Leven
Domenico Scarlatti, zoon van Alessandro Scarlatti, componeerde ook wel opera's maar vooral als klavecimbelcomponist is hij van belang, in de eerste plaats voor de evolutie van de sonatevorm: zijn "Esercizi per Gravicembalo" zijn eendelige sonates met als structuur een tweeledige liedvorm: bijmotieven in verwante toonaard zijn de voorbode van het tweede thema; rudimentaire motivische arbeid kondigt de latere doorwerking aan, terwijl het thema in een coda terugkomt, wat een voorafbeelding is van de reprise. Ook melodisch, harmonisch en ritmisch zijn ze ongewoon rijk; terwijl ook het stemmingsgehalte verrassend ver in de toekomst wijst.
Naast de 560 klavierwerken en de vroege opera's componeerde Scarlatti ook enkele missen (uit de Romeinse periode), een "Miserere", een tienstemmig "Stabat Mater", een "Te Deum" en het "Salve Regina".
Belangrijkste werken
Betekenis
Scarlatti werd in hetzelfde jaar geboren als Bach en Händel, maar zijn loopbaan lijkt op geen van beide. Hij werkte tot zijn drieëndertigste in de schaduw van zijn vader Alessandro in Napels en Rome, vertrok toen naar Lissabon als klavierleraar van de Portugese infante Maria Barbara, en volgde haar in 1729 naar Madrid toen zij met de Spaanse troonopvolger trouwde.
Daar schreef hij, ver van elk Europees muziekcentrum, de vijfhonderdvijfenvijftig eendelige klaviersonates waaraan hij zijn plaats dankt. Ze zijn bijna allemaal tweedelig van bouw, kort, en technisch vol vondsten die vóór hem niet bestonden: handkruisingen, snelle herhaalde noten, sprongen over meer dan twee octaven, en akkoorden die als gitaargrepen klinken.
Die Spaanse kleur is hoorbaar en aantoonbaar. De akkoordreeksen, het aanslaan van open snaren en de scherpe wrijvingen komen uit de flamenco die hij in Madrid om zich heen hoorde; zie Spaanse componisten.
Zijn sonates werden pas in de negentiende eeuw systematisch verzameld en in de twintigste door Ralph Kirkpatrick chronologisch geordend, vandaar de K-nummers waaronder ze tegenwoordig staan.
De sonates zijn bijna allemaal volgens hetzelfde plan gebouwd: twee helften die elk worden herhaald, waarbij de eerste naar een andere toonsoort gaat en de tweede terugkeert. Binnen dat kleine bestek gebeurt van alles (een sonate kan een dans zijn, een fanfare, een kerkscène of een straattafereel) en juist de beperking maakt de variatie hoorbaar. Ze zijn bijna zeker als studiemateriaal voor koningin Maria Barbara geschreven en pas in de negentiende eeuw als concertrepertoire ontdekt.
De leerlinge voor wie ze geschreven zijn
In 1719 trad Scarlatti in dienst van de Portugese koninklijke familie in Lissabon en werd hij leraar van de negenjarige infante Maria Barbara. Toen zij in 1729 trouwde met de Spaanse troonopvolger, ging hij mee naar Madrid, en hij is tot zijn dood in haar dienst gebleven, bijna veertig jaar bij dezelfde leerlinge.
Vrijwel alle sonates zijn in die verhouding ontstaan. Ze zijn geen openbare concertstukken maar oefen- en spelmateriaal voor één uitstekende klaveciniste, en dat verklaart waarom ze zo consequent op de handen zijn geschreven: het kruisen van de handen, de sprongen over twee octaven, de herhaalde noten zijn technische opgaven met een muzikale vorm.
Ze zijn ook nooit door hem uitgegeven, op de dertig Essercizi van 1738 na. Wat we hebben, zijn vijftien handschriftbanden die in Venetië en Parma zijn bewaard en die uit haar persoonlijke bezit komen.
Maria Barbara liet ze bij haar dood na aan de castraat Farinelli, die eveneens aan het Spaanse hof werkte. Via zijn nalatenschap zijn ze in Italië terechtgekomen, en daaraan dankt het repertoire het feit dat vijfhonderdvijfenvijftig stukken zonder uitgever de eeuwen hebben gehaald.
Wat er niet is overgeleverd, is even veelzeggend. Van zijn opera’s, kerkmuziek en cantates uit de Italiaanse jaren is maar weinig bewaard, en zijn Spaanse tijdgenoten hebben nauwelijks over hem geschreven. Scarlatti leefde veertig jaar aan een hof zonder openbaar muziekleven, en dat is de reden dat er van de productiefste klaviercomponist van de achttiende eeuw geen enkel portret bestaat waarvan de echtheid vaststaat.
Vragen over Scarlatti
Hoeveel sonates schreef Domenico Scarlatti?
Vijfhonderdvijfenvijftig in de catalogus van Ralph Kirkpatrick uit 1953. Oudere uitgaven gebruiken de nummering van Longo, die de stukken thematisch in plaats van chronologisch ordende.
Wat betekent K bij Scarlatti?
Het nummer uit de Kirkpatrick-catalogus. Let op: bij Mozart staat K voor Köchel, twee verschillende systemen met dezelfde letter.
Waarom klinken zijn sonates Spaans?
Omdat hij bijna dertig jaar in Lissabon en Madrid werkte. De akkoordreeksen, de wrijvende dissonanten en het effect van aangeslagen open snaren komen uit de gitaarmuziek die hij daar hoorde.
Wat is het verschil met zijn vader?
Alessandro Scarlatti was operacomponist en de centrale figuur van de Napolitaanse school; Domenico schreef bijna uitsluitend voor klavier. Beiden staan in dit naslagwerk onder Italië.
Hoe zijn Scarlatti's sonates opgebouwd?
Vrijwel allemaal in twee herhaalde helften: de eerste gaat naar een andere toonsoort, de tweede keert terug. Binnen dat vaste kader varieert het karakter enorm.
