Alessandro Scarlatti werd op 2 mei 1660 in Palermo geboren en studeerde waarschijnlijk bij Carissimi en Pasquini. Zijn eerste post was die van kapelmeester ene operacomponist van en voor de hofkapel van koningin Christina van Zweden, die in Rome woonde. In 1689 vinden we hem aan het hoofd van de Santa Maria di Loreto en in 1694 ook van de hofkapel in Napels, zonder dat hij het contact met Rome verbrak.
Hij componeerde vooral opera's (honderdvijftien stuks!) en cantates (een slordige zevenhonderd), naast enkele madrigalen, missen, serenades en heel wat instrumentale werken. Scarlatti is de belangrijkste vertegenwoordiger van de Napolitaanse operaschool. Hij schiep de concertaria, waarin de muziek de voorkeur kreeg boven de handeling. Hij stierf in Napels op 24 oktober 1725.
Alessandro was uiteraard de eerste leraar van zijn zoon Domenico (geboren in Napels op 26 oktober 1685). Later studeerde hij in Rome bij Pasquini en Gasparini. Ook zijn eerste werken waren opera's voor het privé-theater van koningin Christina van Zweden. In 1715 werd hij benoemd tot kapelmeester van Sint-Pieter, maar vier jaar later trok hij als wereldberoemd clavecinist naar Londen. In 1721 volgde dan een verhuis naar het hof van Lissabon. Als privé-leraar van de prinsessen trok hij mee naar Madrid toen één van zijn pupillen in 1729 koningin van Spanje werd. Daar zou hij op 23 juli 1757 in armoede (speelschulden!) gestorven zijn. Volgens andere bronnen keert hij eerst nog terug naar Napels. |