Leven
Ferruccio Busoni werd geboren in Empoli op 1 april 1866. Zijn vader was klarinetist en zijn moeder pianiste. Hij kreeg al zeer vroeg pianolessen, en op zijn zevende gaf hij zijn eerste pianorecital.
De familie Busoni vestigde zich eerst in Graz en later in Leipzig. Van 1878 tot 1880 leefde Busoni in Graz en Klagenfurt, waar hij af en toe concerten gaf. Hij was niet alleen een uitstekende pianist, maar ook als componist deed hij het goed: toen hij nog maar veertien was, had hij al meer dan 150 werken op zijn actief staan.
Hij leerde Brahms kennen in Wenen, Grieg, Mahler en Tsjaikovski in Leipzig en Sibelius in Helsinki (waar hij een tijdje pianoles gaf). In 1890 werd hem een plaats aangeboden aan het conservatorium van Moskou, waar hij ook zijn vrouw, de Zweedse Gerda Sjonstrand, leerde kennen.
Tussen 1891 en 1894 verbleef hij in Amerika om er in Boston en New York les te geven. Daarna vestigde hij zich definitief in Berlijn. Van 1913 tot 1915 was hij directeur van het Liceo Musicale van Bologna, en tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in Zürich.
Tot aan zijn dood bleef Ferruccio Busoni actief als pianist, componist, dirigent en lesgever. Hij stierf aan de gevolgen van een nieraandoening op 27 juli 1924. Na zijn dood nam Arnold Schönberg zijn taak als lesgever aan de Berlijnse academie over.
Tot zijn werken behoren vier opera's (de laatste is onvoltooid gebleven), stukken voor orkest, concerti, pianowerken, orgelwerken, kamermuziek, Lieder, koorwerken…
Belangrijkste werken
Betekenis
Busoni was half Italiaans, half Duits, en die dubbelheid is het thema van zijn hele werk: hij zocht zijn leven lang naar een synthese van de Italiaanse melodiek en de Duitse constructie, en vond dat beide tradities elkaar nodig hadden.
Als pianist behoorde hij tot de allergrootsten van zijn tijd. Zijn Bach-bewerkingen, de Chaconne uit de tweede vioolpartita voorop, zijn geen transcripties maar hervertalingen naar de moderne concertvleugel, en ze staan nog altijd op de programma's.
Zijn pianoconcert uit 1904 duurt ruim zeventig minuten, telt vijf delen en eindigt met een mannenkoor. Het is het langste en zwaarst bezette pianoconcert van het repertoire en wordt daarom zelden uitgevoerd.
In zijn Entwurf einer neuen Ästhetik der Tonkunst uit 1907 pleitte hij voor microtonen, elektrische instrumenten en het loslaten van de overgeërfde vormen. Schönberg reageerde er geprikkeld op; Varèse en Weill, die zijn leerlingen waren, namen het ter harte.
De concerten die hij zelf betaalde
Tussen 1902 en 1909 organiseerde Busoni in Berlijn een reeks orkestconcerten met uitsluitend nieuwe muziek. Hij dirigeerde ze zelf, koos zelf het programma en legde er geld op toe; kaartverkoop was er nauwelijks en de kritiek was overwegend vijandig.
Wat er klonk, was voor het Berlijnse publiek grotendeels onbekend: werk van Debussy, Bartók, Sibelius, Nielsen, Delius, Franck en Saint-Saëns, waarvan verschillende stukken er hun Duitse of zelfs hun eerste uitvoering kregen. Voor een pianist die met eigen recitals goud kon verdienen, was dit tijd en geld die hij weggaf.
Diezelfde houding had hij als leraar. In Weimar, Wenen en Bazel gaf hij meesterklassen waaraan onder anderen Egon Petri, Kurt Weill en Edgard Varèse deelnamen, en hij vroeg er geen honorarium voor dat in verhouding stond tot zijn naam.
Het is de sleutel tot zijn merkwaardige positie. Als componist bleef hij de hele twintigste eeuw omstreden en weinig gespeeld, maar als knooppunt is hij nauwelijks te overschatten: een groot deel van wat er tussen 1900 en 1925 in Midden-Europa aan nieuwe muziek te horen was, liep ergens langs hem.
Zijn eigen muziek heeft van die veelzijdigheid geleden. Busoni werd bij leven vooral als pianist en als denker gezien, en zijn composities golden als te cerebraal; Doktor Faust, waaraan hij tien jaar werkte, liet hij onvoltooid achter en werd door zijn leerling Philipp Jarnach afgemaakt. Sinds de jaren zeventig bestaat er een tweede voltooiing, van Antony Beaumont, op basis van schetsen die Jarnach niet kende.
Vragen over Busoni
Wat is bijzonder aan Busoni's pianoconcert?
Het duurt ruim zeventig minuten, heeft vijf delen en eindigt met een mannenkoor achter het orkest. Het is daarmee het langste en zwaarst bezette pianoconcert van het repertoire.
Wat is de Busoni-Chaconne?
Zijn bewerking voor piano van de chaconne uit Bachs tweede vioolpartita, uit 1892. Het is de bekendste van zijn Bach-bewerkingen en staat vast in het pianorepertoire.
Wat staat er in de Entwurf einer neuen Ästhetik?
Een pleidooi uit 1907 voor microtonen, elektrische klankopwekking en het loslaten van de overgeërfde vormen. Het geschrift liep decennia vooruit op wat technisch mogelijk was.
Wie waren zijn leerlingen?
Onder anderen Edgard Varèse, Kurt Weill en Egon Petri. Zijn invloed als leraar en denker reikt verder dan zijn eigen composities.
