Mikhail Glinka.werd geboren op 9 juni 1804 in Novospasskoye als zoon van rijke grootgrondbezitters. Hij werd thuis opgevoed tot in 1818. Deze vorm van opvoeding was in Russische families zeer intens: hij studeerde Frans, wiskunde, leerde tekenen en muziek spelen onder leiding van Varvara Klammer. Vooral op muzikaal vlak was hij zeer begaafd. De familie hield van muziek: vaak nodigden zij niet alleen pianisten uit, maar ook een heel orkest.
Vanaf 1818 ging Glinka studeren in St.Petersburg, waar hij ook privé-muzieklessen kreeg. Toen John Field naar St.Petersburg kwam, kreeg Glinka de gelegenheid bij hem te gaan studeren. In die periode schreef hij ook zijn eerste composities, zonder enige theorielessen te hebben gevolgd.
Nadat zijn studies in St.Petersburg stond Glinka voor een belangrijke keuze, namelijk het al dan niet kiezen voor een muzikale carrière, wat in die tijd beneden zijn waardigheid werd geacht. Hij zocht daarom een job, en vond er eentje bij het Russisch Ministerie van Communicatie in St.Petersburg. Maar dit werk stond hem niet aan, en hij studeerde verder door te lezen, muziek te spelen. Hij nam zelfs zanglessen bij een Belloni, een Italiaan.
Glinka's vriendenkring, die bijna uitsluitend uit Russische schrijvers en componisten bestond, vond dat hij zijn job bij het Ministerie moest opgeven, wat hij ook deed in 1828. Maar hij was ambitieus en was van mening dat zijn muzikale achtergrond niet genoeg was voor een carrière. Hij ondernam een reis naar Italië om volksliederen te verzamelen en om les te volgen. Tijdens deze reis ontmoette hij Mendelssohn, Berlioz, Donizetti en Bellini. Hij werd als het ware betoverd door de Italiaanse muziek. Zijn eerste composities, en dan vooral de pianowerken, zijn volledig in de Italiaanse stijl geschreven, zowel wat melodie als wat harmonische structuur betreft.
In 1833 ging hij naar Berlijn om bij Siegfried Dehn les te volgen in de algemene compositieleer en het contrapunt. Een jaar later stief zijn vader, waardoor hij terug naar Rusland moest. Het contact met de beste Russische schrijvers van die tijd bracht Glinka het idee om nationalistische muziek te schrijven. Zijn eerste opera, "Een leven voor de Tsaar" - het verhaal van een eenvoudige boer die de eerste Tsaar van de Romanov-dynastie redt - ging in première in St.Petersburg op 9 december 1836, en werd beschouwd als een mijlpaal in de geschiedenis van de Russische cultuur.
In 1835 trouwde Glinka met Maria Petrovna Ivanovna, maar zijn huwelijk strandde en al snel gingen ze uit elkaar.
Het duurde een hele poos voor hij zijn volgende opera componeerde, maar op 9 december 1842, exact 6 jaar na de première van zijn eerste opera, werd "Rouslan en Ludmila" voor het eerst opgevoerd. De opera is gebaseerd op een sprookje van Pushkin en Glinka verwerkte veel Oosterse elementen in de muziek. Het werd een enorm succes in Rusland. Toch is nog in deze twee nationalistische opera's de Italiaanse invloed merkbaar in de vorm, met duidelijk gescheiden aria's, choralen en orkest-intermezzi.
In 1842 kwam Franz Liszt naar Rusland, en hij was onder de indruk van Glinka's muziek. Hij schreef zelfs een transcriptie van de "Mars van Chernomor" voor piano. Glinka reisde in die periode ook naar Spanje, wat resulteerde in twee ouvertures "Jota Aragonesa" en "Zomernacht in Madrid". Op de terugweg naar Rusland verbleef hij drie jaar in Warschau.
De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in St.Petersburg, Parijs en Berlijn. Hij componeerde nog veel romances, begon aan een symfonie, hielp jonge Russische componisten zoals Balakirev en Dargomyzhsky. Op 15 februari 1857 overleed hij in Berlijn. |