Leven
Dieterich Buxtehude was de oudste zoon uit het eerste huwelijk van Johannes Buxtehude. Hij werd geboren in Oldesloe aan de Deens-Duitse grens (Buxtehude is de naam van een dorpje in Denemarken) in 1637, kort voor de aanstelling van de nieuwbakken vader tot organist in de Maria-Kerk te Helsingborg. Twee jaar later verhuisde het gezin naar Helsingör in Denemarken, waar vader Johannes dertig jaar lang de organistenpost bekleedde aan de Sint-Olauskerk.
Uiteraard kreeg Dietrich van zijn vader de eerste muzieklessen. Waarschijnlijk studeerde hij ook in Kopenhagen bij organist Lorentz en kapelmeester Forster. Zijn eerste functies waren die van organist van de Mariakerk in het Zweedse Helsingborg en na drie jaar in de Duitse Mariakerk in Helsingör (terug naar Denemarken dus, waar hij zijn overleden vader moest opvolgen).
Volgens de traditie bij de organistenfamilies zou hij eveneens zijn verdere leven in Helsingör hebben moeten blijven om door zijn zoon opgevolgd te worden, maar reeds voor de benoeming moet hij in contact geweest zijn met Franz Tunder, organist van de Marienkirche in het Noordduitse Lübeck, een belangrijke hansastad met een befaamd orgel en een behoorlijke muzikale infrastructuur. In die tijd moet het voor de opvolging van een organistenpost zowat de voorwaarde geweest zijn dat de opvolger huwde met een dochter van een voorganger: Buxtehude trouwde inderdaad met Anna Margareta Tunder en kreeg de post in Lübeck. Later zou hij één van zijn vijf dochters trachten te koppelen aan een kandidaat-opvolger: Matheson, Händel en waarschijnlijk ook J.S. Bach.
In Lübeck had Buxtehude vier taken: die van orgelspeler bij de kerdiensten, die van kerkelijk administrateur, het voorbereiden en leiden van de wereldlijke concerten en het opleiden van de jonge organisten. Bij de voorbereiding van de wereldlijke concerten kwam heel wat compositorisch werk kijken, vanwaar het grote aandeel dat de wereldlijke muziek bekleedt in zijn totaal oeuvre. Helaas is er zeer weinig van zijn vocale muziek bewaard gebleven. Zo is het enige wat we van zijn beroemde reeks Abendmusiken (een traditie die we reeds bij Sweelinck ontmoeten) overgeleverd kregen, de cyclus van vijf avonden "Das jüngste Gericht". Zijn orgelwerken zijn vooral vrije composities, koraalvoor- en naspelen, zonder dewelke de orgelmuziek van Bach ondenkbaar is. De bewondering van de Thomaskantor voor Buxtehude blijkt trouwens uit een studiereis van vier weken die Bach zonder toestemming tot drie maanden verlengde. De vocale kerkmuziek gaat voort op de traditie van Schütz.
Buxtehude stierf op 9 mei 1707, na een 40-jarige carrière in Lübeck, zonder eenmaal de stad verlaten te hebben.
Belangrijkste werken
Betekenis
Buxtehude was veertig jaar lang organist van de Marienkirche in Lübeck en de centrale figuur van de Noord-Duitse orgelschool. Zijn praeludia zijn vrij van vorm: een improvisatorische opening, een of meer fuga's, en tussendoor passages die klinken alsof ze ter plekke bedacht worden. Die opzet keert bij Bach terug.
In Lübeck organiseerde hij de Abendmusiken, concerten op de adventszondagen die buiten de eredienst vielen en waarvoor publiek van ver kwam. Het is een van de vroegste voorbeelden van een openbaar concertleven in Duitsland.
Zijn bekendste bezoeker was de twintigjarige Johann Sebastian Bach, die in 1705 te voet vanuit Arnstadt kwam, ruim vierhonderd kilometer, en drie maanden bleef in plaats van de vier weken die hij had aangevraagd. De preek daarover van zijn werkgever staat in de kerkregisters van Arnstadt.
De dochter bij de betrekking
Aan het organistenambt van de Marienkirche in Lübeck hing een voorwaarde die nergens in de aanstelling stond maar die iedereen kende: wie het kreeg, trouwde met de dochter van zijn voorganger. Buxtehude deed dat in 1668 met Anna Margarethe Tunder en nam daarmee ook de zorg voor het gezin van zijn voorganger over.
Toen hij zelf oud werd, gold hetzelfde voor zijn opvolger. In augustus 1703 kwamen Georg Friedrich Händel en Johann Mattheson samen naar Lübeck om naar de betrekking te kijken; ze hoorden hem spelen, hoorden ook wat erbij hoorde, en vertrokken dezelfde dag nog.
Twee jaar later liep de twintigjarige Johann Sebastian Bach vierhonderd kilometer vanuit Arnstadt om hem te horen. Hij bleef vier maanden in plaats van de toegestane vier weken, kreeg bij thuiskomst een berisping van zijn kerkbestuur, en solliciteerde evenmin.
De post ging uiteindelijk naar Johann Christian Schieferdecker, die in 1707 met Anna Margareta trouwde, toen zij zesendertig was. Het zegt iets over hoe een muzikale betrekking in die tijd werkte: ze was geen aanstelling maar een huishouden, met een inkomen, een woning en een familie eraan vast.
Vragen over Buxtehude
Wat is een praeludium bij Buxtehude?
Een eendelig orgelwerk dat afwisselt tussen vrije, improvisatorische passages en strenge fugagedeelten. Er kunnen twee of drie fuga's in zitten, elk met een eigen thema.
Wat waren de Abendmusiken?
Openbare concerten in de Marienkirche op de adventszondagen, los van de eredienst en bekostigd door Lübeckse kooplieden. Ze trokken publiek uit heel Noord-Duitsland.
Waarom liep Bach naar Lübeck?
Om Buxtehude te horen spelen. Hij vroeg vier weken verlof, bleef drie maanden en kreeg bij terugkomst een berisping, die letterlijk in het kerkregister van Arnstadt is opgetekend.
Waar komt Buxtehude vandaan?
Waarschijnlijk uit Helsingborg of Helsingør, destijds Deens gebied. Hij werkte eerst in Helsingborg en Helsingør en kwam in 1668 naar Lübeck.
