorlopende beweging die aan het barokke concerto grosso doet denken, gecombineerd met Tsjechische dansritmiek en de helderheid van het Franse neoclassicisme.
Keerde hij ooit terug naar Tsjechië?
Nee. Hij vertrok in 1923 naar Parijs, vluchtte in 1940 naar de Verenigde Staten en stierf in 1959 in Zwitserland. Zijn stoffelijk overschot werd in 1979 naar Polička overgebracht.
