Leven
Respighi is een op 9 juli 1879 geboren Bologna. Hij is de belangrijkste Italiaanse componist van symfonische muziek in de twintigste eeuw, en op zichzelf de Italiaanse vertegenwoordiger van het impressionisme.
De eerste muzieklessen kreeg hij van zijn vader, en ze werden verdergezet in het plaatselijk Liceo Musicale (viool en compositie). In 1900 verbleef hij als eerste violist van het opera-orkest in Sint-Petersburg, en maakte er kennis met Rimski-Korsakov. Deze maakte hem verder wegwijs in de compositieleer en vooral in de instrumentatie. In 1902 verbleef hij met datzelfde doel bij Max Bruch in Berlijn. Tot 1905 was hij lied van het Mugellini-kwartet. Daarna hield hij het bij het componeren en lesgeven. Van 1909 tot 1925 was hij compositieleraar aan de Accademia di Santa Cecilia; de laatste twee jaren was hij er tevens directeur. In 1925 neemt hij ontslag om zijn tijd nog uitsluitend aan componeren te wijden. Hij overleed op 18 april 1936 in Rome.
Belangrijkste werken
Betekenis
Respighi bracht het grote orkest terug in de Italiaanse muziek, die zich twee eeuwen lang vrijwel uitsluitend met opera had beziggehouden. Zijn leertijd bij Rimski-Korsakov in Sint-Petersburg is daarvoor beslissend geweest: de orkestbehandeling van zijn Romeinse trilogie komt daar rechtstreeks vandaan.
Die trilogie (Fontane di Roma, Pini di Roma en Feste romane) zijn symfonische gedichten over plaatsen en gebeurtenissen in Rome, met een klankbereik van bijna niets tot een orkest dat voluit staat. In Pini di Roma schreef hij een grammofoonopname van een nachtegaal voor, een van de eerste keren dat opgenomen geluid in een partituur stond.
Zijn tweede werkterrein is de oude muziek. Als musicoloog bewerkte hij luitmuziek, monteverdiana en achttiende-eeuwse dansen voor modern orkest; de drie suites Antiche danze ed arie zijn daarvan het resultaat en behoren tot het meest gespeelde deel van zijn werk.
Hij was hoogleraar en later directeur van de Accademia di Santa Cecilia in Rome, en heeft in die functie veel gedaan om het Italiaanse instrumentale repertoire uit de vergetelheid te halen.
Zijn opera's en liederen zijn grotendeels vergeten, maar één deel van zijn werk krijgt de laatste decennia weer aandacht: de Vetrate di chiesa en Trittico botticelliano, waarin hij gregoriaanse melodieën met modern orkest combineert. Die stukken laten zien dat zijn belangstelling voor oude muziek geen bijzaak was maar de kern van zijn opvatting.
Het manifest van 1932
In december 1932 verscheen in de Italiaanse kranten een manifest tegen de muzikale avant-garde, ondertekend door tien componisten onder wie Respighi, Pizzetti en Zandonai. Het pleitte voor melodie, voor begrijpelijkheid en voor de nationale traditie, en het richtte zich onmiskenbaar tegen Casella, Malipiero en het jongere werk dat zij verdedigden.
Het stuk staat in een tijd waarin de Italiaanse staat zich nadrukkelijk met kunst bemoeide, en het is later vaak als aanpassing aan het fascisme gelezen. De ondertekenaars hebben dat ontkend en het als een esthetisch standpunt gepresenteerd.
Wat zich moeilijker laat wegredeneren, is de uitwerking. Malipiero en Casella verloren opdrachten, en de tegenstelling tussen de twee kampen heeft het Italiaanse muziekleven tot ver na de oorlog vergiftigd.
Respighi zelf was geen partijman en heeft zich, voor zover bekend, nooit bij de fascistische partij aangesloten; zijn weduwe Elsa heeft zijn naam later verdedigd. Maar zijn plaats als gevierd nationaal componist van monumentale Romeinse muziek maakte hem bruikbaar, en hij heeft zich daar niet tegen verzet.
Zijn weduwe Elsa Respighi, zelf componist en zangeres, heeft hem meer dan vijftig jaar overleefd en de nalatenschap beheerd. Zij voltooide zijn laatste opera Lucrezia, schreef een biografie, gaf de brieven uit en bewaakte de reputatie waar zij goed en waar nodig bezwaarlijk over sprak. Veel van wat we over zijn werkwijze weten, komt uit haar boeken, en dat is bij het lezen ervan het vermelden waard.
Vragen over Respighi
Wat is de Romeinse trilogie?
Drie symfonische gedichten over Rome: Fontane di Roma (1917), Pini di Roma (1924) en Feste romane (1928). Samen vormen ze zijn bekendste werk.
Wat is bijzonder aan Pini di Roma?
In het derde deel schreef Respighi een grammofoonopname van een nachtegaal voor. Het is een van de vroegste voorbeelden van opgenomen geluid in een orkestpartituur.
Wat zijn Antiche danze ed arie?
Drie orkestsuites waarin Respighi Italiaanse luit- en klaviermuziek uit de zestiende en zeventiende eeuw voor modern orkest bewerkte.
Bij wie studeerde Respighi?
Onder anderen bij Nikolaj Rimski-Korsakov in Sint-Petersburg, waar hij als altviolist in het operaorkest speelde. Zijn orkestratiekunst komt daar vandaan.
Gebruikte Respighi gregoriaans?
Ja, onder meer in Vetrate di chiesa en het Concerto gregoriano voor viool. Zijn belangstelling voor oude muziek liep door zijn hele oeuvre heen.
