Leven
Helemaal geen familie van de beroemde Strauss-walsendynastie, werd Richard Strauss geboren op 11 juni 1864 in München. Zijn vader speelde in het hoforkest, zodat het niet te verwonderen is dat Richard op zijn vijf jaar piano begon te spelen en op zijn zeven viool. Wel ongewoon is dat hij als zesjarige spelenderwijs stukjes ging componeren. Aan het Gymnasium had hij grondig de pest, maar hij hield het vol om daarna filosofie, cultuurgeschiedenis en letterkunde te gaan studeren aan de universiteit.
Intussen was hij bij Tombo piano- en bij Benno Walter vioolles gaan volgen; theorie en compositie leerde hij grondig kennen bij Meyer.
Naast het optreden als pianist en violist schoot de faam als dirigent en componist van de jonge Strauss als een komeet de hoogte in: zijn vroegste werken (een strijkkwartet en een symfonie in een neo-Mozartiaanse stijl) kwamen in handen van de beroemde dirigent Hans von Bülow van de al even beroemde Meininger Hofkapelle. Deze neemt de werken op in het lopend repertoire, en beveelt Strauss aan als opvolger wanneer hij 1885 afscheid neemt als dirigent.
Daarnaast was het von Bülow die de muzikale horizon van Strauss uitbreidt tot Liszt en Wagner (pikant detail: hij was gehuwd geweest met Cosima Liszt, die hem echter voor Wagner in de steek liet).
In 1886 wordt Strauss co-dirigent aan de Opera van München, en in de volgende jaren volgen benoemingen in Weimar, Berlijn en Wenen. Van 1917 tot 1920 is hij tevens compositieleraar. In 1924 vestigt hij zich in zijn landhuis te Garmisch en weigert elke vaste dirigentenfunctie; wanneer hij in Wenen was, verbleef hij in zijn groot herenhuis door het stadsbestuur aan hem geschonken. Hij sterft te Garmisch op 8 september 1949.
Belangrijkste werken
Betekenis
Strauss overspant in zijn eentje de weg van de laat-romantiek naar het midden van de twintigste eeuw. Zijn symfonische gedichten uit de jaren negentig zijn orkestrale vertellingen met een gedetailleerdheid die vóór hem niet bestond, in Don Quixote imiteert het orkest schapen, in Ein Heldenleben de critici.
Met Salome en Elektra ging hij rond 1905 tot de rand van de tonaliteit. Daarna keerde hij bewust om: Der Rosenkavalier uit 1911 is een Weense komedie met walsen die in de achttiende eeuw speelt, en met die stap gaf hij de avant-garde op terwijl die pas begon.
Zijn positie in de jaren dertig is beladen. Hij aanvaardde in 1933 het voorzitterschap van de Reichsmusikkammer, verloor die functie in 1935 na een onderschepte brief aan zijn joodse librettist Stefan Zweig, en bleef daarna in Duitsland, onder meer om zijn joodse schoondochter en kleinkinderen te beschermen.
De Vier letzte Lieder uit 1948, geschreven op zijn vierentachtigste, zijn zijn afscheid: vier liederen over de naderende dood, met in het laatste een citaat uit een symfonisch gedicht van zestig jaar eerder.
De componist als rechthebbende
Strauss was de eerste componist die zijn eigen inkomsten als een zaak behandelde. In 1898 begon hij een openbare campagne voor een behoorlijk auteursrecht, in 1903 richtte hij met Friedrich Rösch en Hans Sommer de Genossenschaft Deutscher Tonsetzer op, en die vereniging inde vanaf dat moment uitvoeringsrechten voor haar leden.
Tot dan toe verkocht een componist een werk eenmalig aan zijn uitgever en zag hij van elke latere uitvoering niets terug, het lot waarover Max Bruch zijn leven lang klaagde. De Duitse wet van 1901 verlengde de beschermingsduur tot dertig jaar na de dood van de maker, en Strauss had daar hard aan meegeduwd.
Hij werd er zelf rijk van. Rond 1910 verdiende hij aan tantièmes meer dan aan zijn dirigentenposten, en hij onderhandelde over honoraria met een hardheid waar tijdgenoten schande van spraken.
Er hangt ook een keerzijde aan. Die zakelijke instelling verklaart mede waarom hij in 1933 het voorzitterschap van de Reichsmusikkammer aannam: hij zag er in de eerste plaats een kans in om het auteursrecht verder uit te breiden, en hij heeft zich in de politiek van dat apparaat grondig vergist.
Vragen over Strauss
Wat is een symfonisch gedicht?
Een eendelig orkestwerk dat een buitenmuzikaal gegeven volgt, een verhaal, een figuur, een idee. Liszt vond het genre uit; Strauss bracht het tot zijn uiterste detailniveau.
Waarom is Salome zo omstreden geweest?
Om het onderwerp, de dans van de zeven sluiers en de kus op het afgehakte hoofd van Johannes de Doper, en om de harmonische hardheid. De opera werd in verschillende steden verboden.
Wat zijn de Vier letzte Lieder?
Vier orkestliederen uit 1948, geschreven toen Strauss vierentachtig was, over de naderende dood. Ze werden postuum uitgevoerd en gelden als een van de mooiste afscheiden in de muziek.
Wat was zijn rol in nazi-Duitsland?
Hij aanvaardde in 1933 het voorzitterschap van de Reichsmusikkammer en verloor die positie in 1935 na een onderschepte brief aan zijn joodse librettist. Hij bleef in Duitsland, mede om zijn joodse schoondochter en kleinkinderen te beschermen.
