Naar de inhoud
Componisten.net
Jean-Baptiste Lully, 1632–1687
Jean-Baptiste Lully, 1632–1687

Italië · Barok

Jean-Baptiste Lully

Stijlperiode
Barok
Geboren
28 november 1632Florence
Overleden
22 maart 1687Parijs

Leven

Door een vreemd toeval kwam de dertienjarige Giovanni Battista Lulli aan het Franse hof terecht: Mademoiselle la Princesse de Montpensier haalde het in haar hoofd om Italiaans te studeren, en vroeg eerder schertsend aan Monsieur le Chevalier de Guise haar van één van zijn reizen een echt Italiaantje mee te brengen. In 1646 stond de Chevalier dan ook werkelijk met een zwartharige krullekop voor de poort. Gianbattista werd dan maar tot page benoemd (een soort "garçon de chambre" of loopjongen).

In Firenze, waar hij op 28 november 1632 geboren werd in een molenaarsgezin, had hij als knaap wat gitaar, viool en muziektheorie geleerd bij een oude monnik. Zo is het te begrijpen dat de jonge Lulli al gauw ontheven werd van zijn taak in de keuken en als taalleraar: zijn muzikale gaven werden opgemerkt, en hij kreeg de gelegenheid zich te bekwamen in de muziek en vooral in de danskunst. En daar begint dan een van de wonderlijkste componistenloopbanen uit de geschiedenis: Jean-Baptiste Lully (zelfs zijn naam had hij opportunistisch verfranst) ontpopte zich tot een man met onverzadigbare ambitie: wanneer zijn "uitgediende" meesteres naar de provincie weggedegradeerd wordt, vraagt hij zijn ontslag om in de Parijse hofkringen te kunnen blijven. Hij kon er schitteren als danser, muzikant en componist. Het decor voor zijn carrière was enkele jaren tevoren opgesteld door een andere ingeweken Italiaan zonder scrupules: Giuglio Mazarini, beter bekend als kardinaal-eerste minister Mazarin, die de Italiaanse opera naar het hof haalde. Lully had zich zo grondig van zijn Italiaanse huid ontdaan, dat hij zich zowel muzikaal als in zijn verdere gedragingen tot een typisch zeventiende-eeuws Fransman van groot allure had ontwikkeld: tegen tal van intriges in werd hij een groot hoveling en bonvivant, een gewetenloos zakenman, een belangrijk componist en geadeld gunsteling van Lodewijk XIV.

Om zijn aanstaande schoonfamilie te imponeren deinsde hij er niet voor terug zichzelf adelijke titels toe te eigenen: zijn vader noemde hij "Laurent de Lully, gentilhomme florentin" (eigenlijk Lorenzo de molenaar) en zijn moeder "la défunte demoiselle Catherine del Serta" (eigenlijk Catarina del Sera, molenaarsdochter uit Ognissanti). Hij trad in het huwelijk met de enige dochter van zijn voormalige collega in de kapel, Lambert. Zijn vrouw Madeleine, die voorts in zijn hart weinig plaats innam, veranderde zijn leven vol schandalen, in dat van een hardwerkend familievader. Van dan af gingen zijn talent en intriges eerst werkelijk renderen. Van de zes kinderen (in zes jaren tijd geboren) waren de drie zonen eveneens muzikaal begaafd.

Wat de theatermuziek betreft, werd de eerste periode van zijn componistendom volledig beheerst door de samenwerking met Molière. Het resultaat waren dan ook een aantal komische zangspelen, waarvan "Le bourgeois gentilhomme" steeds repertoire heeft gehouden. Na de plotse dood (op het podium) van de blijspelauteur, ging Lully met Quinault als libbrettist samenwerken. Hieruit groeiden een reeks "tragédies lyriques" met de Griekse tragedie als inspiratiebron. In werkelijkheid stond de held symbool voor de zonnekoning. De belangrijkste titels zijn "Isis", "Psyche", "Bellérophon", "Proserpine", "Roland", "Armide" en "Acis et Galathée".

Intussen bleef Lully aan het hoofd staan van de 24 violons du Roy (het grote hoforkest) én van La petite bande, en componeerde volop militaire marsmuziek plus pompeuse kerkmuziek. Bij het dirigeren van zijn "Te Deum", gecomponeerd om de genezing van de koning te vieren, stootte Lully iets te hard met de dansmeestersstok waarmee hij placht te dirigeren (in die tijd een echte stok waarmee op de grond gestoten werd), en verbrijzelde één van zijn tenen. Gebrekkige verzorging van de infectie die hierop volgde had zijn dood tot gevolg op 22 maart 1687. Zo eindigde zijn carrière even grotesk als ze begon.

Belangrijkste werken

1661 Ballet de l'impatience hofballet
1670 Le bourgeois gentilhommemet Molière comédie-ballet
1673 Cadmus et Hermione tragédie lyrique
1676 Atys tragédie lyrique
1677 Isis tragédie lyrique
1686 Armide tragédie lyrique
1677 Te Deum kerkmuziek

Betekenis

Lully kwam als veertienjarige uit Florence naar Parijs als hulpje in een adellijk huishouden en eindigde als de machtigste musicus die Frankrijk ooit heeft gehad. Hij kreeg van Lodewijk XIV het alleenrecht op de opera in het hele koninkrijk, niemand mocht zonder zijn toestemming een werk met meer dan twee stemmen en twee instrumenten opvoeren.

Met dat monopolie bouwde hij een genre dat met de Italiaanse opera weinig gemeen had: de tragédie lyrique, met vijf bedrijven, een proloog ter ere van de vorst, veel koor, uitgebreide balletscènes en een declamatie die de Franse taal volgt in plaats van de Italiaanse melodiek.

Hij legde ook de Franse ouverture vast (langzaam met gepunteerde ritmes, dan snel en fugatisch) een vorm die via Händel en Bach de hele Europese barok in ging.

Zijn dood is berucht: bij het dirigeren met een zware staf, die hij op de grond stampte om de maat aan te geven, raakte hij zijn eigen voet. De wond werd gangreneus, hij weigerde amputatie, en stierf twee maanden later.

Vragen over Lully

Was Lully Italiaans of Frans?

Hij werd in Florence geboren als Giovanni Battista Lulli en kwam op zijn veertiende naar Parijs, waar hij Frans staatsburger werd. In dit naslagwerk staat hij onder Italië, naar geboorteland.

Wat is een tragédie lyrique?

De Franse hofopera van Lully en Rameau: vijf bedrijven, een proloog ter ere van de vorst, veel koor en uitgebreide balletten, met een zangstijl die dicht bij de gesproken declamatie blijft.

Wat is een Franse ouverture?

Een tweedelige opening: een langzaam deel met gepunteerde ritmes, gevolgd door een snel fugatisch deel. Lully legde de vorm vast en Händel en Bach namen haar over.

Hoe stierf Lully?

Hij raakte tijdens het dirigeren zijn voet met de zware maatstaf waarmee hij op de grond stampte. De wond ontstak, hij weigerde amputatie en stierf twee maanden later aan gangreen.