Naar de inhoud
Componisten.net
Alexander Skrjabin, 1872–1915
Alexander Skrjabin, 1872–1915

Rusland · 20ste eeuw

Alexander Skrjabin

Stijlperiode
20ste eeuw
Geboren
6 januari 1872Moscow
Overleden
27 april 1915Moscow

Leven

Alexander Nikolaievitch Skrjabin, geboren op 6 januari 1872 in Moskou, liet al op jonge leeftijd vermoeden dat hij ooit pianovirtuoos zou worden. Hij beschikte ook over een fenomenaal muzikaal geheugen. Zijn ouders zagen hem echter liever een legerofficier worden, en hadden dus een militaire carrière gepland voor hun zoon. Tegen hun wil in ging hij pianolessen nemen bij Taneiev aan het conservatorium van Moskou, waar hij zelf ook pianoleraar werd tussen 1898 en 1904. Hij was echter niet tevreden met de conservatieve manier van lesgeven, en ging zijn eigen weg.

Nadat hij grondig beïnvloed werd door het oeuvre van Chopin en Liszt, ontdekte hij Wagner en later ook Debussy en Ravel. Hij interesseerde zich in theosofie en oosterse filosofieën. Hij ontwierp een extravagante metafysica, waarvan een groot deel van zijn werken getuigen. Voorbeelden hiervan zijn de drie symfonieën, de 'Poème de l'extase', 'Prometheus' en 'Le Poème du Feu'. Hij identificeerde zich met de Übermensch van Nietzsche. Zijn werk getuigt van een uitzonderlijke originaliteit, onder andere door het harmonisch aspect (atonale werken), en verdiende meer bekendheid. Dankzij een aantal beroemde dirigenten is een deel van zijn oeuvre bekend geworden. Voor de populariteit van zijn pianowerken zorgde Horowitz.

Hij sterft op 27 april 1915 in zijn geboortestad.

Belangrijkste werken

1897 Pianoconcert in fisopus 20 concert
1903 Pianosonate nr. 4opus 30 klavier
1908 Le poème de l'extaseopus 54 orkest
1910 Prometheus, Le poème du feuopus 60 orkest met lichtklavier
1911 Pianosonate nr. 7, Witte misopus 64 klavier
1913 Pianosonate nr. 9, Zwarte misopus 68 klavier
1914 Vers la flammeopus 72 klavier

Betekenis

Skrjabin begon als een Russische Chopin en eindigde ergens waar niemand hem kon volgen. Zijn vroege preludes en etudes zijn nauwelijks van Chopin te onderscheiden; zijn late sonates werken met een harmonie die geen grondtoon meer kent en die hij zelf uit één akkoord afleidde.

Dat akkoord (het mystieke akkoord, gebouwd uit kwarten in plaats van tertsen) functioneert bij hem niet als akkoord maar als toonvoorraad: melodie en harmonie komen er allebei uit voort. Het is een eigen systeem, ontwikkeld los van de Weense twaalftoonstechniek en er ongeveer gelijktijdig mee.

In Prometheus uit 1910 schreef hij een partij voor een clavier à lumières, een klavier dat licht projecteerde in plaats van klank. Hij koppelde toonsoorten aan kleuren volgens een systeem dat consequent is; of hij werkelijk synesthesie had is nooit vastgesteld.

Zijn laatste project, het Mysterium, zou zeven dagen duren, in de Himalaya klinken en het einde van de wereld inluiden. Hij stierf op zijn drieënveertigste aan bloedvergiftiging na een insectenbeet, met alleen schetsen op zak.

Zijn nalatenschap is opmerkelijk goed gedocumenteerd. Het appartement in Moskou waar hij zijn laatste jaren woonde is sinds 1922 museum en bewaart zijn vleugel, zijn bibliotheek en het kleurenklavier dat naar zijn aanwijzingen werd gebouwd. Daarnaast bestaat er een uitgebreide vakliteratuur over het Mysterium, over zijn harmonische systeem en over de vraag hoe letterlijk zijn kleur-toonkoppeling moet worden opgevat, van de psychoanalytische lezing tot de zuiver muziektheoretische.

De verwonde rechterhand

Als student aan het conservatorium van Moskou overspeelde Skrjabin in 1891 zijn rechterhand. Hij was bezig zich door Islamey van Balakirev en de Don Juan-fantasie van Liszt heen te werken, in een wedijver met zijn medestudent Jozef Lhévinne, en de artsen verklaarden de schade blijvend.

Zijn antwoord was een prelude en een nocturne voor de linkerhand alleen, opus 9. Die twee stukken zijn geen studiemateriaal maar volwaardige muziek, en ze staan nog altijd in het repertoire van pianisten die niets aan hun rechterhand mankeert.

De hand herstelde uiteindelijk grotendeels, maar hij is nooit een pianist met een grote greep geworden. Dat is te merken aan zijn schrijfwijze: brede akkoorden worden bij hem gebroken of over beide handen verdeeld, en de linkerhand krijgt structureel meer te doen dan bij zijn tijdgenoten.

Hij heeft er bovendien iets uit afgeleid dat weinig met techniek te maken had. In zijn dagboek uit die jaren staat de verwonding als de eerste botsing met het lot, en vanaf dat moment begint bij hem de gedachte dat muziek niet iets is wat je maakt, maar iets waarmee je iets teweegbrengt.

Vragen over Skrjabin

Wat is het mystieke akkoord?

Een akkoord uit zes tonen, gebouwd uit kwarten in plaats van tertsen, dat Skrjabin vanaf ongeveer 1909 als toonvoorraad voor hele stukken gebruikte, melodie en harmonie komen er allebei uit.

Had Skrjabin synesthesie?

Dat is nooit vastgesteld. Hij koppelde wel consequent toonsoorten aan kleuren, volgens een systeem dat waarschijnlijk uit de kwintencirkel is afgeleid en niet uit waarneming.

Wat is het clavier à lumières?

Een klavier dat in plaats van klank gekleurd licht projecteerde. Skrjabin schreef er in Prometheus een partij voor; bij de première in 1911 was het instrument niet beschikbaar.

Wat was het Mysterium?

Een nooit voltooid project voor een zeven dagen durende opvoering in de Himalaya, met muziek, dans, geur en licht, die volgens Skrjabin het einde van de wereld zou inluiden. Er bestaan alleen schetsen van.

Waar wordt Skrjabins nalatenschap bewaard?

In het Skrjabin-museum in Moskou, gevestigd in het appartement waar hij zijn laatste jaren woonde. Het bewaart zijn vleugel, zijn bibliotheek en het kleurenklavier dat naar zijn aanwijzingen is gebouwd.

Daarnaast bestaat er een omvangrijke internationale vakliteratuur over zijn harmonische systeem en over het onvoltooide Mysterium.