Leven
Eveneens in Noord-Duitsland (Köstritz) werd Schütz precies een eeuw voor J.S. Bach geboren, op 8 oktober 1585, uit welgestelde ouders, en in verschillende opzichten was hij de belangrijkste voorloper van de Thomaskantor.
Zijn mooie sopraanstem werd in het hotel van zijn grootvader "zum Schützen" door landgraaf Maurits von Hessen opgemerkt. Deze stuurde de kleine Schütz op zijn kosten naar het Mauritianuminternaat te Kassel, en achteraf naar de universiteit van Marburg om rechten te studeren. Lang twijfelde Schütz tussen een muzikale loopbaan of een vaste plaats als juridisch regeringsambtenaar. Eigenlijk was het weer de landgraaf die de knoop doorhakte door hem een studiebeurs aan te bieden om bij Giovanni Gabrieli in Venetië te gaan studeren.
Terug in Kassel wordt hij hoforganist en begint enige bekendheid te verwerven. In 1617 wordt hij hofkapelmeester te Dresden, en blijft er meer dan een halve eeuw. Tussendoor echter maakt hij een tweede Italiaanse studiereis naar Venetië, dit keer om ingewijd te worden in de nieuwe stijl van Monteverdi. Terug in Duitsland komt hij terecht in de ellende van de Dertigjarige Oorlog. Zijn vrouw en eerste dochtertje sterven vier jaar na zijn huwelijk; ook zijn tweede dochter sterft in het kraambed, zodat een kleindochter bij zijn sterfbed de enige aanwezige bloedverwant was (6 november 1672).
Al die omstandigheden zijn direct medebepalend geweest voor de stijl van Schütz' composities: van de eerste studiereis bracht hij de concerterende stijl van Gabrieli mee, van de tweede de dramatische "seconda prattica"-techniek van Monteverdi. Zijn persoonlijk leed en de oorlogsomstandigheden waren er de oorzaak van dat hij meestal voor een erg sobere bezetting schrijft, ofwel aan de uitvoerders de vrijheid van bezetting overlaat. Vaak moest hij de hofmusici uit eigen zak betalen, en tussendoor ging hij enkele keren in Kopenhagen werken om er financieel bovenop te komen. Ook de genres die Schütz beoefende wijzen in die richting: naast enkele Italiaanse madrigalen (eerder studiewerkjes) en een verloren gegane opera "Dafne" (overigens de allereerste Duitse opera, op tekst van Rinuccini in een vertaling van Martin Opitz) componeerde Schütz uitsluitend vocale kerkmuziek.
In 1667 ging hij als 82-jarige met pensioen, maar zou gedurende de laatste vijf levensjaren nog belangrijke werken componeren. Belangrijk is Schütz voor de synthese die hij maakte van de polyfonie en de meerkorige vroegbarok, en hij wist dit alles wonder wel aan de Duitse taal aan te passen.
Belangrijkste werken
Betekenis
Schütz is de belangrijkste Duitse componist van de zeventiende eeuw en de schakel tussen de Venetiaanse school en Bach. Hij studeerde twee keer in Italië (eerst bij Giovanni Gabrieli in Venetië, ruim twintig jaar later bij Monteverdi) en bracht beide keren een nieuwe schrijfwijze mee terug.
Van Gabrieli nam hij de meerkorigheid over: twee of meer koren die elkaar vanuit verschillende plaatsen in de kerk beantwoorden. Van Monteverdi nam hij de seconda prattica over, waarin de tekst bepaalt wat harmonisch is toegestaan.
Zijn loopbaan viel vrijwel volledig samen met de Dertigjarige Oorlog. De hofkapel in Dresden, die hij vijfenvijftig jaar leidde, kromp van veertig musici tot een handvol; zijn Kleine geistliche Konzerte zijn geschreven voor precies die situatie, een of twee zangers met continuo, meer was er niet.
Zijn late passies gaan de andere kant op: geen instrumenten, geen continuo, uitsluitend stemmen, met een recitatief dat op het gregoriaans teruggrijpt. Ze zijn geschreven toen hij tachtig was.
De rechtenstudent
Schütz was niet voorbestemd voor de muziek. Landgraaf Moritz van Hessen-Kassel logeerde in 1598 in de herberg van zijn vader, hoorde de dertienjarige zingen en nam hem mee als koorknaap; de ouders stemden met tegenzin toe en hielden vast aan een fatsoenlijke loopbaan.
Hij studeerde dus rechten in Marburg. Pas toen de landgraaf hem in 1609 een beurs aanbood om bij Giovanni Gabrieli in Venetië te gaan studeren, koos hij definitief; hij was toen vierentwintig, een leeftijd waarop zijn tijdgenoten al jaren in dienst waren.
Gabrieli stierf in 1612 en liet hem een van zijn ringen na. Schütz keerde terug, aarzelde nog jaren tussen de twee beroepen, en werd in 1615 naar Dresden geroepen, waar hij vijfenvijftig jaar hofkapelmeester zou blijven.
In 1628 ging hij nog een keer naar Venetië, nu om bij Monteverdi de nieuwe manier van componeren te leren. Dat een man van drieënveertig, kapelmeester van een van de grootste hoven van Duitsland, opnieuw als leerling bij een buitenlandse collega ging zitten, is in de zeventiende eeuw hoogst ongebruikelijk, en het is de reden dat de Duitse muziek de Italiaanse ontwikkeling niet heeft gemist.
Vragen over Schütz
Wat betekent SWV?
Schütz-Werke-Verzeichnis, de catalogus van zijn werken. De nummering volgt grotendeels de volgorde van de gedrukte uitgaven.
Wat is meerkorigheid?
Een schrijfwijze waarbij twee of meer koren op verschillende plaatsen in de ruimte staan en elkaar beantwoorden. Ze ontstond in de San Marco in Venetië en kwam via Schütz naar Duitsland.
Schreef Schütz de eerste Duitse opera?
Ja, Dafne uit 1627. De muziek is verloren gegaan; alleen het libretto is bewaard.
Hoe beïnvloedde de Dertigjarige Oorlog zijn werk?
Ingrijpend. De hofkapel in Dresden kromp tot een handvol musici, en zijn Kleine geistliche Konzerte zijn juist voor die minimale bezetting geschreven: een of twee stemmen met continuo.
