Naar de inhoud
Componisten.net
Arnold Schönberg, 1874–1951
Arnold Schönberg, 1874–1951

Oostenrijk · 20ste eeuw

Arnold Schönberg

Stijlperiode
20ste eeuw
Geboren
13 september 1874Wenen
Overleden
13 juli 1951Los Angeles

Leven

Arnold Schönberg moet zowat de eerste componist geweest zijn die opzettelijk "valse noten" componeerde, echter niet zonder eerst een theorie uitgewerkt te hebben waarin valse noten gewoon niet bestonden (de "emancipatie" van de dissonant).

Hij werd geboren in Wenen op 13 september 1874. Zijn vader was koopman, en ook Arnold was voor een loopbaan in die branche voorbestemd. Behalve vioollessen op zijn twaalf was hij autodidact en hij begint in de stijl van Brahms en Wagner te componeren. Als hij vijftien is, sterft zijn vader; twee jaar later wordt hij bediende in een bank die kort daarna bankroet gaat. Schönberg besluit dan maar van de muziek te gaan leven. Hij neemt contrapuntlessen bij Zemlinsky en huwt diens dochter. Om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien instrumenteert en transcribeert hij operettes! Hij wordt dirigent van een zangvereniging van metaalarbeiders, en van het orkest van het "Bunte Theater" in Berlijn, een soort literair cabaret.

Zijn allereerste werk werd gunstig onthaald: een traditioneel klinkend strijkkwartet. Al wat daarna kwam, werd echter jarenlang de zalen uitgefloten. Korte tijd was hij compositieleraar in Berlijn (op aanbeveling van R. Strauss, die zijn "Gurrelieder" ter inzage had gekregen). In 1903 keert hij terug naar Wenen, en wordt er docent aan de Schwarzwaldschool. Daar vormt zich rond hem een avant-garde groep met o.a. Alban Berg, Anton Webern en Egon Wellesz. Hij sluit vriendschap met Mahler en Guido Adler, en gaat ook tekenen en schilderen. In 1910 geeft hij aan de Akademie für Musik in Wenen compositieles. Zijn "Harmonielehre" stamt uit die periode.

Stilaan werd de naam Schönberg een begrip. Vanaf 1909 componeert hij nog uitsluitend atonaal. Van 1914 tot 1923 schept hij geen nieuwe werken, maar broedt een revolutionair systeem binnen de atonaliteit uit: de dodecafonie. Een grondreeks van twaalf halve tonen van het octaaf kan in drie variaties voorkomen: in kreeftegang (omgekeerde volgorde), in omkering (intervallen in spiegelbeeld) en in een combinatie van beide. Deze vier reeksen kunnen dan nog eens getransponeerd worden naar de elf andere halve tonen van het octaaf, zodat we 4 x 112 - 48 verschillende reeksen hebben.

Dit is het stramien waarmee ritmisch en orkestraal gewerkt wordt. In de jaren 1920/1921 is hij in Amsterdam voor een meestercursus in muziekanalyse, en in 1925 treffen we hem voor de derde keer in Berlijn aan, dit keer in de Akademie der Künste. In 1933 reist hij naar Spanje, en het jaar daarop naar de Verenigde Staten om er aan de universiteit van Hollywood colleges te geven. Hij blijft wegens de Tweede Wereldoorlog in Amerika en sterft in Los Angeles op 13 juli 1951.

Belangrijkste werken

1899 Verklärte Nachtopus 4 strijksextet
1911 Harmonielehre leerboek
1912 Pierrot lunaireopus 21, met Sprechgesang zang en ensemble
1923 Vijf klavierstukkenopus 23, eerste twaalftoonswerk klavier
1928 Variaties voor orkestopus 31 orkest
1932 Moses und Arononvoltooid opera
1947 A Survivor from Warsawopus 46 koor en orkest

Betekenis

Schönberg begon als laat-romanticus. Verklärte Nacht uit 1899 staat dichter bij Wagner en Brahms dan bij wat daarna kwam, en is nog altijd zijn meest uitgevoerde werk. Rond 1908 liet hij de toonsoort los, niet uit programma maar omdat de chromatiek in zijn eigen muziek het centrum al onhoorbaar had gemaakt.

Vijftien jaar later kwam het antwoord op de vraag hoe je dan ordent: de twaalftoonstechniek, waarbij de twaalf tonen van het octaaf in een vaste reeks staan die het hele stuk als materiaal dient. Zie de pagina over de 20ste eeuw.

Zijn invloed als leraar is minstens zo groot als die als componist. Berg en Webern waren zijn leerlingen in Wenen; na zijn emigratie in 1933 gaf hij in Los Angeles les aan onder anderen John Cage. Zijn Harmonielehre uit 1911 wordt nog steeds gelezen.

De terugkeer in 1933

Schönberg was in 1898 in Wenen tot het protestantisme overgegaan, zoals veel joodse Weners van zijn generatie deden om een loopbaan mogelijk te maken. In mei 1933 verloor hij zijn hoogleraarschap in Berlijn, vertrok hij naar Parijs, en liet hij zich daar op 24 juli formeel weer in de joodse gemeente opnemen; de schilder Marc Chagall was getuige.

Hij had de wending al eerder aangekondigd. Zijn toneelstuk Der biblische Weg uit 1927 gaat over de stichting van een joodse staat, en de onvoltooide opera Moses und Aron, waaraan hij vanaf 1930 werkte, over de onmogelijkheid het onuitsprekelijke in beelden te vatten.

In Amerika werkte hij die lijn uit. Kol Nidre uit 1938 is een zetting van het gebed van Grote Verzoendag voor rabbijn, koor en orkest, en A Survivor from Warsaw uit 1947 (zeven minuten voor verteller, mannenkoor en orkest) eindigt met het Sjema Jisrael, gezongen door mannen op weg naar de gaskamer.

Van Moses und Aron heeft hij de derde akte nooit gecomponeerd. Hij heeft er tot vlak voor zijn dood aan gewerkt en uiteindelijk gezegd dat de opera ook zonder kon worden opgevoerd, met de laatste woorden van Mozes gesproken: O Wort, du Wort, das mir fehlt.

Vragen over Schönberg

Wat is twaalftoonstechniek?

Een compositiemethode waarbij de twaalf tonen van het octaaf in een vaste volgorde worden gezet; die reeks en haar spiegelingen leveren al het materiaal van het stuk. Geen toon krijgt daardoor de kans zich als centrum te vestigen.

Wat is Sprechgesang?

Een voordracht tussen spreken en zingen in: de toonhoogte wordt aangegeven maar niet aangehouden. Schönberg gebruikte het in Pierrot lunaire en gaf er in het voorwoord een uitvoerige beschrijving van.

Waarom schreef hij zijn naam later Schoenberg?

Na zijn emigratie naar de Verenigde Staten in 1933 verving hij de umlaut door oe. Beide schrijfwijzen zijn juist; dit naslagwerk hanteert de Duitse vorm.

Wie waren zijn leerlingen?

In Wenen Alban Berg en Anton Webern, met wie hij de Tweede Weense School vormt. In de Verenigde Staten onder anderen John Cage en Lou Harrison.