Leven
Het leven van Hindemith is minder boeiend dan zijn werken. Hij werd in Hanau (Pruisen) geboren op 16 november 1895 in een eerder armoedige familie. Als kind reeds begon hij spelenderwijze te componeren, en toen hij zich in 1909 aan het Conservatorium van Frankfurt liet inschrijven, had hij reeds een indrukwekkend aantal kamermuziekjes geschreven.
In Frankfurt studeerde hij contrapunt en compositie bij Arnold Mendelssohn, compositie bij Bernhard Sekles en viool bij Adolph Rebner. Om zijn lessen te kunnen betalen, moest hij allerlei muzikale schnabbels meepikken. De eerste composities met opusnummering ontstaan in die tijd, en na een korte legerdienst wordt hij concertmeester in het operaorkest van Frankfurt. Sedert 1915 maakte hij deel uit van het beroemde Rebner-strijkkwartet, eerst als tweede violist, daarna als altist. Met die groep werd heel Europa afgereisd. In 1921 sticht hij zelf een nieuw ensemble: het Amarkwartet, dat tot 1929 triomfen bleef oogsten. In 1927 aanvaardt Hindemith een aanstelling als compositieleraar aan de Muziekhogeschool van Berlijn; hier gaat hij zich steeds meer met historische en pedagogische onderwerpen bezighouden. Al wat nieuw en experimenteel was boeide hem, zoals de Zeitoper en het componeren voor grammofoon, mechanisch klavier enz. Door zijn werken voor en met jongeren was Hindemith bij de Duitse jeugd ongewoon populair geworden, en dat viel niet in goede aarde bij het nieuwe bewind. In 1938 wijkt hij uit naar Zwitserland en ten slotte naar de Verenigde Staten om te ontkomen aan de lastercampagne van de nazi-pers. Van 1934 tot 1937 reist hij elk jaar naar Ankara om de Turkse regering van advies te dienen bij de uitbouw van een eigen muziekonderwijsnet. In Amerika werd hem een leerstoel aangeboden aan de Yale-universiteit en heel wat belangrijke composities ontstonden tijdens de jaren van ballingschap.
Vanaf 1946 pendelt Hindemith tussen de universiteiten van Yale en Zürich, houdt in heel de wereld lezingen en legt zich als uitvoerend kunstenaar steeds meer op het dirigeren toe. In 1953 vestigt hij zich terug in Zwitserland, maar is zelden thuis te vinden. Hij sterft op 28 december 1963.
Belangrijkste werken
Betekenis
Hindemith was altviolist van beroep, hij speelde de première van Waltons altvioolconcert, en dat praktische uitgangspunt loopt door zijn hele werk. Hij schreef sonates voor vrijwel elk orkestinstrument, waaronder instrumenten waarvoor vrijwel niemand schreef: tuba, hobo d'amore, bastuba, althoorn.
In de jaren twintig bedacht hij de Gebrauchsmusik: muziek voor een concreet gebruik en voor uitvoerders die geen beroepsmusici zijn. Het idee was dat muziek terug moest naar de gemeenschap in plaats van naar de concertzaal, en het heeft het amateurwezen in Duitsland blijvend gevormd.
Zijn Unterweisung im Tonsatz uit 1937 is een eigen harmonieleer, gebouwd op de boventoonreeks, waarin hij de twaalf tonen van het octaaf naar spanning ordent. Het is de laatste serieuze poging om een tonaal systeem opnieuw te funderen.
In 1934 werd Mathis der Maler in Duitsland verboden, waarna Furtwängler een openbaar pleidooi voor hem hield dat hem zijn eigen positie kostte. Hindemith emigreerde in 1938 via Zwitserland naar de Verenigde Staten en gaf van 1940 tot 1953 les aan Yale.
Het Collegium Musicum in Yale
Hindemith gaf van 1940 tot 1953 les aan Yale, en richtte daar een Collegium Musicum op dat middeleeuwse en renaissancemuziek uitvoerde op instrumenten uit die tijd. Dat was in de Verenigde Staten van de jaren veertig vrijwel onbekend terrein.
Hij speelde zelf mee, op viola d’amore, gamba en blokfluit, en hij bewerkte het materiaal uit de handschriften. Op de programma’s stonden Machaut, Dufay, Monteverdi en Schütz, en in 1950 leidde hij ter gelegenheid van het Bachjaar uitvoeringen die dichter bij de achttiende-eeuwse praktijk lagen dan wat een symfonieorkest toen deed.
Voor hem was dat geen liefhebberij maar dezelfde overtuiging als zijn Gebrauchsmusik: muziek is iets wat je doet, en een componist die niet weet hoe zijn eigen noten onder de vingers liggen, schrijft onbruikbaar werk. Hij beheerste vrijwel elk orkestinstrument op zijn minst behoorlijk.
De historische uitvoeringspraktijk die vanaf de jaren zestig in Europa doorbrak, heeft in Amerika daar een van haar beginpunten. Verschillende van zijn Yale-studenten hebben die lijn voortgezet, en het Collegium Musicum bestaat er nog steeds.
Vragen over Hindemith
Wat is Gebrauchsmusik?
Muziek geschreven voor een concrete gelegenheid en voor amateurs of leerlingen in plaats van voor het concertpodium. Hindemith bedacht het begrip in de jaren twintig en had er later een hekel aan.
Waar gaat Mathis der Maler over?
Over de schilder Matthias Grünewald ten tijde van de Boerenoorlog, en over de vraag of een kunstenaar zich met politiek moet bemoeien. De opera werd in 1934 in Duitsland verboden.
Wat is de Unterweisung im Tonsatz?
Hindemiths eigen harmonieleer uit 1937, waarin hij de twaalf tonen op basis van de boventoonreeks naar toenemende spanning ordent. Het is een poging de tonaliteit opnieuw te funderen na de twaalftoonstechniek.
Voor welke instrumenten schreef hij sonates?
Voor vrijwel alle: piano, viool, altviool, cello, fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, trompet, trombone, tuba, harp, althoorn en engelse hoorn. Het was zijn uitdrukkelijke bedoeling geen instrument over te slaan.
