Leven
Poulencs vader was directeur van de "Produits Chimiques Poulenc". Francis zelf werd in Parijs geboren op 7 januari 1899. Hij volgde als vijftienjarige lievelingsleerling pianolessen bij Ricardo Viñes, en werd op zijn twintig, zij het tot zijn eigen verbazing, opgenomen in de "Groupe des Six". Hierin hadden zich componisten verzameld die geen muzikale eenheid zochten, maar elkaars werk stimuleerden en hielpen verspreiden. De andere leden van de groep waren Durey, Auric, Honegger, Tailleferre en Milhaud. De enige vorm van componistenopleiding die hij ontving, bestond uit enkele waardevolle raadgevingen van Charles Koechlin. Verder kan men hem beschouwen als een volkomen autodidact.
Aanvankelijk ging Poulenc onbekommerd zijn eigen weg, en zweerde nooit bij slechts één stijl tegelijk. De nonchalante eenvoud en ongedwongenheid werd later in de rijpere composities in een klassicistisch keurslijf gedwongen, maar nooit ontbrak de humor in zijn werk. Verder was hij wel op de hoogte van wat zijn tijdgenoten produceerden, maar liet er zich nooit door beïnvloeden.
Van Poulenc zijn minder werken bekend dan bijvoorbeeld van Darius Milhaud, maar ze munten uit door een zeldzame verfijning. Vooral onder zijn jeugdwerken treffen we pareltjes aan. Ook als begeleider van Pierre Bernac oogstte hij heel wat succes. Poulenc overleed op 30 januari 1963 in zijn Parijse woning aan een hartverlamming.
Belangrijkste werken
Betekenis
Poulenc werd door een criticus omschreven als half monnik, half kwajongen, en die karakterisering heeft hij nooit meer kunnen afschudden, mede omdat ze klopt. Zijn vroege werk is licht, geestig en ironisch; vanaf 1936, na de dood van een vriend en een bezoek aan een bedevaartsoord, komt daar een religieuze lijn naast te staan die hij tot het eind volhield.
Hij was lid van Les Six en grotendeels autodidact als componist. Zijn harmonie is volstrekt tonaal en tegelijk voortdurend verrassend: akkoorden die niet horen waar ze staan, gevolgd door een wending die alsnog klopt.
Zijn liedoeuvre is met ruim honderdvijftig liederen het omvangrijkste Franse van de twintigste eeuw, grotendeels geschreven voor de bariton Pierre Bernac, met wie hij vijfentwintig jaar concerteerde.
Dialogues des Carmélites uit 1956, over karmelietessen die tijdens de Franse Revolutie worden geguillotineerd, geldt als een van de weinige opera's van na 1950 die vast repertoire zijn geworden.
Rocamadour, augustus 1936
In augustus 1936 hoorde Poulenc dat zijn collega Pierre-Octave Ferroud bij een auto-ongeluk in Hongarije was omgekomen en onthoofd was aangetroffen. Hij was op dat moment in de buurt van Rocamadour, het bedevaartsoord in de Lot met de zwarte Madonna, en ging er dezelfde dag heen.
Wat daar gebeurde noemde hij zelf zijn terugkeer tot het geloof. Hij was als kind katholiek opgevoed maar had er twintig jaar niets mee gedaan; vanaf die middag was hij een praktiserend gelovige, en binnen enkele dagen schreef hij de Litanies à la Vierge noire voor vrouwen- of kinderkoor en orgel.
Van daaraf loopt een tweede werklijst naast de eerste. Het Stabat Mater, de Quatre motets pour un temps de pénitence, het Gloria en uiteindelijk Dialogues des Carmélites komen alle uit die wending voort, terwijl hij tegelijk balletten en cabaretliederen bleef schrijven.
De beroemde karakterisering (half monnik, half kwajongen) slaat dus niet op twee kanten van een karakter maar op twee repertoires die naast elkaar bestaan. Poulenc zag daar zelf geen tegenstelling in, en hij weigerde de geestelijke werken als de serieuzere te laten gelden.
De Litanies zijn ook muzikaal een breuk. Ze zijn kaal geschreven, voor onbegeleide vrouwenstemmen met orgel, zonder een spoor van de geestigheid waar hij bekend om stond, en ze herhalen de aanroepingen met een eenvoud die aan volksdevotie doet denken. Poulenc heeft later gezegd dat hij op die middag ontdekte dat hij eenvoudig kon schrijven, en dat dat de belangrijkste technische les van zijn leven was.
Vragen over Poulenc
Wat is Les Six?
Een groep van zes Franse componisten (Poulenc, Milhaud, Honegger, Auric, Durey en Tailleferre) die rond 1920 door een criticus onder die naam werd samengebracht. Ze deelden een afkeer van het impressionisme, geen stijl.
Wat betekent half monnik, half kwajongen?
Een karakterisering van criticus Claude Rostand, die op de twee kanten van Poulencs werk doelt: het lichte, ironische vroege werk en de religieuze muziek vanaf 1936.
Waar gaat Dialogues des Carmélites over?
Over een gemeenschap karmelietessen die tijdens de Franse Revolutie wordt geguillotineerd. De slotscène, waarin de zusters een voor een zingend verdwijnen, is een van de bekendste in de moderne opera.
Voor wie schreef hij zijn liederen?
Grotendeels voor de bariton Pierre Bernac, met wie hij vijfentwintig jaar als duo optrad. Zijn liedoeuvre telt ruim honderdvijftig stukken.
