Op 27 oktober 1782 werd Paganini geboren als zoon van een havenarbeider uit Genua. Die maakt hem zowat wegwijs op gitaar, mandoline en viool. Maar vanaf zes jaar wordt het menens: hij wordt met stokslagen gedwongen als een fanatiekeling tot 12 uur per dag viool te studeren. De weinige leraren die hij ooit heeft gehad, konden maar weinig voor hem doen: in feite was hij dus voor een groot deel autodidact. Daardoor waarschijnlijk is het te verklaren dat hij totaal nieuwe technische vondsten uitdacht die hij dan ook strikt geheim hield: niemand mocht hem zien oefenen, (bij orkestrepetities speelde hij alleen de tutti passages) en zijn kwalitatief niet erg hoogstaande composities zijn voor eigen gebruik geschreven en dus volgepropt met technische problemen die hij zelf had uitgevonden en dus voorlopig ook als enige kon oplossen. Zijn werken bleven exclusief in zijn bezit (na de
repetitie verzamelde hij de orkestpartituren eigenhandig, zoals hij voor en concert ook meestal zelf achter de kassa ging zitten). Verder was hij buitenissig gierig en verzorgde zich slecht, waardoor hij op het einde van zijn leven (27 mei 1840 in Nice) de bezitter was van een heel fortuin (bijna twee miljoen frank, zo'n honderd duizend gulden, in die tijd!), een collectie van elf meesterviolen, waaronder enkele Amati, Guarneri en
Stradivarius.
Het begin van die carrière ligt in 1798, als hij de strengheid en inhaligheid van zijn vader ontvlucht en jarenlang op de dool gaat. Van 1800 tot 1805 zijn we zijn spoor zelfs bijster: waarschijnlijk moet hij toen wegens speelschulden en/of moord op een medeminnaar in de gevangenis gezeten hebben. Zelf beweert hij steeds in die periode als dirigent in Lucca gewerkt te hebben. In ieder geval wordt hij 1805 hofvirtuoos aan het hof van Lucca
als minnaar van de vorstin, een zuster van Napoleon.
Vanaf 1808 weigert hij elke officiële betrekking en zwerft als gevierd duivelskunstenaar doorheen heel Europa. Daaraan komt een einde als hij zwaar ziek wordt en van het ene kuuroord naar het andere trekt. Met zijn fortuin opent hij het "Casino Paganini" in Parma (zonder succes overigens).
Tussendoor had hij aan een verhouding met een koorzangeres een zoon overgehouden: Achilles, die dan ook heel zijn fortuin erft. |